Monopolygeld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een 'vintage' Monopoly-biljet, naast twee echte munten (Victoriaanse gouden sovereign, en een moderne £1 munt)

Monopolygeld is het speelgeld dat in het Monopolyspel wordt gebruikt. Ook wordt soms de term gebruikt om te verwijzen naar geld dat niets waard is in het dagelijks leven, of geld dat vrolijk bedrukt is.

Achtergrond[bewerken]

In het originele Monopolyspel bestaat een bank, die door een der spelers wordt beheerd. Deze bank heeft geld in de vorm van 'bankbiljetten' (eenzijdig bedrukte papieren briefjes) met een waardeaanduiding, oplopend met denominaties van:

  • 1 (wit)
  • 5 (roze)
  • 10 (geel)
  • 20 (groen)
  • 50 (blauw)
  • 100 (beige/bruin)
  • 500 (oranje)

In België bestonden indelingen in Belgische frank met andere waardeaanduidingen dan de bovengenoemde.

Op de biljetten stond naast het getal voor de waarde ook een huisje (vanwege het spelkarakter waarbij men met straten, huizen en hotels handelt) en een treintje (vanwege de vier stations) afgebeeld.

Per (land-)editie van het spel worden soms op het speelbord en de kaartjes bij het spel valutatekens van bestaande munteenheden als gulden, euro of dollar aangegeven. [1] Bij de meeste (nieuwere) versies wordt op de 'bankbiljetten' zelf geen valuta-aanduiding gebruikt. De nieuwere edities hebben soms ook hogere denominaties dan de oudere. Men kan bijvoorbeeld in sommige (ook Nederlandse) edities bedragen aantreffen op de biljetten en het speelbord van 100 of 10000 maal meer dan de bovengenoemde denominaties.

Gebruik in het spel[bewerken]

Bij aanvang van het spel ontvangt elke speler een afgemeten hoeveelheid van elk van deze 'bankbiljetten' voor gebruik in het spel. Het 'geld' kan gebruikt worden voor:

  • betalen: aan andere spelers, of afhankelijk van de kans- en algemeen fondskaarten aan de 'pot'. Ook kunnen er huizen en hotels en straten mee gekocht worden. Soms landt men op de waterleidingmaatschappij of het elektriciteitsbedrijf, en moet men ook betalen. Daarnaast kan men betalen om uit de gevangenis te geraken.
  • betaald worden: Men ontvangt van de bank salaris wanneer men langs start (in de Nederlandse versie ook wel 'af' genoemd) komt. Ook kan men van andere spelers geld ontvangen (huur, verkopen van straten). Er zijn ook kans- en algemeen fondskaarten die de speler geld opleveren. Wanneer men op 'vrij parkeren' belandt ontvangnt men het geld uit de 'pot'.

Op de kaartjes die de eigendom van straten en stations weergeven staan de prijzen vermeld, zoals huur onbebouwd, en huur bebouwd. Ook staat er aangegeven op het kaartje wat de kostprijs van de straat is en wat de straat aan 'hypotheek' kan opleveren. Men kan van de bank geld lenen in de vorm van een 'hypotheek'. Dat kan alleen op individuele straten in een onbebouwde serie straten van dezelfde plaats. De rente die men betaalt bij 'aflossing' is 10%. Huizen op bebouwde straten die aan de bank worden verkocht leveren 50% van de originele waarde op. Indien men 'in de gevangenis' belandt kan men onder voorwaarden zich weer 'vrij' kopen. In de officiële spelregels staat dat spelers elkaar geen geld mogen lenen. De speler die geen geld meer heeft verliest. De speler die aan het einde het meeste geld heeft is winnaar.

Waarde[bewerken]

Monopolygeld is geen wettig betaalmiddel en heeft geen nominale waarde. Geld van oudere monopoly-edities heeft echter wel verzamelwaarde gekregen.

Overdrachtelijk[bewerken]

In overdrachtelijke zin wordt de term monopolygeld op twee manieren gebruikt:

  • Geld dat in de praktijk bijna niets waard is (munteenheden die door grote inflatie bijna waardeloos zijn, zoals de voormalige Italiaanse lire of Chinese renminbi ooit voor westerlingen)
  • Geld dat in vrolijke of felle kleuren is gedrukt. De Nederlandse gulden, het laatste Nederlandse geld voor de invoering van de Euro, was van redelijk felle kleurtjes voorzien en werd daarom wel eens als monopolygeld aangeduid.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties