James Rainwater

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  James Rainwater
9 december 191731 mei 1986
Afbeelding gewenst
Geboorteland Verenigde Staten
Geboorteplaats Council
Plaats New York City
Nobelprijs Natuurkunde
Jaar 1975
Reden "Voor de ontdekking van het verband tussen collectieve beweging en deeltjesbeweging in atoomkernen, en de ontwikkeling van de theorie van de structuur van de atoomkern gebaseerd op dit verband."
Samen met Aage Bohr
Ben Mottelson
Voorganger(s) Martin Ryle
Antony Hewish
Opvolger(s) Burton Richter
Samuel Ting
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Leo James Rainwater (Council, 9 december 1917New York, 31 mei 1986) was een Amerikaans natuurkundige die in 1975 samen met Aage Bohr en Ben Mottelson de Nobelprijs voor de Natuurkunde won voor de ontdekking van het verband tussen collectieve beweging en deeltjesbeweging in atoomkernen, en de ontwikkeling van de theorie van de structuur van de atoomkern gebaseerd op dit verband.

Biografie[bewerken]

James Rainwater werd geboren in Idaho als zoon van Leo Jasper Rainwater en Edna Eliza Teague, maar verhuisde later met zijn moeder en grootmoeder naar Hanford (Californië), nadat zijn vader was overleden in de grote Spaanse griepepidemie van 1918. Hij werd grootgebracht door zijn moeder en stiefvader George Fowler. In 1939 verkreeg hij zijn bachelorgraad aan het California Institute of Technology (met natuurkunde als hoofdvak) en promoveerde in 1946 aan de Columbia-universiteit.

In maart 1942 huwde hij Emma Louise Smith; samen kregen ze drie zonen: James, Robert en William. Hun dochtertje Elizabeth Anne overleed in haar kinderjaren aan leukemie.

Tijdens de oorlog werkte hij aan het Amerikaan atoombomproject. In 1946 trad hij toe tot de faculteit natuurkunde van de Columbia-universiteit, eerst als lector en daarna als docent. Vanaf 1952 was hij er hoogleraar natuurkunde. In 1982 werd hij benoemd tot Pupin Professor of Physics, een positie die bij vier jaar lang behield.

In 1949 ontwikkelde Rainwater zijn hypothese van de 'gedeformeerde kern'. In tegenstelling tot wat tot dan toe werd aangenomen, kwam hij met het conceptidee dat atoomkernen niet alleen zuiver bolvormig zijn, maar – afhankelijk van het aantal kerndeeltjes – ook afgeplat of sigaarvormig zouden kunnen zijn. Zijn ideeën werden later getest en bevestigd door experimenten van Bohr en Mottelson in Kopenhagen.

Bronnen, noten en/of referenties