Maria van Brabant (1226-1256)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Maria van Brabant (1225 - 18 januari 1256) was een dochter van hertog Hendrik II van Brabant en van Maria van Zwaben.

Zij huwde in 1254 met Lodewijk II van Beieren. Toen haar echtgenoot op krijgstocht was in de Rijnpalts, schreef zij een brief naar hem en ook naar een bevriend ridder om haar echtgenoot te bewegen terug naar huis te komen. De brieven werden echter verwisseld en uit de bewoordingen in de brief, meende Lodewijk II te kunnen afleiden dat zijn vrouw hem ontrouw was. Hij liet zijn vrouw onmiddellijk onthoofden. Twee hofdames ondergingen hetzelfde lot.

Lodewijk II erkende later dat hij zijn vrouw ten onrechte had laten ombrengen en stichtte als boete het cisterciënzersklooster van Fürstenfeldbruck. Uit later onderzoek is gebleken dat politieke motieven aan de basis kunnen gelegen hebben van de moord en de ontrouw slechts een voorwendsel was, aangezien Maria verwant was met de Duitse koning Willem van Holland.