Kenneth Wilson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Kenneth Wilson
8 juni 193615 juni 2013
Afbeelding gewenst
Geboorteplaats    Waltham
Nationaliteit    Amerikaans
Plaats van overlijden    Saco, Maine
Nobelprijs voor de    Natuurkunde
In    1982
Reden    "Voor zijn theorie rond kritische verschijnselen samenhangend met faseovergangen."
Voorganger(s)    Nico Bloembergen
Arthur Schawlow
Kai Manne Börje Siegbahn
Opvolger(s)    Subramanyan Chandrasekhar
William Fowler
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Kenneth Geddes Wilson (Waltham, 8 juni 1936Saco, 15 juni 2013) was een Amerikaans theoretisch natuurkundige. In 1982 won hij de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor zijn theorie rond kritische fenomenen samenhangend met faseovergangen.

Biografie[bewerken]

Wilson werd geboren in de staat Massachusetts als oudste van zes kinderen van de vooraanstaande scheikundige Edgar Bright Wilson (1908-1992) en Emily Buckingham. Als Putman-fellow studeerde hij wiskunde aan de Harvard-universiteit (bachelor in 1956) en promoveerde in 1961 aan CalTech onder professor Murray Gell-Mann met een thesis over de kwantumveldentheorie.

Na een korte stage bij het CERN werd hij in 1963 assistent-professor aan de Cornell-universiteit in New York, vanaf 1970 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar in de natuurkunde. De reden waarom Wilson voor deze universiteit koos was omdat het landelijk gelegen was en een uitstekende reputatie had op het gebied van volksdansen, zijn grootste hobby. Van 1985 tot 1988 gaf hij daarnaast leiding aan het Cornell Theory Center, een van de vijf nationale supercomputercentrums in de Verenigde Staten opgericht door de National Science Foundation.

Hij ontving in 1982 de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor de ontwikkeling van zijn theorie die faseovergangen beschrijft die plaatsvinden nabij kritische punten. Faseovergangen zijn veranderingen die optreden in natuurkundige fasen van stoffen, zoals het smelten van ijs waarbij water overgaat van vast naar vloeibaar. Kritische punten zijn de temperatuur en de druk waarbij de overgang plaatsvindt. Twee jaar eerder, in 1980, was hij medewinnaar van de Wolfprijs in de natuurkunde, samen met Michael Fisher en Leo Kadanoff.

Wilson richtte zijn onderzoek op complete faseovergangen, zoals de kenmerkende temperatuur (Curiepunt) waarbij een ferromagnetisch materiaal zijn magnetisme verliest. Zijn aanpak was om een faseovergang op te delen in kleinere, makkelijkere te bestuderen subunits. Vervolgens paste hij de theorie van de renormalisatie toe op deze subunits om te voorspellen wanneer en onder welke omstandigheden de faseovergang optreedt.[1]

Ook een belangrijke bijdrage aan de wetenschap was het antwoord op de vragen: "Wat is kwantumveldentheorie?" en "Wat wordt bedoeld met renormalisatie". Wilson ontwikkelde de filosofie en techniek van de renormalisatiegroep, die hij toepaste op zowel de statische mechanica alsmede in de kwantummechanica.

Van 1988 tot 2008 was hij hoogleraar aan de Ohio State University in Columbus. Hier richtte zijn onderzoek zich op computersimulaties en modellering van een aantal natuurkundige verschijnselen. Hij woonde sindsdien in Gray, Maine. Hij overleed in het Southern Maine Medical Center in Saco in juni 2013.[2]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. K.G. Wilson (1971). Renormalization Group and Critical Phenomena I. Physical Review B 4 (9): 3174-3183 . DOI:10.1103/PhysRevB.4.3174.
  2. (en) Kenneth Wilson dies at 77; physicist won Nobel Prize. Los Angeles Times (20 juni 2013)

Externe links