Val Fitch
| 10 maart 1923 | ||||
| Afbeelding gewenst | ||||
| Geboorteland | Verenigde Staten | |||
| Geboorteplaats | Merriman | |||
| Nobelprijs voor de | Natuurkunde | |||
| In | 1980 | |||
| Reden | "Voor de ontdekking van de doorbreking van fundamentele symmetrieprincipes bij het verval van neutrale kaonen" | |||
| Samen met | James Cronin | |||
| Voorganger(s) | Sheldon Glashow Abdus Salam Steven Weinberg |
|||
| Opvolger(s) | Nico Bloembergen Arthur Schawlow Kai Manne Börje Siegbahn |
|||
|
||||
Val Logsdon Fitch (Merriman (Nebraska), 10 maart 1923) is een Amerikaans kernfysicus.
Fitch en James Cronin wonnen in 1980 de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor voor de ontdekking in 1964 van de doorbreking van fundamentele symmetrieprincipes bij het verval van neutrale kaonen.
Biografie[bewerken]
Val Fitch werd geboren op een veefokkerij in Cherry County als jongste van de drie kinderen van Fred B. Fitch en Francis M. Logsdon. Zijn vader raakte zwaargewond tijdens een paardrijongeval en kon niet langer op zijn boerderij werken. Daarom verhuisde het gezin naar de nabij gelegen stad Gordon waar hij verzekeringsagent werd.
Als soldaat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Fitch naar Los Alamos gezonden om als technicus te werken aan het Manhattanproject. Hier kreeg hij de kans om vele grote natuurkundigen te ontmoeten, waaronder Enrico Fermi, Niels Bohr, James Chadwick en Isidor Isaac Rabi. In de drie jaar dat in het lab van Ernest Titterton werkte raakte hij goed bekend met de technieken van de experimentele fysica.
Na de oorlog kreeg hij een promotiebaan aangeboden bij de Cornell-universiteit, maar daarvoor moest hij eerst zijn bachelorgraad behalen die hij verkreeg aan de McGill-universiteit. Voor zijn promotie ging hij naar de Columbia-universiteit, waar hij werkte onder Jim Rainwater. Voor zijn proefschrift ontwierp en bouwde hij een experiment voor het meten van gammastraling uitgezonden door μ-mesic atomen.
Na het behalen van zijn Ph.D.-graad in 1954 verschoof zijn interesse in de richting van vreemde deeltjes en kaonen. Hij nam een betrekking als docent natuurkunde aan bij de Princeton-universiteit – in 1960 werd hij er hoogleraar. Twintig jaar lang deed hij er onderzoek naar kaonen. Samen met James Cronin – een promovendus die hij bij het Brookhaven National Laboratory had ontmoet en naar Princeton had gehaald – ontdekten ze dat bij het verval van neutrale kaonen een schending van de CP-symmetrie optreedt. Voor deze ontdekking ontving het duo in 1980 de Nobelprijs voor de Natuurkunde.
Bronnen, noten en/of referenties
Externe links |