Noodweerexces
Noodweerexces is in het Nederlandse strafrecht een wettelijke strafuitsluitingsgrond. Art. 41 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht luidt: "Niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging, indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt".
Inhoud |
[bewerken] Grondslag
Dit artikel biedt een oplossing voor degene die in noodweer 'te ver gaat'. Als men onder invloed van een 'hevige gemoedsbeweging' de grenzen van de noodzakelijke verdediging (bedoeld in het artikel betreffende noodweer) overschrijdt, kan er onder omstandigheden sprake zijn van noodweerexces. Noodweerexces is een schulduitsluitingsgrond. De verdachte handelde dus wederrechtelijk, maar daarvan wordt hem geen verwijt gemaakt.
[bewerken] Dubbele causaliteit
Het artikel stelt een eis van dubbele causaliteit: de overschrijding is het gevolg van een hevige gemoedsbeweging, die op zijn beurt weer moet zijn veroorzaakt door de aanranding.
[bewerken] Intensief exces, extensief exces, tardief exces
De dogmatiek maakt een onderscheid tussen intensief en extensief exces. In het eerste geval grijpt men naar een te zwaar verdedigingsmiddel: een verdediging met een mes is niet proportioneel indien de aanrander 'slechts' zijn blote vuisten gebruikt. In het tweede geval gaat men te lang door met verdedigen. Men blijft bijvoorbeeld klappen uitdelen nadat de oorspronkelijke aanrander buiten gevecht gesteld is. De Hoge Raad (HR 18 oktober 1988, NJ 1989, 511 (Loon op Zand)) heeft enige tijd geleden ook het zogenoemde tardief exces erkend. Ook als de aanranding reeds is afgelopen kan onder omstandigheden een beroep op noodweerexces worden toegewezen: emoties ebben immers maar langzaam weg. Diverse lagere rechters hebben in het geval dat iemand gedurende een lange tijd voortdurend getreiterd werd een hevige gemoedsbeweging toch nog verexcuseerd. Dit ondanks het feit dat de aanranding dus reeds afgelopen was (Hof Arnhem 31 maart 2004, NS 2004, 185 ; Hof Amsterdam 17 juni 2004, NS 2004, 323).