Werner Heisenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Werner Karl Heisenberg
5 december 19011 februari 1976
Werner Karl Heisenberg in 1933
Werner Karl Heisenberg in 1933
Geboorteland Duitsland
Geboorteplaats Würzburg
Nationaliteit Duitse
Plaats München
Nobelprijs Natuurkunde
Jaar 1932
Reden "Voor zijn ontwikkeling van de kwantummechanica waarvan de toepassing geleid heeft tot de ontdekking van de allotrope vormen van waterstof."
Voorganger(s) Chandrasekhara Raman
Opvolger(s) Erwin Schrödinger en Paul Dirac
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Werner Karl Heisenberg (Würzburg, 5 december 1901München, 1 februari 1976) was een Duitse natuurkundige en een van de grondleggers van de kwantummechanica. De bekende onzekerheidsrelatie van Heisenberg is van hem afkomstig. Daarnaast heeft hij belangrijke bijdragen geleverd aan werk op het gebied van de hydrodynamica van turbulentie, de atoomkern, ferromagnetisme, kosmische straling en elementaire deeltjes en was hij de ontwerper van de eerste naoorlogse kernreactor in Karlsruhe in Duitsland. Heisenberg wordt, gezien zijn wetenschappelijke prestaties op velerlei gebied, wel een genie genoemd maar zijn onduidelijke houding tegenover de nazi's gedurende hun dictatuur in Duitsland geeft nog altijd stof tot discussies tussen mensen die zijn gedrag verdedigen of veroordelen.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Heisenberg werd in Würzburg geboren als zoon van August Heisenberg en Annia Wecklein. Zijn vader was hoogleraar Byzantijnse geschiedenis en middeleeuws en modern Grieks in München; zijn moeder was een dochter van de rector van het gymnasium in München, waar hij later schoolging. Hij viel op school al op door een grote eerzucht en vlijt en was ook een sterk schaker. Heisenberg had een 1,5 jaar oudere broer, Erwin, die eveneens zeer begaafd was. Tussen de broers bestond een levendige rivaliteit.

In 1911 bezocht Heisenberg het Maximilian Gymnasium, een eliteschool die werd bestuurd door zijn grootvader Wecklein. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij als adolescent lid van een semi-militaire Duitse jeugdbeweging – gemodeleerd naar Robert Baden-Powells scoutingbeweging – die gedisciplineerde lichamelijke activiteiten in de buitenlucht propageerde.

Vooroorlogse loopbaan[bewerken]

Na het Maximilian Gymnasium studeerde Heisenberg natuurkunde in München, samen met zijn vriend Wolfgang Pauli die een paar jaar boven hem zat. Hij studeerde onder Arnold Sommerfeld en promoveerde in 1923 op een proefschrift over turbulentie in vloeistofstromen. Heisenberg volgde Pauli naar Göttingen om daar onder Max Born aan zijn habilitatie te werken. Na het afronden daarvan ging in 1924 werken aan het instituut voor theoretische natuurkunde in Kopenhagen onder Niels Bohr, die hij als student in 1922 reeds had ontmoet. Dit resulteerde in een vruchtbare samenwerking, leidend tot de Kopenhaagse interpretatie van de kwantummechanica, en uiteindelijk tot een Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1932 voor zijn werk aan de kwantummechanica. In 1929 ontving hij ook al de Matteucci Medal. In 1927 werd hij, 26 jaar oud, hoogleraar theoretische natuurkunde in Leipzig, in 1941 aan de Universiteit van Berlijn.

Heisenberg trouwde in 1937 met Elisabeth Schumacher en het echtpaar kreeg 7 kinderen. Een van zijn zoons, Martin Heisenberg, is hoogleraar genetica.

Collaboratie met de nazi's?[bewerken]

In 1933 kwam Adolf Hitler aan de macht in Duitsland en binnen zeer korte tijd was het land door hem omgevormd tot een totalitaire dictatuur en stevig onder de knoet van diens nazipartij die alle aspecten van de maatschappij onder controle hield. Aanvankelijk verzette Heisenberg zich tegen de bemoeienis van de nazi's met de wetenschap en speciaal met de uitsluiting van joodse wetenschappers, maar tenslotte schikte hij zich naar hun wensen. Kernsplijting werd in 1938 ontdekt in Duitsland. Heisenberg was betrokken bij dit Duitse kernonderzoek en bij de uiteindelijk niet geslaagde pogingen van de nazi's een eigen atoombom te ontwikkelen. Door zijn collaboratie met het naziregime werd Heisenberg een omstreden figuur. Toen hij aan Bohr bekendmaakte, dat hij aan de ontwikkeling van een Duits atoomwapen werkte, eindigde hun lange vriendschap abrupt. De mate van die collaboratie is nog steeds niet met zekerheid aan te tonen.

Postzegel van de Duitse Post, 2001

In september 1941 was er in het bezette Kopenhagen een ontmoeting tussen Heisenberg en Bohr. Er is veel geheimzinnigheid omtrent de aard van deze ontmoeting. De familie van Bohr gaf in 2002 documenten vrij waarin valt te lezen dat Bohr geschokt was over het feit dat Heisenberg, die er blijkbaar van overtuigd was dat Duitsland de oorlog zou winnen, onthulde dat hij meewerkte aan de ontwikkeling van een Duitse atoombom. Toen Bohr dit aan de geallieerden bekendmaakte, gaf dit een extra impuls aan het Manhattanproject: de Amerikaanse poging een atoombom te vervaardigen.

In de lezing van Heisenberg deed hij integendeel juist alles om het project te vertragen. De verschillende interpretaties zijn de basis geweest van het toneelstuk Kopenhagen van Michael Frayn.

Na de oorlog[bewerken]

Aan het eind van de oorlog in Europa werd Heisenberg door de Alsosgroep gearresteerd en zat hij enige maanden gevangen in een landhuis, Farm Hall, bij Cambridge in Groot-Brittannië, samen met een aantal andere eminente Duitse geleerden (Carl Friedrich von Weizsäcker (broer van de latere Duitse Bondspresident), Otto Hahn, Paul Harteck, Kurt Diebner, Walther Gerlach, Max von Laue en Karl Ritz). Ze werden goed behandeld en hadden veel vrijheid. De Britten hoopten echter door hun onderlinge gesprekken af te luisteren (in alle kamers waren microfoons verborgen) te weten te komen, hoever de Duitsers nu waren geweest bij hun pogingen zelf een atoombom te maken. Toen begin augustus 1945 het bericht over de eerste atoombom op Japan bekend werd, was dit natuurlijk meteen het onderwerp van speculatie onder de Duitse wetenschappers. Heisenberg gaf echter op dat moment er blijk van totaal op het verkeerde spoor te zitten wat betreft zijn gedachten over het ontwerp van de bom - hij had geen idee van de berekening van de juiste kritische massa. Hij werd enige maanden later vrijgelaten. Het is natuurlijk mogelijk dat hij wist dat hij afgeluisterd werd.

Latere carrière[bewerken]

Het graf van Heisenberg

Na zijn vrijlating speelde Heisenberg een grote rol in het herstel van het wetenschappelijk onderwijs in Duitsland, onder andere in de oprichting van het Max-Planck-Gesellschaft met een reeks van Max-Planck-instituten. Van 1946 tot 1948 was hij hoogleraar van de universiteit van Göttingen, daarna nog een jaar te München. In zijn latere leven probeerde hij een 'Theorie van alles' te ontwikkelen, maar slaagde daarin niet.

Heisenberg sleet zijn verdere leven met o.a. het ontwikkelen van de eerste toepasbare kernreactor in Duitsland, doceren aan diverse universiteiten in binnen en buitenland en publiceren van wetenschappelijke en populaire boeken en artikelen. Hij overleed in 1976. De plaats van Heisenbergs graf is vrij nauwkeurig bepaald (Waldfriedhof, München, Alter Teil, Grab Nr. 163-W-29) dus de veel aangehaalde anekdote dat er op zijn graf zou staan "Hier ligt Werner Heisenberg..... ergens" (een toespeling op zijn onzekerheidsrelatie) is apocrief.

Wetenschappelijke biografie[bewerken]

Matrixmechanica[bewerken]

Heisenberg ontwikkelde (met Pascual Jordan en Max Born) de matrixmechanica, de eerste formalisering van de kwantummechanica in 1925. Aan de basis van deze ontwikkeling lag zijn artikel Umdeutung kinematischer und mechanischer Beziehungen[1] (Herinterpretatie van kinematische en mechanische relaties) waarin hij poogde, geleid door het correspondentiebeginsel van Bohr, een wiskundige basis te vinden die toepasbaar was voor de nieuwe kwantummechanica. Later werd aangetoond dat dit formalisme equivalent is aan Schrödinger's golfmechanica, een onafhankelijk ontwikkelde manier van wiskundig noteren.

Onzekerheidsrelatie[bewerken]

In 1927 realiseerde Heisenberg zich dat de kwantumtheorie enkele vreemde gevolgen had. Namelijk dat experimenten nooit in volledige afzondering uitgevoerd kunnen worden, omdat het meten zelf altijd de uitkomst beïnvloedt. Ofwel, hoe nauwkeuriger je de ene grootheid meet, des te minder je over de andere grootheid te weten kunt komen.

De wederzijdse onnauwkeurigheid of onscherpte bij de meting is niet het gevolg van (onvermijdelijke) meetfouten maar is in zekere zin het gevolg van natuurkundige wetmatigheden; een door het bestaan van de kwantumconstante de constante van Planck bepaald feit. Dit drukte hij uit in zijn 'onzekerheidsrelatie',[2] wat later uitgeschreven werd in de volgende formulevorm:

\Delta x\Delta p\ge \frac h{4\pi}

Het product van beide fouten, wanneer plaats x en impuls p van een elementair deeltje gelijktijdig gemeten wordt, is altijd groter of gelijk aan een kleine constante (gedefinieerd door de constante van Planck, 10-34 Js), maar is nooit gelijk aan nul. Hetzelfde geldt voor de energie E van een deeltje op een nauwkeurig bepaald tijdstip t:

\Delta E\Delta t\ge \frac h{4\pi}

Het gevolg van de onzekerheidsrelatie van Heisenberg is dat van een subatomair deeltje noch het verleden, noch het toekomstige gedrag met zekerheid voorspeld kan worden.

Kopenhaagse interpretatie[bewerken]

Heisenberg met Niels Bohr in 1934

In Kopenhagen, in samenwerking met Bohr, ontwikkelde Heisenberg in de jaren 20 de zogenaamde Kopenhaagse interpretatie van de kwantummechanica. Veel natuurkundigen uit die tijd (meestal al van middelbare leeftijd of nog ouder), onder wie Einstein, hadden grote moeite met de non-deterministische Kopenhaagse interpretatie van de kwantumwereld, maar de experimentele resultaten hebben deze tot nu toe gesteund.

Isospin[bewerken]

Aan het eind van 1932, reeds enkele maanden na James Chadwicks ontdekking van het neutron, publiceerde Heisenberg een drietal artikelen in het Zeitschrift für Physik, alle getiteld "Über den Bau der Atomkerne". Hierbij beschouwde hij dat ten aanzien van de sterke kernkracht protonen en neutronen als identieke deeltjes (die hij nucleonen noemde). Om deze 'doubletstructuur' kenbaar te maken voerde hij een nieuw kwantumgetal in die hij – in analogie met elektronenspin – de naam isotopische spin (isospin) gaf. Protonen met lading +1 kregen een isospin +½ en neutronen met lading 0 een isospin –½.

Bibliografie[bewerken]

Naast een aantal technische natuurkundige publicaties heeft Heisenberg ook een aantal meer filosofische boeken geschreven, waaronder:

Biografie:

  • David Cassidy, Uncertainty: The Life and Science of Werner Heisenberg (New York: W.H. Freeman, 1992) ISBN 978-0-7167-2503-9.

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. W. Heisenberg (1925). Über quantentheoretische Umdeutung kinematischer und mechanischer Beziehungen. Zeitschrift für Physik 33 (1): 879-839 . DOI:10.1007/BF01328377.
  2. W. Heisenberg (1927). Über den anschaulichen Inhalt der quantentheoretische Kinematik und Mechanik. Zeitschrift für Physik 43 (3-4): 172-198 . DOI:10.1007/BF01397280.