Militair-industrieel complex

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het militair-industrieel complex is een bundeling van de belangen van het politieke leiderschap, het militaire leiderschap en de wapenindustrie. Vaak, maar niet altijd, heeft de term betrekking op de Verenigde Staten.

De term werd voor het eerst beschreven door de Amerikaanse socioloog Charles Wright Mills in zijn boek 'The power elite' (1956). De uitdrukking werd verder ook gebruikt door de voormalige president van de Verenigde Staten en generaal Dwight D. Eisenhower. In zijn afscheidsrede als president op 17 januari 1961 waarschuwde hij de Amerikanen voor een vervlechting van de belangen en de invloed van het militair-industrieel complex. Men spreekt van een militair-industrieel complex wanneer zich de volgende verschijnselen voordoen:

  • Een sterke lobby door vertegenwoordigers van de militaire industrie
  • Talrijke persoonlijke contacten tussen vertegenwoordigers van het leger, de politiek en de wapenindustrie
  • Politici of hoge militairen die functies in de wapenindustrie vervullen

Sedert de aanslagen van 11 september en de strijd tegen terrorisme is ook in Europa het militair-industrieel complex deels geëvolueerd tot een veiligheidindustrieel complex, waarin de beveiligingsindustrie nauw samenwerkt met de overheid, onder meer voor het surveilleren van burgers. [1]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "'Security' is a more politically acceptable way of describing what was traditionally defence.", Tim Robinson, vice-president, Thales' security division, 13 december 2006, geciteerd in R. Jespers, Big brother in Europe, ISBN 9789064456183, p. 281.