Les Particules élémentaires

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Les Particules élémentaires is een roman van Michel Houellebecq die in 1998 verscheen en de laatste Prix Novembre won. De titel van de Nederlandse vertaling is Elementaire deeltjes.

Samenvatting[bewerken]

Het verhaal bestaat uit drie delen en speelt zich af tussen 1 juli 1998 en 28 maart 2009. Het gaat over twee halfbroers, Bruno en Michel, geboren op het einde van de jaren vijftig, die door verschillende toevalligheden in hun leven (en met behulp van hun ouders) op een bepaald moment weer samengebracht worden.

Hun moeder, Janine, leefde volledig volgens de idealen van de tolerante samenleving. Ze werd geboren in 1928 en groeide op in Algerije, waar haar vader werkte als ingenieur. Janine studeerde af in Parijs; ze danste de bebop met Jean-Paul Sartre (die volgens haar ontzettend lelijk was), had dankzij haar mooie uiterlijk veel minnaars en trouwde met een jonge, viriele man die zijn brood verdiende als plastisch chirurg, wat toen nog een nieuw domein was in de chirurgie.

Het echtpaar scheidde twee jaar na de geboorte van Bruno, waarop hij en zijn broer Michel werden achtergelaten bij hun geduldige grootouders. Janine vertrok naar Californië, om daar in een soort sekte te gaan leven. Flashbacks vertellen ons meer over de verwaarlozing in hun gezin en over de pesterijen op de school waar Bruno en Michel waren ingeschreven. Geen van beide broers heeft zich ooit echt kunnen losmaken van dit begin van hun leven.

Michel Djerzinski, die achtergelaten werd door zijn ouders, groeide op bij zijn grootmoeder. Haar dood heeft hem zodanig geraakt dat hij niets meer wilde voelen. Hij heeft nooit diepe gevoelens gehad voor anderen, behalve misschien voor zijn grootmoeder die hem heeft opgevoed en die in zijn ogen als een bedreigde diersoort is: “mensen die heel hun leven hard werken, met toewijding en liefde.” Hij had een jeugdliefje, Annabelle, die hem liet staan voor de zoon van één van Janines Californische liefjes, die een rockster wilde zijn. Nu leidt Michel een saai leven tussen zijn supermarkt Monoprix en het laboratorium van het CNRS in Parijs, waar hij experimenteert met het klonen van dieren. De enige persoon die niet lichtjaren veraf van hem is, is zijn halfbroer Bruno.

Na 15 jaar stopt hij met werken, met als enige reden dat hij tijd nodig heeft “om na te denken”. Omdat hij bang is van het leven, verstopt hij zich achter positivistische zekerheden en leest Heisenbergs autobiografie steeds weer opnieuw.

Michel (die op zijn dertigste zijn maagdelijkheid verloor), vrijgezel en zelfstandig, kan onmogelijk van iemand houden en heeft een laag seksueel libido. Dit in tegenstelling tot zijn tweeënveertigjarige halfbroer Bruno, die geobsedeerd is door seks. “Michel bevond zich in een wereld (…) die geleid werd door bepaalde commerciële ceremonies – het toernooi van Roland-Garros, Kerstmis, 31 december, de tweejaarlijkse bijeenkomst van de catalogus 3 Suisses. Als hij homoseksueel was geweest, had hij misschien deelgenomen aan de Aidsmarathon of aan de Gay Pride. Hij zou zelfs enthousiast geweest zijn voor de erotische lobby. Tegelijkertijd bevond hij zich in het hoogtepunt van de Tour de France. Omdat hij een vrijblijvend verbruiker was, ontving met open armen een vijftiental Italianen die terugkeerden naar zijn chique buurt.”

Ondertussen neemt Anabelle deel aan verschillende orgieën en ondergaat ze twee abortussen. Nadat ze elkaar hebben teruggevonden, maakt Michel een quasi mysterieuze ervaring mee in haar armen, een ervaring die hem een beeld geeft van de ruimte tussen hen, “alsof een zeer fijne lijn twee werelden van elkaar scheidde. In de eerste wereld was het wezen, en de scheiding; in de tweede wereld waren het niet-wezen en de afzonderlijke verdwijning. Rustig en zonder twijfelen draaide hij zich om en ging richting de tweede wereld.” Hun poging om opnieuw op te bouwen wat ze verloren hadden wordt gehinderd door de emotionele harteloosheid van Michel; hij voelt medelijden voor haar, maar geen liefde.

Zijn halfbroer Bruno werd als kind op internaat herhaaldelijk verkracht en dagelijks vernederd. Zijn lijden werd nog verergerd door het welbewust verminderen van het schools gezag na de protesten van mei 1968. De nadruk lag voortaan op zelfdiscipline: het jaar 1970 zag een snelle uitbreiding van de erotische consumptie. Als tiener heeft Bruno de gewoonte om zich heimelijk te masturberen als hij naast een mooi meisje zit op de trein naar school. Wanneer hij tijdens de zomervakantie in het Boheems appartement van zijn moeder gedropt wordt, bleek en al te zwaarlijvig voor een 18 jarige , voelt hij zich gegeneerd en niet thuis tussen de hippies en gebruinde minnaars van zijn moeder. Hij kan ook niet tegen haar ongeduldige aandringen om over zijn seksuele geremdheid te praten. De haat die Bruno voor Janine voelt komt pas tot uiting wanneer hij haar enkele jaren later verwijten maakt op haar sterfbed. Bruno geeft momenteel les literatuur aan een middelbare school in Dijon en verlangt er nog altijd naar om ooit schrijver te worden. Volgens Michel nadert Bruno zijn midlifecrisis ( hij draagt tegenwoordig een leren mantel en spreekt als een personage uit een thriller van een B-film).

Verwikkeld in een echtscheiding en met de verantwoordelijkheid om voor zijn kind te zorgen, zoekt Bruno naar zijn eigen seksuele identiteit. Hoewel hij op zijn kind zou moeten passen schuimt hij nachtclubs af. Hij is voortdurend op zoek naar nieuwe seksuele ontmoetingen die vaak rampzalig aflopen. “Hij trok zijn zwembroek aan en stak condooms in zijn zak op een manier dat hem een korte lach ontlokte. Jarenlang had hij condooms op zak, die hem tot niets dienden; de hoeren hadden er immers altijd”. Soms surft hij op het internet om porno te bekijken (met als resultaat een telefoonrekening van 14.000 frank die hij voor zijn vrouw verborgen hield). Bruno is helemaal in zijn eigen wereld ondergedompeld. Zijn verlangen zet hem ertoe aan nog meer ervaringen op te doen. (huwelijk, lingerie, massagesalon, prostitutie, Minitel rose, groepsseks, orgieën, seks shops, enz.)

Sterk aangetrokken tot zijn jonge leerlingen, daagt hij het zwarte vriendje van één van hen zozeer uit dat hij zich wraak en spot op de hals haalt. In een vlaag van razernij begint hij een racistische folder die hij opstuurt naar L’Infini, een tijdschrift uitgegeven door de vooruitstrevende, schalkse schrijver Philippe Sollers. De twee ontmoeten elkaar in een café in Parijs. Sollers zwaait met zijn sigarettenhouder. Philippe Sollers bleek een bekend schrijver te zijn; nochtans toonde de lectuur van “Femmes” het met zekerheid, hij slaagde er enkel in seksueel contact te hebben met oude prostituees uit de culturele milieus.

De babes gaven klaarblijkelijk de voorkeur aan zangers. Wat is onder deze omstandigheden dan het nut klotegedichten te publiceren in vuile tijdschriften? Sollers beoordeelt zijn tekst over paus Johannes Paulus II. “U bent reactionair, dat is goed. Alle grote schrijvers waren reactionair. Balzac, Flaubert, Baudelaire, Dostoïevski: allemaal reactionair. Maar men moet ook neuken, hè? Men moet meedoen aan orgieën. Dat is belangrijk.” Sollers komt op zijn beslissing terug om het artikel te publiceren, maar Bruno geeft toe dat het om onzin gaat en gooit het in de vuilnisbak.

Tijdens een verblijf op de camping Plaats der Verandering, een post-'68-newage-camping, ontmoet Bruno Christiane. Net zoals Christiane, een 40-jarige vrouw, een gescheiden moeder met een zoon van 10 jaar, is hij daar gekomen voor de seks. Voor haar zijn de vernielingen van de generatie ’68 vanzelfsprekend voor de vrouwen die deelnemen aan de ateliers. “In het algemeen hebben zij een analyse gemaakt die hen volledig verdord heeft”. Samen met haar vormt hij een familie en bouwt dus zo een bepaald evenwicht op dat hij meteen erna weer verwoest. Christiane neemt Bruno mee op een meedogenloze reis, gaande van groepsseks met Duitse toeristen tot orgieën in een beruchte discotheek in Parijs.

Na de dood van Annabelle drijven Bruno’s frustraties hem tot zelfmoordgedachten en waanzin. Michel neemt de tijd om zijn situatie alleen te overdenken. Dit proces roept een wetenschappelijke revolutie op vergelijkbaar met het werk van Einstein: door voorplanting en genot te scheiden, geeft hij de mens de kans om eindelijk vrede met zichzelf te vinden. We vinden Michel terug in het Genetisch Onderzoekscentrum te Galway. Zijn leven heeft er een nieuwe wending genomen doordat hij een revolutionaire theorie heeft ontwikkeld. Hij is ervan overtuigd dat het menselijk ras gedoemd is om voortdurend te leven in angst voor de dood. Net zoals voor de tegenstrijdigheden in het hedendaagse leven enerzijds en het gevoelsleven dat inherent is aan de voortplanting anderzijds. Daarom werkt hij aan een project van een genetisch gemodificeerd ras. Dat ras is zowel onsterfelijk als onvruchtbaar, niettegenstaande beschikt het over een persoonlijkheid of seksueel genot. Zijn werk is na zijn dood in 2009 voortgezet. Dit leidt tot niets meer dan de ontwikkeling van een genetisch gecontroleerd ras in 2029 en uiteindelijk tot het uitsterven van de mensheid.

Zie ook[bewerken]

De gelijknamige film is in 2006 bekroond met de Zilveren Beer voor beste acteur. In 2005 speelde het Nationale Toneel een toneelstuk gebaseerd op het boek.