Moord op Emmett Till

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.
Opgegeven reden: verhalenderwijs geschreven

De moord op Emmett Till op 28 augustus 1955 in de Mississippi-delta, dichtbij het stadje Drew in Sunflower County, was een brute lynchpartij welke een katalysator vormde voor de prille burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten.

Slachtoffer[bewerken]

Emmett Louis (Bobo) Till (25 juli 1941) was de zoon van Mamie Carthan Till en Louis Till. Mamie is geboren in het stadje Money. Haar ouders waren John en Alma Carthan. Wanneer ze twee jaar oud was verhuisde ze, samen met haar ouders en familie, naar Illinois. Mamie moest haar zoon praktisch helemaal alleen opvoeden na haar scheiding van Louis in 1942. Een jaar later werd Louis opgeroepen voor het Amerikaans leger. Hij werd tijdens zijn deelname aan de Tweede Wereldoorlog geëxecuteerd voor verkrachting en moord op drie Italiaanse vrouwen.

In 1955, toen Emmet veertien was, verbleef hij tijdens de zomer bij zijn grootoom, Moses Wright, die in Money woonde. Voor hij vertrok maande Mamie Emmett nog aan "zijn manieren te houden" en dan zeker tegenover de blanken. Ze vroeg haar zoon expliciet op te passen voor de blanken in Mississippi: Als je moet knielen en een buiging maken wanneer er een blanke passeert, doe het dan maar.

Mamie wist dat de rassenkwestie in Mississippi veel gevoeliger lag dan in Chicago, getuige hiervan de vijfhonderd zwarten die sinds 1882 in Mississippi gelyncht werden. Racistische moorden waren er dus geen uitzondering, zeker niet in de Delta waar haar zoon heen ging. De spanningen tussen blanken en zwarten waren op dit moment in de Verenigde Staten op een hoogtepunt gekomen, na de overwinning van Brown (Brown vs. Board of Education) een jaar eerder. Dit proces maakte een einde aan de rassenscheiding in scholen.

Emmett kwam aan op 21 augustus. Drie dagen later, op 24 augustus ging hij met enkele andere jongeren naar Bryant's Grocery and Meat Market. De andere jongeren waren kinderen van pachters en hadden de hele dag katoen geplukt. De winkel was het eigendom van Roy en Carolyn Bryant, en had zijn grootste cliënteel onder de plaatselijke pachtersbevolking. In die winkel heeft Emmett openlijk geflirt met of gefloten naar Carolyn Bryant.

Er bestaat geen twijfel over dat er iets gebeurd is tussen Emmett en Carolyn toen de jongens in de kruidenierszaak waren. Achteraf beweerde Carolyn dat Emmett zijn armen rond haar middel had geslagen om een afspraakje te versieren. Ze zei dat de jongeman onverstaanbare woorden had uitgesproken. Emmett stotterde licht en sommigen beweren dan ook dat Carolyn zijn woorden verkeerd begrepen had. Nog anderen zeggen dan weer dat hij achterlijk was en dat zijn vreemde gedrag makkelijk verkeerd begrepen kon worden. In een krant stond te lezen dat de andere jongeren, allemaal niet ouder dan zestien, Emmett dwongen na het voorval de winkel te verlaten omdat hij te rumoerig was.

Drie dagen later keerde de 29 jaar oude Roy Bryant terug naar Money. Op dat moment gingen in Tallahatchie County wilde verhalen de ronde over het voorval. Daarop besloot Bryant, samen met zijn halfbroer J.W. Milam, de jongen een lesje te leren.

De lynchpartij[bewerken]

Op 28 augustus omstreeks 20:30 ontvoerden Roy en zijn halfbroer de jongen die toen bij zijn oom was. Ze brachten hem naar een oude schuur in het nabij gelegen Sunflower County. Daar sloegen en mishandelden ze hem letterlijk aan flarden tot hij bijna onherkenbaar was. Ze staken hem een oog uit en schoten hem neer met een revolver en bonden een ventilator rond zijn nek met prikkeldraad om hem zwaarder te maken. Daarna gooiden ze hem in de Tallahatchie-rivier dichtbij Glendora. Een getuige hoorde Emmett urenlang schreeuwen tot de mannen besloten een einde te maken aan zijn leven.

De broers werden snel onder verdenking gesteld voor de verdwijning van de jongen. Het was echter duidelijk dat er nog anderen aan de lynchpartij hadden deelgenomen. De broers werden gearresteerd op 29 augustus nadat ze de nacht hadden doorgebracht bij kennissen in Ruleville dat slechts een paar kilometer verwijderd was van de plaats van de moord.

Aanvankelijk bekenden de mannen dat ze de jongen hadden ontvoerd, maar ze beweerden dat ze hem daarna weer hadden vrijgelaten. Het nieuws over de verdwijning verspreidde zich snel over heel de Verenigde Staten, zodat Medgar Evers en Amzie Moore, kopstukken van de NAACP, zich met de zaak konden inlaten. Evers was plaatselijk staatsambtenaar en Moore het hoofd van het kapittel van Bolivar County. Vermomd als katoenplukkers gingen ze in de velden op zoek naar nieuws dat hen kon helpen de jongen terug te vinden.

Bij hun onderzoek kwam echter nog meer aan het licht. Amzie Moore, die al burgerrechtenactivist was in de Delta sinds de Tweede Wereldoorlog, had verhalen verzameld van verscheidene arbeiders. Daaruit bleek dat gedurende jaren meer dan 2000 families vermoord of gelyncht waren. De moordenaars lieten de lichamen verdwijnen door ze in de moerassen te werpen. Officiële cijfers spreken slechts van 500 doden.

Zolang zijn lichaam niet werd gevonden was het niet zeker dat Emmett dood was. Sommigen beweerden dan ook dat kennissen hem verborgen hielden of dat hij was teruggestuurd naar Chicago uit vrees voor zijn veiligheid. Getuigen hadden echter al verklaard dat Carolyn Emmett had herkend als diegene die haar man had ontvoerd.

Bryant en Milam hadden dus bekend dat ze Emmett hadden ontvoerd, maar beweerden dat ze er achter waren gekomen dat het niet Emmett was die zijn vrouw had lastig gevallen. Ze zwoeren tegen sheriff George Smith dat ze de jongen weer hadden vrijgelaten. Na het proces zouden ze deze verklaring echter herroepen en hun misdaad bekennen.

Nadat zijn lichaam gevonden was heeft een mortuarium-assistent een hele nacht geprobeerd het lichaam zo toonbaar mogelijk te maken zodat Mamie het kon meenemen naar Chicago. De begrafenisondernemer uit Chicago had echter een overeenkomst getekend dat hij de dichtgenagelde kist niet meer open zou maken. Wanneer Mamie dan vroeg om de kist te openen, weigerde hij. Daarop besloot Mamie zelf de nagels te verwijderen. Ze vond het belangrijk dat de mensen op de begrafenis het verminkte lichaam zouden kunnen zien. Foto's van het verminkte lichaam doorkruisten daarna het hele land. Ze werden ook gepubliceerd, onder andere in het tijdschrift Jet, waardoor ze de publieke opinie fel beroerden. Volgens sommigen kwamen meer dan 50.000 mensen het lichaam bekijken.

Emmett Till werd begraven op 6 september op het Burr Oak Cemetery in Alsip (Illinois). Op die dag werden Bryant en Milam in Mississippi aangeklaagd.

Het proces[bewerken]

Toen Mamie Bradley naar Mississippi kwam om te getuigen op het proces, verbleef ze in het huis van Dr. Theodore Roosevelt Mason Howard in de hoofdzakelijk door zwarten bewoonde stad Mound Bayou. Cloyte Murdock uit Ebony en Charles Diggs uit Michigan verbleven op dat moment ook in Howards huis. Cloyte Murdock was een zwarte journalist en getuige en Charles Diggs was een Republikein. Howard was een belangrijke figuur in de burgerrechtenbeweging als afgevaardigde in Mississippi, hoofd van de Regional Council of Negro Leadership (RCNL) en een van de rijkste zwarten in de streek.

Een dag voor het proces kwam Frank Young, een zwarte arbeider, naar Howards huis. Hij beweerde over bewijzen te beschikken dat Milam en Bryant hulp hadden gekregen tijdens de moord. Youngs verklaring zorgde voor een onderzoek met een nooit eerder vertoonde samenwerking tussen de plaatselijke ordehandhavers, de NAACP, zwarte journalisten van de RCNL en plaatselijke reporters.

Het proces begon op 19 september. Moses Wright, grootoom van Emmett, was een van de kroongetuigen. Tijdens zijn getuigenis wees hij in de richting van een van de verdachten en riep: "Daar is hij", waarmee hij de man aanduidde die zijn neef had vermoord.

Een andere belangrijke getuige was Willie Reed, een achttien jaar oude middelbareschoolstudent die op een plantage in Sunflower County woonde. Het gerecht was hem op het spoor gekomen dankzij het onderzoek dat men had gevoerd met de informatie die Young hen verschaft had. Reed verklaarde dat hij een pick-up had gezien buiten de schuur. Aan het stuur had Leslie Milam, een broer van J.W. en Roy Bryant, gezeten. Verder zei hij nog dat in totaal vier blanken in de cabine zaten, terwijl er in de laadbak drie zwarten zaten. Een van hem was Emmett Till. De andere zwarten kon hij niet identificeren. Nadat de truck de schuur was binnengereden hoorde hij kreten van een mens die geslagen werd.

Vier dagen later, op 23 september, sprak een jury die uit twaalf blanke mannen bestond, de beklaagden vrij. De bespreking had niet langer geduurd dan zevenenzestig minuten. Achteraf vertelde een jurylid dat ze een drankpauze hadden ingelast om ervoor te zorgen dat hun bespreking toch langer dan een uur duurde. De snelle vrijspraak zorgde voor verontwaardiging over heel de wereld en stimuleerde overal de ontluikende burgerrechtenbeweging.

Nasleep van het proces[bewerken]

In het tijdschrift Look verscheen in 1956 een artikel waarin J.W. Milam tegen betaling toegaf dat hij en zijn broer Emmett hadden vermoord. Ze durfden deze bekentenissen nu te doen omdat ze niet twee keer konden worden vervolgd voor dezelfde misdaad. Milam voegde daaraan toe dat hun oorspronkelijke bedoeling was Emmett bang te maken om hem manieren bij te brengen. Hiervoor wilden ze hem slaan met een revolver en ermee dreigen hem van een rots te werpen. Milam verklaarde dat wat ze ook deden met Emmett, hij nooit een teken van angst had gegeven, en nooit had geloofd dat de mannen hem echt zouden doden. Hij zou geen berouw getoond hebben over zijn gedrag tegenover Carolyn en gedroeg zich brutaal en uitdagend. Daardoor voelden de broers zich gedwongen om met Emmett een voorbeeld te stellen. Een jaar later werd er in Look nog even teruggeblikt op het artikel. Milam en Bryant werden door de gemeenschap vermeden en ze hadden hun winkels moeten sluiten wegens een gebrek aan klanten.

Milam stierf in 1980 en Bryant in 1990, allebei aan kanker. Emmets moeder overleefde hen beiden, ze werd 81 en stierf op 6 januari 2003. In dat jaar werd ook haar autobiografie, 'Death of innocence: The story of the hate crime that changed America', uitgegeven.

Door de nationale media-aandacht rond de dood van de 14-jarige jongen, het proces en de onvermijdelijke vrijspraak van de moordenaars, speelde deze lynchpartij een sleutelrol in het jaar dat de burgerrechtenbeweging echt op dreef kwam. Het effect dat deze moord zou hebben had niemand kunnen voorspellen.

Recent onderzoek[bewerken]

David T. Beito, professor aan de Universiteit van Alabama en Linda Royster Beito, hoofd van het departement sociale wetenschappen aan het Stillman College, waren in 2001 de eerste onderzoekers die voor het eerst in decennia twee hoofdfiguren in deze zaak opzochten en interviewden: Henry Lee Loggins en Willie Reed. Ze deden op dat moment research voor hun biografie over Theodore Roosevelt Mason Howard. In dit interview ontkende Loggins dat hij van de misdaad op de hoogte was en dat hij een van de drie zwarten was die op de truck buiten de schuur stonden. Reed herhaalde zijn getuigenis van het proces. Hij beweerde dat hij drie zwarten en vier blanke mannen (waaronder J.W. Milam) op de truck had gezien. Wanneer hem gevraagd werd de zwarten te identificeren, vernoemde hij Loggins niet. De onderzoekers bevestigden ook dat Levi 'Too-Tight' Collins, een andere zwarte die vermoedelijk op de truck stond, overleden was in 1991.

In 1966 begon Keith Beauchamp met een onderzoek naar de omstandigheden van Emmetts dood voor een film die hij wilde maken. Hij kwam tot de ontdekking dat niet minder dan 14 personen medeplichtig waren. Terwijl hij mensen ging interviewen, sprak hij met ooggetuigen die nog nooit publiekelijk hadden gesproken. Het resultaat was dat hij in plaats van een film besloot om een documentaire te maken. De komende negen jaar zou hij zich toeleggen op "The Untold Story of Emmett Louis Till". Deze documentaire zou bij de NAACP en anderen opnieuw tot de vraag leiden om het onderzoek te heropenen.

Op 10 mei 2004 kondigde het United States Department of Justice aan dat het onderzoek opnieuw geopend werd om uit te zoeken of er iemand anders dan Milam en Bryant medeplichtig was. Ook al kunnen dezen niet meer vervolgd worden door de federale wet doordat hun zaak de wettelijk vastgelegde verjaringstermijn had overschreden, ze kunnen nog altijd vervolgd worden door de staatsrechtbank. De FBI en onderzoekers in Mississippi werkten eensgezind samen. Omdat er nog geen autopsie was uitgevoerd op het lichaam van Emmett, werd besloten hem op te graven op begraafplaats in Chicago waar hij sinds 31 mei 2005 begraven lag, waarna een autopsie plaatsvond. Zijn lichaam werd opnieuw begraven op 4 juni.

Op 26 augustus 2005 verklaarde de Jackson Clarion-Ledger in Mississippi dat het ontbonden lichaam definitief geïdentificeerd was als dat van Emmett Till.

Mogelijke voorstanders in de heropening van de zaak zijn onder anderen Carolyn Donham, ex-vrouw van Roy Bryant en Henry Lee Loggins, een nu 82 jaar oude voormalige arbeider op een plantage die momenteel in een rusthuis in Ohio woont. In maart 2006 werd het federaal onderzoek gesloten hoewel een onderzoek op het niveau van de staat wel nog tot de mogelijkheden behoort.

Trivia[bewerken]

  • De moord op Emmett Till was een kaakslag voor Afro-Amerikanen, burgerrechtenactivisten en veel anderen. Een aantal artiesten liet zich inspireren door de tragische gebeurtenis, zoals onder anderen Toni Morrison (Nobelprijs-laureaat) die er een toneelstuk over schreef, Langston Hughus en Audre Lorde, die er gedichten over schreven en Bob Dylan, die het thema verwerkte in zijn lied "The Death of Emmett Till". Ook het toneelstuk van James Baldwin "Blues for Mister Charlie" heeft zichtbaar raakvlakken met de gebeurtenis.
  • Bebe Moore Campbell schreef in 1992 het boek "Your Blues Ain't like Mine", dat net zoals "Wolf Whistle" van Lewis Nordan in 1993 een fictieve roman is die zich baseert op deze lynchpartij in de jaren 50.
  • In 2003 gebruikte Kanye West het beeld van de verminkte Emmett in zijn rap-lied "Through the Wire" dat hij vergeleek met zijn eigen voorkomen na een auto-ongeluk waarbij hij bijna het leven liet. Dit bewijst eens te meer dat de moord nog steeds in het publieke geheugen gegrift staat.
  • In 2005 droeg David Banner in de clip van zijn rap-lied "Cadillacs on 22s" een zwart T-shirt met de woorden "R.I.P. Emmett Till".
  • In februari 2006 werd de basisschool in Chicago waar Emmett schoolliep, herdoopt te zijner nagedachtenis. Tijdens de ceremonie werd het idee opgeworpen een Emmett Till-museum op te richten op het terrein van de school.
  • De Amerikaanse misdaadserie Cold Case aflevering Strange Fruit gaat ook over een Afro-Amerikaanse jongen die verdacht werd een blanke vrouw te hebben versierd en werd daarom door vier blanken opgehangen.
Bronnen, noten en/of referenties