Max und Moritz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Max en Maurits
Max und Moritz – Eine Bubengeschichte in sieben Streichen
Land van oorsprong Duitsland
Genre humoristische strip, tekststrip, kinderstrip
Creatieteam
Schrijver(s) Wilhelm Busch
Tekenaar(s) Wilhelm Busch
Publicatie
Publicatiemedia boek
Eerste publicatie 4 april 1865
Portaal  Portaalicoon   Strip
Links Max, rechts Moritz

Max und Moritz, in het Nederlands Max en Maurits, is een Duits geïllustreerd verhaal, geschreven en getekend door Wilhelm Busch uit 1865. Het bestaat uit tekeningen met bij elk prentje rijmende tekstregels. In die zin wordt het gezien als een verre voorloper van het stripverhaal en ook vaak genoemd als één van de eerste strips.

Max en Moritz zijn twee kwajongens die hun dorp onveilig maken. Ze halen in totaal zeven streken uit, waarvan de laatste slecht afloopt voor hen.

Deze reeks inspireerde in 1893 Rudolph Dirks' stripreeks The Katzenjammer Kids, waarbij de twee hoofdpersonages haast exacte kopieën zijn van Max en Moritz qua uiterlijk en gedrag.

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.
De weduwe ziet wat er met haar kippen is gebeurd

Eerste streek: Max en Moritz vangen de kippen van de weduwe Bolte met stukjes brood, die met touw aan elkaar vast zijn gemaakt. De kippen vliegen zich vast in de boom, waar ze door de weduwe uit hun lijden worden verlost.

Waar zijn de kippen gebleven?

Tweede streek: De weduwe Bolte wil de kippen gaan braden, maar terwijl ze even in de kelder is, hengelen Max en Moritz de kippen door de schoorsteen omhoog. Het hondje Spitz krijgt de schuld.

De kleermaker valt in het water

Derde streek: Kleermaker Böck is nu het slachtoffer. Max en Moritz zagen het houten bruggetje voor zijn huis bijna door, waardoor de arme kleermaker in de ijskoude beek belandt.

Meester Lämpel heeft de explosie nog net overleefd

Vierde streek: Schoolmeester en kerkorganist Lämpel steekt nietsvermoedend zijn pijp aan als hij thuiskomt uit de kerk. Max en Moritz hebben er tijdens de kerkdienst buskruit in gestopt. Het resultaat laat zich raden.

Max en Moritz verzamelen meikevers

Vijfde streek: Nu is Oom Fritz aan de beurt. Hij wil gaan slapen, maar daar komt weinig van terecht doordat Max en Moritz zijn bed hebben volgestopt met meikevers.

De bakker schuift de jongens in de oven

Zesde streek: Deze keer loopt het bijna verkeerd af. Max en Moritz gaan krakelingen stelen bij de bakkerij. Helaas vallen ze in de deegbak, juist op het moment dat de bakker weer terugkomt. De bakker bakt twee broodjes van de deegmannetjes; maar als ze uit de oven komen blijkt dat ze nog leven en ze knagen zich een weg naar buiten.

"Maal dit even, zo snel je kunt."

Laatste streek: Max en Moritz hebben het gemunt op boer Mecke: ze snijden gaten in de graanzakken. Als de boer de zakken naar de korenmolen wil brengen, stroomt het graan eruit. Maar de boer krijgt hen te pakken. Hij stopt de kwajongens in een zak en doet daarmee wat hij met het graan had willen doen: hij brengt ze naar de molen. De restanten van Max en Moritz worden aan de eenden gevoerd. De dorpsbewoners zijn blij dat het eindelijk voorbij is met de plagerijen.