Ollekebolleke (dichtvorm)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het ollekebolleke is een versvorm die in 1974 in het Nederlands taalgebied werd geïntroduceerd door Drs. P, daarbij terzijde gestaan door Ivo de Wijs en Pieter Nieuwint. Hij noemde de dichtvorm naar het gelijknamige kinderversje omdat het metrum van beide overeenkomt.

In het Engelse taalgebied was het ollekebolleke al sinds 1951 bekend, onder namen als Jiggery Pokery, Higgledy Piggledy of Double Dactyl. De laatste naam verwijst naar de versvoet van het ollekebolleke: een dubbele dactylus. De Double Dactyl werd in het najaar van 1951 in Rome ontwikkeld door de Amerikaanse literatuurwetenschappers Anthony Evan Hecht (1923-2004) en Paul Pascal (1925).

Vorm[bewerken]

Voorbeeld[bewerken]

1 O Wikipedia!
2 Wat een artikelen...
3 Zo veel te lezen en
4 Zo weinig tijd
5 Dat mijn onwetendheid
6 Encyclopedische
7 Omvang bereikt heeft is
8 Nu wel een feit

Toelichting voorbeeld[bewerken]

Een ollekebolleke voldoet aan de volgende strenge eisen:

  • Het is een puntdicht (de tekst is humoristisch en heeft een pointe).
  • Het bestaat uit twee strofen van elk vier versregels.
  • Het metrum is de dactylus: drie lettergrepen, waarvan de eerste beklemtoond is (heffing) en de volgende twee onbeklemtoond (daling). Elke regel kent twee dactyli, behalve de regels 4 en 8, waarin de laatste twee onbeklemtoonde lettergrepen wegvallen. In de laatste twee regels van elke strofe mogen de dactyli, naar gelang dat de inhoud ten goede komt, vrijelijk over de versregel verdeeld worden.
Schematisch:
1 Olleke - bolleke
2 Olleke - bolleke
3 Olleke - bolleke
4 Olleke - bol
5 Olleke - bolleke
6 Ollekebolleke
7 Olleke - bolleke
8 Olleke - bol
  • Regel 6 bestaat uit één woord met de hoofdklemtoon op de vierde lettergreep.
('levensverzekering' kan dus niet; 'melkboerenhondenhaar' wel.)
  • Regel 8 rijmt op regel 4 (volrijm).

Daarnaast is er nog een aantal regels waar in noodgevallen weleens van wordt afgeweken:

  • Enjambementen komen alleen voor tussen de regels 3 en 4, en tussen de regels van de tweede strofe. Het ollekebolleke bestaat daarmee taalkundig uit vier zinnen: twee van één versregel, een van twee versregels en een van vier versregels.
  • Regel 2 bevat het onderwerp van het gedicht — en in het ideale geval niet meer dan dat. Oorspronkelijk was dit bij voorkeur een eigennaam.
  • Regel 1 is een aanhef, een kreet of een uitroep, oorspronkelijk een nonsenskreet.
  • In de regels 3, 4, 7 en 8 is een vrijere regelval toegestaan als daar esthetische of inhoudelijke redenen voor zijn.[1]

Over het ollekebolleke[bewerken]

De verzamelde ollekebollekes van Drs. P verschenen in Zeslettergrepigheid. De beste ollekebollekes van Drs. P, samengesteld, bezorgd, ingeleid en toegelicht door Cees van der Pluijm (februari 2009). De ontstaansgeschiedenis van het ollekebolleke en de ontwikkeling van de Nederlandse variant ervan, worden in dit boek uitvoerig behandeld.

Trivia[bewerken]

  • Ook van Drs. P, een beschrijving van een ollekebolleke in een ollekebolleke:
Dactylus! Dactylus!
Ollekebolleke
Tweemaal vier regels
Die rijmen aan ’t slot
Kreet, thema, één woord met
Zeslettergrepigheid
Moeilijk te maken
Maar wat een genot!
  • De Friese dichter-zanger Pytjon Sikkema introduceerde in de jaren zeventig de Friese variant van het ollekebolleke: de hupsûppengrwattenbrij. Hij ontleende de naam aan het lied De Skotse Trije dat begint met: "Hup! sûpengroatenbrij en ik sil dy wol krije!" (uit de bundel: Fryslân Sjongt).

Zie ook[bewerken]

Zie ook de uit het ollekebolleke ontstane versvorm aquarium.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Drs. P, Versvormen. Leesbaar handboek, Nijmegen: Uitgeverij De Stiel, 2000. ISBN 90-70415-22-4