Opening (schaken)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
8 rd nd bd qd kd bd nd rd
7 pd pd pd pd pd pd pd pd
6 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
5 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
4 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
3 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
2 pl pl pl pl pl pl pl pl
1 rl nl bl ql kl bl nl rl
a b c d e f g h

Het schaakspel kent een groot aantal vaste openingen, waarvan bekend is of deze voor de witte of de zwarte speler voordelig of nadelig spel opleveren. In de zestiende eeuw was er al een aantal openingen bekend, nu zijn er enkele honderden bekende openingen die na diepgaande analyses overgaan in een groot aantal varianten en subvarianten. Een opening begint altijd met een zet van een pion of van een paard, andere stukken kunnen dan nog niet gespeeld worden (voor hen is er sprake van een blokkade). Meestal wordt een van beide centrumpionnen het eerst gespeeld in een poging om snel het centrum onder controle te krijgen, maar soms wordt een van de vleugelpionnen als beginzet gespeeld.

Hoofdindeling[bewerken]

Bij de openingen maken we onderscheid in drie categorieën, te weten:

  • koningspion: openingen die beginnen met een opmars van de witte koningspion, dus met 1.e2-e4 of 1.e2-e3
  • damepion: openingen die beginnen met een opmars van de witte damepion, dus met 1.d2-d4 of 1.d2-d3
  • flankspel: openingen die niet beginnen met een opmars van de witte koningspion of van de witte damepion; wit opent dus met een opmars van de a-, b-, c-, f-, g- of h-pion, dan wel met een paardzet

Verdere indeling[bewerken]

Binnen de bovengenoemde koningspion- en damepionopeningen worden nog de volgende grote groepen onderscheiden:

Openingen met meer dan één naam[bewerken]

Openingnamen Zetten
Joegoslavisch = Pirc = Ufimcew verdediging 1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 g6
Robatsch = Koningsfianchetto = Moderne verdediging    1.e4 g6 2.d4 Lg7
Lettisch gambiet = Greco tegengambiet 1.e4 e5 2.Pf3 f5
Russisch = Petrov 1.e4 e5 2.Pf3 Pf6
Spaans = Ruy López 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5
Sokolsky = Pools = Orang Oetan 1.b4
Clemenz = Basman = de Klerk = Mead 1.h3
Dunst = Sleipner = Van Geet = Heinrichsen 1.Pc3
Jaenischgambiet = Schliemann gambiet 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 f5
Larsen = Nimzowitsch 1.b3
Amar = Paris 1.Ph3
Ware = Meadow Hay 1.a4
Hollands = Stein opening 1.d4 f5
Benko = Koningsloperfianchetto 1.g3
Hammerschlag = Fried fox 1.f3 e5 2.Kf2
anti-Borg = Desprez 1.h4
Italiaans = Giuoco Piano 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Lc5
Wolga gambiet = Benko gambiet = Opocensky gambiet    1.d4 Pf6 2.c4 c5 3.d5 b5
Dame-Indisch = West-Indisch 1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 b6
Franco-Indisch = Keresverdediging 1.d4 e6 2.c4 Lb4
Trompovsky = Ruth = Opovcensky 1.d4 Pf6 2.Lg5
Tweepaardenspel in de nahand = Pruisisch 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Pf6


De meest voorkomende openingen[bewerken]

De meest voorkomende openingen zijn:


Onbekende openingen[bewerken]

Het is aannemelijk dat er openingen zijn die goed voor wit of zwart zijn, zonder dat deze geanalyseerd zijn. Als men kijkt naar alle mogelijke zetten, ziet men dat wit in de eerste zet 20 mogelijkheden heeft. Zwart heeft er ook 20. Uit berekening blijkt dat zowel wit als zwart gemiddeld 21 mogelijkheden hebben in de tweede zet, waarbij wit een fractie meer mogelijkheden heeft dan zwart. Het aantal mogelijkheden zal gedurende de opening alleen maar stijgen, tenzij men schaak komt te staan, of een slechte zet uitvoert. Gaan we uit van 21 mogelijkheden per zet, dan heeft men dus op de 2e zet van zwart 20x20x21x21 = 176.400 mogelijke varianten, waarvan 8 resulteren in mat (narrenmat). Na de derde zet van wit zijn er ruim 4 miljoen varianten. Als het een minuut zou duren om een bepaalde variant op te zetten, te analyseren en het bord weer in beginstelling te zetten, zou dat zo'n 2,5 tot 3 maanden duren, als men tussendoor niet zou slapen. Het is dus onmogelijk om alle varianten door te rekenen. Aan de andere kant heeft iedere goede opening een plan. Als dit plan ontbreekt, is het een slechte opening, en hoeft het niet verder geanalyseerd te worden. Voorbeeld: De zet h3 wordt vaak als slechte zet betiteld. Als er een plan zou zijn om ook g4, Pf3 en Lg2 te spelen, om het centrum aan te vallen, zou dit een goede opening kunnen zijn. Als men het plan in de war kan schoppen door een bepaalde zettenreeks van zwart, is het dus een slechte opening. Conclusie: Je moet het plan achter de opening kennen om hem goed te kunnen spelen.

Zie ook[bewerken]


Externe links[bewerken]