Felix Bloch
| 23 oktober 1905 – 10 september 1983 | ||||
![]() |
||||
| Felix Bloch (1952) | ||||
| Geboorteland | Zwitserland | |||
| Geboorteplaats | Zürich | |||
| Nationaliteit | Amerikaans | |||
| Plaats van overlijden | Zürich | |||
| Nobelprijs voor de | Natuurkunde | |||
| In | 1952 | |||
| Reden | Hun ontwikkeling van nieuwe methoden voor nucleaire preciesiemetingen[1] | |||
| Samen met | Edward Mills Purcell | |||
| Voorganger(s) | John Cockcroft Ernest Walton |
|||
| Opvolger(s) | Frits Zernike | |||
|
||||
Felix Bloch (Zürich, 23 oktober 1905 – aldaar, 10 september 1983) was een in Zwitserland geboren natuurkundige, die vooral in de Verenigde Staten werkte. In 1952 werd hij onderscheiden met de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor zijn werk op het gebied van kernspinresonantie.
Biografie [bewerken]
Bloch was de zoon van de Joodse ouders Gustav Bloch en Agnes Mayer. Van 1912 tot 1918 bezocht hij de basisschool en aansluitend het gymnasium. Met de intensie om ingenieur te worden trad hij in 1924 toe tot de Eidgenössische Technische Hochschule Zürich. Echter na één studiejaar besloot hij van richting te veranderen en te kiezen voor een studie natuurkunde op dezelfde school. Hij volgde onder andere college bij Peter Debye, Paul Scherrer, Hermann Weyl (ETH) alsmede bij Erwin Schrödinger aan de universiteit van Zürich. Tot 1927 studeerde hij in Zürich, en studeerde een jaar later in Leipzig af.
Aanvankelijk bleef Bloch in Europa, en studeerde hij bij Werner Heisenberg (Leipzig), Wolfgang Pauli (Zürich), Niels Bohr (Kopenhagen) en Enrico Fermi (Rome). Na de machtsovername door Hitler in 1933 verliet hij – vanwege zijn Joodse afkomst – onmiddellijk Duitsland om in 1934 aan de Stanford-universiteit te gaan werken. Hier werd hij de eerste hoogleraar in de theoretische natuurkunde. In 1939 verkreeg hij de Amerikaanse nationaliteit. In de Tweede Wereldoorlog werkte hij eerst aan kernenergie bij het Los Alamos National Laboratory, later aan het radarproject aan de Harvard-universiteit.
Na de oorlog concentreerde hij zich op nucleaire inductie en kernspinresonantie, die de grondslag vormen van de MRI. In 1954/55 was hij de eerste directeur van CERN, de Europese organisatie voor kernonderzoek. In 1961 werd hij opnieuw hoogleraar in de natuurkunde aan Stanford-universiteit, een positie die tot 1971 behield. Na zijn pensionering keerde hij terug naar zijn geboortestad Zürich, waar hij op 77-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed.
Vernoemingen [bewerken]
De volgende natuurkundige begrippen zijn naar hem vernoemd:
Bronnen, noten en/of referenties
Externe link:
|
