Simon van der Meer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Simon van der Meer
24 november 1925 – 4 maart 2011
Simon van der Meer (links) bij ontvangst op Huis ten Bosch met Koningin Beatrix en Prins Claus
Simon van der Meer (links) bij ontvangst op Huis ten Bosch met Koningin Beatrix en Prins Claus
Geboorteland Nederland
Geboorteplaats Den Haag
Nationaliteit Nederlands
Plaats van overlijden Genève
Nobelprijs Natuurkunde
Jaar 1984
Reden "Voor hun beslissende bijdragen aan het grote project dat leidde tot de ontdekking van de velddeeltjes W en Z die verantwoordelijk zijn voor het overbrengen van de zwakke kernkracht."
Samen met Carlo Rubbia
Voorganger(s) William Fowler
Subramanyan Chandrasekhar
Opvolger(s) Klaus von Klitzing
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Simon van der Meer (Den Haag, 24 november 1925Genève, 4 maart 2011) was een Nederlands ingenieur (Ir.) en natuurkundige. Voor de ontdekking van het W-boson en het Z-boson kreeg hij met Italiaan Carlo Rubbia in 1984 de Nobelprijs voor de Natuurkunde. Beide deeltjes werden voorspeld door Gerard 't Hooft en Martinus Veltman in 1972.

Jeugd[bewerken]

Hij werd geboren als derde kind van Pieter van der Meer en Jetske Groeneveld. Zijn vader was leraar en zijn moeder kwam uit een familie van leraren. Van der Meer volgde zijn middelbaar onderwijs aan het Christelijk Gymnasium Sorghvliet waar hij in 1943 zijn examen haalde. De volgende twee jaar bleef hij als leerling aan het gymnasium actief omdat de universiteiten wegens de bezetting gesloten waren. De laatste maanden van de oorlog moest hij onderduiken.

Studie en werk[bewerken]

Na de oorlog studeerde Van der Meer van 1945 tot 1952 technische natuurkunde aan de (toenmalige) Technische Hogeschool in Delft en werkte na zijn afstuderen vier jaar in Eindhoven bij het Philips NatLab aan elektronenmicroscopie en hoogspanningsapparatuur. Vanaf 1956 tot aan zijn pensionering in 1990 werkte hij bij het CERN in Zwitserland, waar hij deeltjesversnellers en opslagringen bouwde. Zo was hij een van de initiatiefnemers van de Large Electron-Positron Collider (LEP), de voorloper van de Large Hadron Collider (LHC) die momenteel bij het CERN in gebruik is.

In de 1972 bedacht hij een manier om de spreiding van deeltjesbundels tegen te gaan. Zijn methode van stochastische koeling zorgde ervoor dat deeltjes in een versneller beter te beheersen waren.[1] Stochastische koeling is een techniek om een ijle antiprotonenbundel te laten 'koelen' tot een zeer geconcentreerde bundel zodat, ondanks het relatief geringe aantal antiprotonen, toch een grote botsingskans in een proton-antiprotonbotsing kan worden bereikt. In 1983 gebruikte Carlo Rubbia deze techniek om de geladen subatomaire deeltjes W+ en W- en het neutrale Z0-boson te ontdekken. Alle drie de elementaire deeltjes zijn verantwoordelijk voor het overbrengen van de zwakke kernkracht.

Daarnaast is Van der Meer de bedenker van de neutrinohoorn, ook wel 'hoorn des overvloeds' (horn of plenty) genoemd, een methode om gefocusseerde neutrinobundels te maken. Dit gaat met behulp van een grote metalen buis waar een 300 kA krachtige stroompuls door wordt gestuurd op het moment dat er een bundel pionen langskomt. Vanaf de jaren zeventig heeft deze techniek een belangrijke rol gespeeld in de deeltjesfysica met neutrinobundels, waaronder de ontdekking van de neutrale zwakke stroom bij het CERN.

Trivia[bewerken]

  • Van der Meer vertelde dat hij de beste ingevingen kreeg als hij thuis aan het lummelen was: "Je moet open staan om warrige, rare ideeën uit te werken. Als je denkt: dat is krankzinnig, dat ziet iedere gek, dan moet je het juist niet aan de kant schuiven". [2]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • (en) Autobiografie Simon van der Meer op Nobelprize.org
  • Jaap Faber, Simon van der Meer was grondlegger deeltjesversneller CERN, Technisch weekblad, jaargang 42 – week 10, 12 maart 2011
  • (nl) Sijbrand de Jong, Canon van de Natuurkunde, Veen Magazines, 2009, blz.292-296 ISBN 978-90-857-1235-0.