Kortschildkevers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kortschildkevers
Stinkende kortschildkever (Ocypus olens)
Stinkende kortschildkever (Ocypus olens)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Coleoptera (Kevers)
Familie
Staphylinidae
Afbeeldingen Kortschildkevers op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kortschildkevers op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

Kortschildkevers (Staphylinidae) zijn een familie uit de orde Coleoptera.

Kenmerken[bewerken]

Deze 0,1- 3 cm grote kevers zijn glad en langwerpig en gemakkelijk te herkennen aan de sterk verkorte dekschilden, waardoor ze enigszins aan oorwormen doen denken. Ze missen echter de tangen (cerci) van de oorwurmen aan het achterlijf. Onder de korte dekschilden (elytra) zitten sterk opgevouwen maar meestal wel functionele vleugels. Kortschildkevers zijn meestal zwart of donker gekleurd hoewel felle kleuren ook voorkomen.

Leefwijze[bewerken]

De meeste kortschildkevers zijn felle jagers. Grote exemplaren, zoals het hier afgebeelde, kunnen met hun kaken de menselijke huid wel doorboren. Verder zijn ze overigens niet schadelijk of gevaarlijk. De kleine soorten zijn meestal dagactief, de grotere soorten nachtactief. De meeste in het agrarische gebied voorkomende soorten voeden zich met insecten. Weer andere soorten nemen genoegen met verteerd organisch materiaal en schimmels, terwijl weer andere soorten parasitair leven in mierenkolonies.

De soorten, die zich voeden met insecten, kunnen slechts vloeibaar voedsel opzuigen, waarvoor ze eerst een gaatje in hun prooi moeten bijten. Met hun speeksel lossen ze de inhoud op. Hun prooien bestaan afhankelijk van de soort uit larven (maden) van vliegen (wortelvlieg), bladwespen en wantsen, springstaarten en andere primitieve insecten, zoals rupsen, slakken, mijten en kleine wormen.

Zelf worden ze gegeten door spinnen, roofwantsen, loopkevers en roofvliegen, maar ook door amfibieën, vogels en vleermuizen. Ook parasitaire schimmels vormen de voornaamste belagers, maar in veel minder mate sluipwespen en nematoden. Ook kannibalisme komt voor.

Voortplanting[bewerken]

De voortplanting is soortafhankelijk en geschiedt via een bevruchting ofwel door parthenogenese, meestal in het voorjaar of de herfst. De 0,5 mm lange, ovale eitjes zijn gelatineachtig en worden afgezet in de grond in de buurt van de wortel. Aanvankelijk zijn ze bleekgroen, maar na enkele dagen kleuren ze donkerder. Er worden dagelijks ongeveer 4 tot 10 eitjes afgezet, in totaal een honderdtal per vrouwtje.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze familie komt wereldwijd voor op de grond, in aarde, paddenstoelen, strooisel, kadavers en mierennesten.

Determinatie[bewerken]

Determinatie is door de grote aantallen soorten (enige honderden soorten in Nederland alleen al) en de grote gelijkvormigheid binnen de familie lastig, en alleen met determinatietabellen en een microscoop mogelijk.

Bronnen, noten en/of referenties
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).