Habilitatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een habilitatie is een wetenschappelijke promotie die in sommige landen (Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Hongarije, Frankrijk en Rusland) na de 'gewone' wetenschappelijke promotie komt. Hierna mag men de (ambts)titel "privaatdocent" voor de naam voeren, die in Duitstalige landen afgekort wordt met PD indien men aan de universiteit verbonden is en met Dr. habil. indien dit niet meer het geval is. In Nederland is het voeren van deze titel voor universitair docenten in onbruik geraakt.

Door te promoveren met een proefschrift toont men aan zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te kunnen verrichten; door te habiliteren met een Habilitationschrift gebeurt hetzelfde eigenlijk opnieuw, waarbij ook de geschiktheid wordt beoordeeld om onderwijs te geven. Het is vooral in Duitsland eigenlijk een soort diploma voor hoogleraar. Samen met het verzorgen van een openbaar college ten overstaan van een beoordelingscommissie is het nog vrijwel overal in Duitsland een voorwaarde om een hoogleraarspost waardig te zijn. Men verkrijgt de zogeheten venia legendi (Latijn voor verlof om te lezen) om onderwijs te geven in een aantal specifiek benoemde vakgebieden. De Technische Universiteit te Braunschweig is een van de eerste Duitse universiteiten die deze eis heeft laten vallen.

Een dergelijke tweede promotie past in een systeem waarin de eerste promotie duidelijk lichter is dan een Nederlandse promotie. Zo is in de geneeskunde een Duitse Habilitation qua wetenschappelijke waarde vergelijkbaar met een Nederlandse promotie. Van de Duitse juristen promoveert ongeveer de helft. Het aantal juristen dat zich daar ook "habilitiert" is vergelijkbaar met het (geringe) percentage juristen dat in Nederland promoveert.

In Frankrijk was er tot 1988 een tweede proefschrift, de "thèse d'état", nu is er ook een Habilitation.

In Nederland is dit nooit in gebruik geweest. In dit land kan zelfs iemand zonder universitair diploma hoogleraar worden, wat vooral gebeurt in praktijkgerichte vakken zoals bouwkunde (architectuur).

In België bestond vroeger de zogenaamde “aggregatie voor het hoger onderwijs”, een zeer vergelijkbaar diploma; alleen was het in België de facto juridisch overbodig, omdat men ook zonder die graad tot hoogleraar kon benoemd worden, wat in de meeste faculteiten heel vaak gebeurde. Het hoger aggregaat was echter populair in de geneeskunde. Door af te studeren, verkreeg een arts de titel (medicinae) doctor zonder proefschrift, en aan wie in wetenschappelijk medisch onderzoek geïnteresseerd was, bood het aggregaat voor het hoger onderwijs een academische graad verkregen op proefschrift, equivalent aan het doctoraat. Door artikel 184 van het Decreet betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap van 12 juni 1991[1] echter werd “de graad van geaggregeerde voor het hoger onderwijs, uitgereikt vóór 1 januari 1995, gelijkgesteld met de graad van doctor op proefschrift”. Vanaf 1995 bestaat die graad dus niet meer in Vlaanderen.

Bronnen, noten en/of referenties