Laffercurve

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
t* geeft het belastingpercentage weer waarbij de belastingopbrengst maximaal is.
N.B.: Deze grafiek is niet op schaal; t* kan zich theoretisch gezien overal bevinden, niet noodzakelijk in de nabijheid van 50% zoals hier wordt weergegeven.

De Laffercurve of Lafferkromme geeft het theoretische verband weer tussen de belastingtarieven en de belastingontvangsten. De curve is genoemd naar de Amerikaans supply-side econoom Arthur Laffer.

Verloop[bewerken]

Er zijn twee extremen in deze grafiek zijnde 0% en 100% belastingtarief. Bij 0% ontvangt de overheid niets. Dit is ook het geval bij 100% omdat niemand nog de intentie zou hebben om te gaan werken (tenzij buiten de boeken). Ergens tussen 0% en 100% is er een tarief (percentage) waarbij de ontvangsten maximaal zijn voor de overheid. Voordat dit percentage is bereikt, zullen door een stijging van het tarief ook de ontvangsten stijgen. Nadat dit maximumpercentage is bereikt zullen de belastingopbrengsten juist afnemen door een stijging van het belastingtarief. Als men er van uitgaat dat het belastingpercentage van een economie zich voorbij dat maximumpercentage bevindt, zal door een daling van het belastingpercentage de belastingopbrengst weer toenemen.

Basis voor belastingverlaging[bewerken]

De overheid zou de belastinginkomsten kunnen maximaliseren door het belastingtarief te bepalen bij de piek van deze kromme. Het punt waarop de kromme zijn maximum bereikt is echter onderworpen aan veel theoretische speculatie. Er bestaat geen eenduidige methode om het maximumtarief in een economie te bepalen. Politici die bij het pleiten voor een belastingverlaging een beroep doen op de Laffercurve gaan dan ook uit van de wetenschappelijk niet te funderen aanname dat in de economie van hun land de kromme zijn maximum heeft bereikt. Rothbard: “One wonders why the overriding goal of fiscal policy should be to maximize government revenue. A far sounder objective would be to minimize the revenue and the resources siphoned off to the public sector.”
In het begin van de jaren 80 werden door zowel de regering Thatcher als de regering-Reagan aangenomen dat zij over het maximum in het dalende deel van de curve zaten en werden de belastingentarieven verlaagd. Dit komt ook overeen met hun anti-belasting ideologie, het oordeel dat er eigenlijk altijd een te hoog belastingtarief is. In het Verenigd Koninkrijk lukte dit, de belastinginkomsten stegen, maar de Amerikanen hadden het helemaal mis: Hun belastinginkomsten daalden juist. Achteraf is dit ook wel te verklaren: In Amerika werd er sowieso al weinig belasting geheven, dus het was erg onwaarschijnlijk dat ze over het maximum in de 50%-100% zone zaten. De Britten bleken dus Europeser dan gedacht. (Somers, 2004, p140)

Literatuur[bewerken]

  • Lipsey, Richard G., Peter O. Steiner en Douglas D. Purvis, Economics, New York (Harper & Row) 1987, 8e druk, ISBN 0-06-043917-3, pp.434-436.
  • Somers, F.J.L., J. van Sinderen en J. Verlaak, Economie van het overheidsbeleid, Groningen (Wolters-Noordhoff) 2004, 3e druk, ISBN 902073069X, p.140.

Externe links[bewerken]