Modulatie (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de muziektheorie wordt onder modulatie de verandering van toonsoort verstaan.

Dit betekent, dat modulatie alleen mogelijk is in tonale muziek. De modulatie kan plotseling of geleidelijk geschieden, maar verloopt doorgaans middels een cadens. Bij de plotselinge modulatie is er sprake van het plotseling optreden van akkoorden uit een andere toonsoort, in de vorm van een cadens. Bij de geleidelijke modulatie wordt via een of meer gemeenschappelijke akkoord(en) de overgang naar de andere toonsoort eerst gemaskeerd, en pas bij de dominant hoorbaar. Het gemeenschappelijke akkoord heet spilakkoord.

In de tweede helft van de 19e eeuw ontstond een muziek, die continu moduleerde en zelden lang in een toonsoort verbleef. De latere opera's van Wagner en met name het werk van Skrjabin en Reger zijn goede voorbeelden van wat zwevende tonaliteit wordt genoemd; een muziek met weinig tonica's, en vooral veel (gealtereerde) subdominanten en dominanten.

Met behulp van een complete kwintencirkel kan men eenvoudig nagaan met welk kruis of welke mol men naar welke toonladder gaat. De kwintencirkel is gebaseerd op de zogenaamde kwintenrelatie tussen de tonaliteiten.

Om te kunnen spreken van modulatie moet er ook bevestiging plaatsvinden. Dit wil zeggen dat als je bijvoorbeeld van Do Majeur naar Sol Majeur (één kruis) moduleert, je een sol zult moeten gebruiken om te kunnen spreken over modulatie (bevestiging).

Het is noodzakelijk om modulatie niet te verwarren met harmonisch en melodisch mineur. Hierbij worden kruisen, dubbelkruisen of herstellingstekens gebruikt zonder dat er van modulatie sprake is.