Herbert Kroemer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Herbert Kroemer
25 augustus 1928
Afbeelding gewenst
Geboorteland    Duitsland
Geboorteplaats    Weimar
Nobelprijs voor de    Natuurkunde
In    2000
Reden    "Voor het ontwikkelen van halfgeleider heterostructuren die worden gebruikt in zeer snelle opto-elektronica"
Samen met    Zjores Ivanovitsj Alferov
Gedeeld met    Jack Kilby
Voorganger(s)    Gerardus 't Hooft
Martinus Veltman
Opvolger(s)    Eric Allin Cornell
Wolfgang Ketterle
Carl Edwin Wieman
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Herbert Kroemer (Weimar, 25 augustus 1928) is een Duits natuurkundige die in 2000 de helft van de Nobelprijs voor de Natuurkunde won met Zjores Ivanovitsj Alferov "voor het ontwikkelen van halfgeleider heterostructuren die worden gebruikt in zeer snelle opto-elektronica". De andere helft van de Nobelprijs ging naar Jack Kilby.

Biografie[bewerken]

Na het eindexamen aan het Friedrich-Schiller-gymnasium in Weimar begon Kroemer in 1947 aan een studie natuurkunde aan de Universiteit van Jena. Hier bezocht hij onder andere de colleges van Friedrich Hund. Toen hij tijdens de Berlijnse luchtbrug een stage in Berlijn volgde greep hij de mogelijkheid aan om naar het Westen te vluchten. Hij zette zijn studie voort aan het Georg-August-Universität Göttingen. In 1952 promoveerde hij onder Richard Becker op het gebied van de theoretische natuurkunde over effecten van hete elektronen in transistoren. Aansluitend werkte hij als "toegepast theoreticus" – zoals hij zichzelf noemde – in FTZ van de Deutsche Post.

In 1954 vertrok hij naar de Verenigde Staten en werkte hij bij verscheidene onderzoeksinstituten in Princeton en Palo Alto. Hij doceerde van 1968 tot 1976 als hoogleraar elektrotechniek aan de Universiteit van Colorado te Boulder en stapte aansluitend over naar de Universiteit van Californië - Santa Barbara (UCSB).

Werk[bewerken]

Kroemer had een voorkeur te werken aan problemen die vooropliepen op de mainstreamtechnologie. In de jaren 1950 vond hij de drifttransistor uit en hij was de eerste die aangaf dat voordelen verkregen kon worden in verscheidene halfgeleidercomponenten door heterojuncties in deze componenten te integreren. In 1963 stelde hij het concept voor van de dubbele heterostructuurlaser, die nu een centraal concept is van halfgeleiderlasers. Hiermee werd het mogelijk deze te gebruiken op kamertemperatuur en leidde tot de toepassing van diodelasers in cd-spelers, glasvezel en andere toepassingen. Kroemer werd een pionier in moleculaire bundelepitaxie, zich richtend om deze technologie toe te passen op nog niet eerder geteste nieuwe materialen.

Kroemer is samen met Charles Kittel auteur van het boek Thermal Physics over statistische thermodynamica. Daarnaast was hij een van de auteurs van het boek Quantum Mechanics for Engineering, Materials Science and Applied Physics.

Erkenning[bewerken]

Voor zijn werk werd Kroemer onderscheiden met onder andere de J.J. Ebers Award (1973), Heinrich-Welker-medaille (1982), de IEEE Jack Morton Award (1986) en de Alexander-von-Humbolt-onderzoeksprijs (1994). In 2002 won hij de IEEE Medal of Honor "voor bijdragen aan hoog-frequentie transistoren en hete elektroncomponenten, voornamelijk heterostructuurcomponenten van heterostructuur bipolaire transistoren naar lasers, en hun moleculaire bundelepitaxie technologie".[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Herbert Kroemer. IEEE Global History Network Geraadpleegd op 13 december 2011 "For contributions to high-frequency transistors and hot-electron devices, especially heterostructure devices from heterostructure bipolar transistors to lasers, and their molecular beam epitaxy technology."