Atoombommen op Hiroshima en Nagasaki

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De paddenstoelwolk boven Nagasaki

De atoombomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki zijn twee aanvallen met atoombommen die in 1945 door de Amerikaanse luchtmacht zijn uitgevoerd. Op 6 augustus werd de Japanse havenstad Hiroshima gebombardeerd en op 9 augustus de stad Nagasaki. Kort daarna capituleerde Japan onvoorwaardelijk. Hiermee kwam een eind aan de Tweede Wereldoorlog. Tevens leidden de atoombomaanvallen tot de onafhankelijkheid van de Aziatische landen die Japan tijdens de oorlog had veroverd.

Eind 1945 waren als gevolg van de aanvallen circa 250.000 mensen om het leven gekomen. Als gevolg van stralingsziekte en kanker zouden nog enige honderdduizenden slachtoffers zijn gevallen.

Achtergrond[bewerken]

Nadat Albert Einstein president Roosevelt per telegram waarschuwde dat Hitler mogelijk een nieuwe bom ontwikkelde die in één klap hele steden kon vernietigen, begonnen de Amerikanen in 1939 aan het zogeheten Manhattanproject met als doel een atoombom te ontwikkelen en voldoende splijtbaar materiaal te produceren voor zo'n bom. In 1943 werd het onderzoek grotendeels naar Los Alamos verplaatst. Amerikaanse wetenschappers haastten zich om de kracht van het atoom te ontsluiten omdat gevreesd werd dat ook nazi-Duitsland aan een kernbom werkte. Dit was inderdaad zo, maar het Duitse project is nooit goed van de grond gekomen en toen Duitsland op 8 mei 1945 capituleerde had nog geen enkel land een werkend prototype voltooid. Op 16 juli vond de eerste test-explosie plaats (Trinity). Vervolgens kwamen twee atoombommen gereed voor gebruik, namelijk een uraniumbom (Little Boy) en een plutoniumbom (Fat Man). Er zou lang zijn nagedacht of deze bommen ook ingezet moesten worden. Veel geleerden zoals Joseph Rotblatt waren tegen: de bom was ontwikkeld om Hitler voor te zijn, maar nu was Duitsland verslagen. Uiteindelijk besloten de VS de bom tegen Japan te gebruiken. Het hierbij gehanteerde argument was dat een atoombomaanval de oorlog met Japan zou bekorten waardoor onder meer veel Amerikaanse soldatenlevens gespaard zouden blijven. De Amerikaanse ervaringen op Okinawa speelden hierbij een belangrijke rol. Tijdens de slag om Okinawa (van 1 april tot 21 juni 1945) hadden de Amerikanen als gevolg van felle Japanse tegenstand en kamikazeaanvallen onverwacht hoge verliezen geleden. Het Amerikaanse leger redeneerde dat het veroveren van het vasteland van Japan op vergelijkbare tegenstand zou stuiten en nog veel meer doden zou kosten. Jarenlang werd het getal van 500.000 tot meer dan een miljoen Amerikaanse doden genoemd in het geval van een invasie op de Japanse thuiseilanden. Deze aantallen worden tegenwoordig als schromelijk overdreven beschouwd.

Inzet[bewerken]

AtomicEffects-p7a.jpg
Hiroshima voor de bom
AtomicEffects-p7b.jpg
Hiroshima na de bom
Nagasaki voor en na de bom.

Op 10 mei, twee dagen na de capitulatie van nazi-Duitsland, begon te Los Alamos een tweedaags overleg over mogelijke doelwitten van atoombomaanvallen op Japan. Gekozen werd in eerste instantie voor Yokohama, Hiroshima, Kokura, Niigata en Kioto.[1] De laatste stad werd geschrapt omdat in deze stad veel historische tempels stonden. Het pleidooi voor het schrappen van Kioto als doel wordt gewoonlijk toegeschreven aan japanoloog Edwin Reischauer, maar deze heeft dat ontkend. Volgens Reischauer zou Henry Stimson, die er enkele decennia eerder zijn huwelijksreis had gemaakt, Kioto van de lijst hebben geschrapt. Uiteindelijk viel de keuze op Hiroshima. Deze stad had een belangrijke industriële en militaire betekenis en was tijdens de voorafgaande conventionele bombardementen redelijk gespaard gebleven, zodat het effect van een atoombomaanval goed zou kunnen worden nagegaan. De omringende bergen zouden de kracht van de explosie gedeeltelijk focussen op de stad waardoor de verwoesting nog heviger zou zijn. Bovendien was dit de enige grote Japanse stad zonder krijgsgevangenenkamp, zodat er geen slachtoffers onder de eigen troepen zouden vallen.

Van 17 juli tot 2 augustus vond in Berlijn de conferentie van Potsdam plaats. Een dag eerder hadden de Amerikanen met succes een proefexplosie uitgevoerd, de Trinity-test. De Amerikaanse president Harry S. Truman was opgetogen wegens het goede nieuws en meldde tijdens de conferentie aan de Russische dictator Jozef Stalin dat hij een nieuw en krachtig wapen tot zijn beschikking had. Stalin, die ironisch genoeg dankzij Sovjet-spionage lang voor Truman op de hoogte was dat de Amerikanen een atoomwapen ontwikkelden, moedigde Truman aan om alle mogelijke wapens te gebruiken om de oorlog zo snel mogelijk te beëindigen. Op 26 juli werd de verklaring van Potsdam uitgegeven. Hierin legden de leiders van de landen die tegen Japan vochten, Harry S. Truman, Winston Churchill en de Chinese leider Chiang Kai-shek, de voorwaarden voor de Japanse overgave vast. Bepaald werd dat Japan zich onvoorwaardelijk zou moeten overgeven, daar het anders direct en totaal zou worden verwoest. Maar voor de Japanners was een onvoorwaardelijke overgave ondenkbaar, omdat zij vreesden voor de goddelijke positie van de keizer (kokutai). Zonder dat de Japanners het beseften werden de voorbereidingen voor de eerste atoombomaanval in de geschiedenis afgerond. Het gebruik van de atoombom moet ook in een ruimere context bekeken worden. Zonder de oorlog in Japan zou de VS niet snel een mogelijkheid krijgen om de impact van het wapen te tonen aan de wereld, en meer bepaald aan Moskou. Deze gebeurtenis kadert dus ook in de oplopende spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Hiroshima[bewerken]

Hiroshima, na het bombardement

Een team onder leiding van Paul Tibbets vloog de bom Little Boy op 6 augustus in de B-29 bommenwerper Enola Gay van Tinian naar Hiroshima en wierp de bom op 9500 m hoogte boven de stad af. De explosieve kracht bedroeg ongeveer 63 TJ, wat overeenkomt met 15 kiloton TNT. Tijdens de aanval had de stad ongeveer 255.000 inwoners. Toen Little Boy om 8.15 uur 's morgens explodeerde, kwamen vrijwel direct 78.000 mensen om het leven als gevolg van de enorme drukgolf en de intense hitte die bij de explosie vrijkwam. Een vergelijkbaar aantal mensen raakte gewond. In de daaropvolgende dagen stierven nog veel mensen als gevolg van stralingsziekte.

Het duurde enkele uren voordat men zich elders in Japan realiseerde dat in Hiroshima iets verschrikkelijks was gebeurd. De uitzending van de nationale omroep was in Hiroshima weggevallen, de belangrijkste telegraaflijn van het land was iets ten noorden van de stad verbroken, en vanuit kleine spoorwegstations in de buurt kwamen verwarde berichten over een enorme explosie die zou hebben plaatsgevonden. Ook de verbindingen met het militaire hoofdkwartier in Hiroshima leken weggevallen. Pas nadat vanuit Tokio een verkenningsvliegtuigje met een piloot en een stafofficier naar de stad was gestuurd, werd duidelijk dat zich daar een ramp van ongekende omvang had voorgedaan. Al op 160 kilometer van de stad was een enorme rookkolom zichtbaar, meldde de tweekoppige bemanning. Het vliegtuig cirkelde rond de stad, landde iets ten zuiden ervan, waarna de officier de verwoestingen rapporteerde aan het hoofdkwartier in Tokio.

Japan wenste zich echter nog niet onvoorwaardelijk over te geven. De Japanse regering wilde aan overgave vier voorwaarden stellen: behoud van de goddelijke positie van de keizer; ontwapening en demobilisatie onder verantwoordelijkheid van het keizerlijk hoofdkwartier; geen Amerikaanse bezetting; en de berechting van Japanse oorlogsmisdadigers zou aan de Japanse regering moeten worden toevertrouwd. Nu Japan zich nog steeds tegen onvoorwaardelijk overgave verzette besloten de Amerikanen een tweede atoombom af te werpen, ditmaal boven Kokura.

Nagasaki[bewerken]

Een team onder leiding van Charles Sweeney ging op 9 augustus in de B-29 Bockscar met de bom Fat Man op weg naar Kokura, waar zich veel oorlogsindustrie bevond. Boven Kokura hing echter veel bewolking en Sweeney had opdracht de aanval op zicht uit te voeren. Nadat drie aanlopen waren afgebroken, werd uitgeweken naar het alternatieve doel, Nagasaki. Omdat ook daar het zicht slecht was, werd het doelwit gemist. Bommenrichter Frederick Ashworth wierp de bom af op ongeveer drie mijl van het doelwit. Daardoor vond de explosie gedeeltelijk boven dunbevolkt gebied plaats.

Bij de aanval vielen 39.000 doden en 25.000 gewonden, aanzienlijk minder dan bij de aanval op Hiroshima.[2] 9 van de slachtoffers waren Nederlanders. Dat waren allen krijgsgevangenen.[3]

Capitulatie[bewerken]

De overgave van Japan op de USS Missouri

Als klap op de vuurpijl was de Sovjet-Unie op 8 augustus, ondanks het non-agressiepact dat het met Japan ondertekend had, Mantsjoekwo (Mantsjoerije) binnengevallen. De regering van Japan besloot na dit alles te capituleren op voorwaarde dat de soevereiniteit van de keizer zou erkend worden. De Geallieerden lieten echter weten dat de regeringsvorm na het beëindigen van de oorlog slechts door de wil van het volk zou worden bepaald.

Op 12 augustus besloot keizer Hirohito tot de overgave. Bij de vergaderingen hierover werden de atoombommen nauwelijks genoemd.[4]

Hirohito nam op 14 augustus een radiorede op, die de volgende dag werd uitgezonden. In deze historische toespraak, ook wel de 'gyokuonhoso' oftewel 'uitzending van de keizerlijke stem' genoemd, richtte de keizer zich voor het eerst in de Japanse geschiedenis rechtstreeks tot het volk. De toespraak zorgde voor enige verwarring onder de luisteraars. De keizer sprak namelijk in verouderd Japans, dat voor de gewone Japanner moeilijk te verstaan was en de kwaliteit van de geluidsopname was niet al te best. Bovendien had de keizer het niet over overgave, maar over 'het aanvaarden van de Verklaring van Potsdam'. De conservatieve krachten binnen de legertop voelden ondanks de twee atoombommen nog steeds niets voor een dergelijke oneervolle overgave en hadden de avond voordien nog geprobeerd de grammofoonplaat met de toespraak erop te vernietigen. Pittig detail: volgens geruchten zou de opname vanuit het paleis in een wasmand met damesondergoed naar de radiostudio gesmokkeld zijn. Het capitulatiekabinet van Suzuki Kantaro trad af en werd opgevolgd door het Higashikuni Nomiya, aangesteld door de keizer.

Op 2 september werd de capitulatie officieel ondertekend aan boord van de U.S.S. Missouri, een Amerikaans slagschip in de baai van Tokyo. Voor Japan tekenden Shigemitsu Mamoru, de minister van Buitenlandse Zaken, en generaal Umezu Yoshijiro, voor de Verenigde Staten tekende generaal Douglas MacArthur.

Slachtoffers[bewerken]

Beeld van enkele slachtoffers; de honderdduizenden overlevenden kampten met zware verminkingen, grote brandwonden, diverse vormen van kanker.
Slachtoffer van de atoombom, 1945

In de jaren na de aanval op Hiroshima was kanker de belangrijkste doodsoorzaak. Ook het aantal miskramen in het gebied rond Hiroshima vertoonde een sterk stijgende lijn. Door de na-effecten als gevolg van de ioniserende straling liep het dodental uiteindelijk op tot ongeveer 140.000 eind 1945. Volgens een in 2004 afgerond onderzoek door de gemeente Hiroshima, heeft Little Boy in totaal 237.062 levens gekost. In Nagasaki zouden nog zo'n 70.000 mensen zijn omgekomen, onder meer als gevolg van leukemie.

Hibakusha[bewerken]

De overlevenden van de beide atoombomaanvallen worden hibakusha (被爆者) genoemd. Op 31 maart 2007 telde Japan 251.834 hibakusha. In Japan bestond aanvankelijk weinig kennis over de effecten van nucleaire straling, en de overlevenden werden hevig gediscrimineerd. In 1956 richtten zij een vereniging op, Nihon Hidankyo, die bij de overheid een toelage afdwong. Als hibakusha worden beschouwd;

  • mensen die zich op het moment van de aanval binnen een paar kilometer van het hypocentrum bevonden,
  • mensen die zich in de eerste twee weken na de aanvallen binnen twee kilometer van het hypocentrum bevonden,
  • mensen die zijn blootgesteld aan fall-out,
  • baby's van zwangere vrouwen uit elk van de categorieën hierboven.

Een deel van de hibakusha werd in de Verenigde Staten aan de gevolgen van de atoombomaanvallen behandeld. Hibakusha strijden ook tegen atoombewapening.

Tot de overlevenden behoorden ook circa veertigduizend Koreaanse dwangarbeiders, die na de oorlog vrijwel allemaal naar Korea terugkeerden. Bij een verdrag dat in 1965 werd gesloten zag Zuid-Korea af van schadevergoeding. In 2005 werd de Japanse regering echter veroordeeld tot schadevergoeding aan veertig van de Koreaanse slachtoffers.

Herdenkingen, musea[bewerken]

Zowel in Hiroshima als in Nagasaki werd in 1955 een vredespark ingericht en een museum gebouwd dat gewijd is aan de atoombomaanval. Hiroshima heeft daarnaast een vredesmonument dat bestaat uit de ruïne van een tentoonstellingsgebouw dat als enige gebouw in het centrum van de stad de aanval doorstond.

Op 9 augustus 1996, precies 51 jaar na de aanval, werd in Nagasaki een nieuw museum geopend.

De aanvallen op Hiroshima en Nagasaki worden ter plaatse elk jaar herdacht. De namen van de in het afgelopen jaar overleden hibakusha worden jaarlijks aan de cenotaven toegevoegd.

Zie ook[bewerken]

Literatuur
  • Ickmans, E. (1997) De nucleaire aanvallen op Hiroshima en Nagasaki : studie van de mogelijke politieke en diplomatieke oorzaken langs zowel Japanse als Amerikaanse kant. Thesis
  • Hershey, J. (1989) Hiroshima. New York: Random House.
  • De Ment, J. (1945) Uranium and atomic power. Brooklyn: Chemical publ. co.
  • Vande Walle, W. (2007) Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power. Leuven: Acco
  • Hogan, M. J. (1996) Hiroshima in History and Memory. Cambridge: Cambridge University Press

Referenties