Max von Laue

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Max von Laue
9 oktober 187924 april 1960
Max von Laue (1914)
Max von Laue (1914)
Geboorteland Duitsland
Geboorteplaats Pfaffendorf
Plaats van overlijden Berlijn
Nobelprijs Natuurkunde
Jaar 1914
Reden "Voor zijn ontdekking en beschrijving van de verstrooiing van röntgenstraling door kristallen."
Voorganger(s) Heike Kamerlingh Onnes
Opvolger(s) William Lawrence Bragg
William Henry Bragg
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Max Theodor Felix von Laue (Pfaffendorf, bij Koblenz, 9 oktober 1879Berlijn, 24 april 1960) was een Duits natuurkundige. In 1914 werd hij onderscheiden met de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor zijn ontdekking van de verstrooiing van röntgenstraling door kristallen.

Biografie[bewerken]

Max von Laue werd geboren als zoon van Julius Laue en Minna Zerrenner. In 1913 werd zijn familie in de adelstand verheven en veranderde de achternaam in Von Laue. Hij genoot zijn opleiding aan het gymnasium in Straatsburg, waar hij in 1898 slaagde. Na een jaar militaire dienst begon Von Laue aan een studie wiskunde, natuurkunde en scheikunde aan de universiteit van Straatsburg. Daarna bezocht hij de universiteiten van Göttingen en München om zich daarna in de groep van Max Planck in Berlijn te vestigen. In Göttingen werd hij sterk beïnvloed door fysici zoals Woldemar Voight en Max Abraham en de wiskundige David Hilbert.

Hij promoveerde in Berlijn in 1903, en werkte daarna nog twee jaar in Göttingen. In 1905 kreeg hij een baan aangeboden als assistent van Max Planck in Berlijn waar hij aan stralingsvelden en coherent licht werkte. In 1906 voltooide hij aan de Ludwig Maximilians-Universiteit van München onder Arnold Sommerfeld zijn habilitatie. Hij werkte daarna nog als privaatdocent aan de universiteit van München, en als professor in de natuurkunde in Zürich, Frankfurt en Würzburg. In 1919 werd hij professor in Berlijn en daar bleef hij 25 jaar. Ook daarna heeft Max von Laue nog veel verschillende functies vervuld.

Hij ging met pensioen in 1958 maar zelfs daarna bleef hij actief werken, zelfs tot na zijn tachtigste verjaardag. Hij stierf aan de gevolgen van een auto-ongeluk dat hij had op 8 april 1960.

Röntgendiffractie[bewerken]

In 1912 bedacht Von Laue dat een kristal met zijn driedimensionale translatiesymmetrie als een natuurlijk rooster kon dienen voor licht van de juiste golflengte; equivalent aan experimenten die waren gedaan met zichtbaar licht aan een tralie. Zijn eerste experimenten deed hij door röntgenstraling op kristallen van kopersulfaat te laten vallen. Hiermee werd zowel het golfkarakter van deze stralen als de roosterstructuur van kristallen bevestigd. Voor dit werk ontving hij in 1914 de Nobelprijs voor de Natuurkunde. Hij heeft daarmee de fundamenten gelegd voor de röntgendiffractie. De polychromatische röntgendiffractie aan kristallen draagt zijn naam: de Lauediffractie.

Nazi-Duitsland[bewerken]

Nadat de nationaalsocialisten in Duitsland aan de macht kwamen, bekritiseerde Van Laue openlijk de Duitse houding tegen "Joodse natuurkundigen" en bleef hij in contact met zijn uitgeweken joodse collega's. De hetze van zijn collega's, en dan met name van Nobelprijswinnaar Johannes Stark, tegen de relativiteitstheorie van Albert Einstein vergeleek hij met de vervolging van Galileo Galilei.

In de Tweede Wereldoorlog weigerde hij mee te werken aan het atoomprogramma van de nazi's. Daarentegen schreef hij het gerespecteerde boek "Geschichte der Physik" over de geschiedenis van de natuurkunde. Desondanks werd hij door de geallieerde strijdkrachten gezien als een eminent Duitse geleerde en werd hij door de Alsosgroep gearresteerd en samen met de andere gevangengenomen Duitse wetenschappers vastgezet op Farm Hill in Groot-Brittannië.

Na de oorlog was Von Laue actief betrokken bij het herstel van de Duitse wetenschap. In 1951 werd hij directeur van het Fritz-Haber-Instituut van het Max-Planck-Gesellschaft für Physikalische Chemie und Elektrochemie te Berlin-Dahlem.

Erkenning[bewerken]

Onder de vele eerbewijzen en onderscheidingen waarmee hij werd bekroond, bevonden zich de Ladenburg-medaille, de Max Planck-medaille (1932), de Matteucci Medal (1914) en van de Oost-Berlijnse Academie van Wetenschappen de Helmholtz-medaille (1959). In 1952 werd hij geridderd met de Orde Pour le Mérite, in 1953 ontving hij het Grote kruis van verdienste met Ster en in 1957 werd hij benoemd tot officier van het Franse Légion d'honneur.

Werk[bewerken]

  • Das Relativitätsprinzip (1911)
  • Die Theorien der Radiologie (1925)
  • Röntgenstrahl-Interferenzen (1941)
  • Materiewellen und ihre Interferenzen (1944)
  • Geschichte der Physik (1946)
  • Theorie der Supraleitung (1947)
  • Gesammelte Schriften und Vorträge (1961, postuum)
Bronnen, noten en/of referenties