Nadjezjda Mandelstam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Nadjezjda Jakovlevna Mandelstam (Russisch: Надежда Яковлевна Мандельштам, geboren als Nadjezjda Jakovlevna Chazina (Russisch: Надежда Яковлевна Хазина) (Saratov, 31 oktober 1899 - Moskou, 29 december 1980) was een Russisch dissidente schrijfster en echtgenote van de dichter Osip Mandelstam.

Leven[bewerken]

Mandelstam groeide op in een Joodse familie in Kiev, waar ze kunstgeschiedenis studeerde.

In 1921 huwde ze met Osip Mandelstam. Osip werd in 1934 gearresteerd en samen met Nadjezjda verbannen vanwege zijn epigram met een voor Stalin beledigende inhoud.

Na Osips tweede arrestatie en overlijden in een doorvoerkamp in 1938 leidde Mandelstam een zwervend bestaan om arrestatie te voorkomen, waarbij ze regelmatig van adres en baan wisselde. Ze zag het als haar levenstaak de poëzie van Osip te bewaren voor het nageslacht.

Memoires[bewerken]

Na Stalins dood kon Mandelstam terugkeren naar Moskou en publiceerde ze haar tweedelige memoires, aanvankelijk alleen in het Westen. De memoires zijn een epische analyse van haar leven en een scherpe kritiek op het verval van de sovjetmoraal in de jaren twintig van de twintigste eeuw en daarna. De boeken geven een inzicht in de levenswijze van dissidente burgers in het Rusland onder Stalin.

In 1979 droeg Mandelstam haar Osip Mandelstam-archieven over aan de Princeton University. Ze stierf op 81-jarige leeftijd.

Werken[bewerken]

  • Memoires [eerste deel van de memoires, in het Engels getiteld Hope against Hope], Amsterdam: Van Oorschot, 1971. ISBN 90-282-0260-9
  • Tweede boek [tweede deel van de memoires, in het Engels getiteld Hope Abandoned], Amsterdam: Van Oorschot, 1973. ISBN 90-282-0288-9