Schaakstuk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Staunton-model: v.l.n.r. koning, toren, dame, pion, paard, loper

Schaakstukken zijn de verplaatsbare delen waarmee het schaakspel wordt gespeeld.

Een volledig stel schaakstukken bevat voor elke speler (in de gebruikelijke volgorde):

De symbolen zijn te vinden in de Unicode-tabel, nummers 2644-264F.

Deze stukken zijn echter niet altijd voldoende om het spel te kunnen spelen. Bij pionpromotie kan het voorkomen dat er meer stukken nodig zijn, en bij een serieus toernooi zijn er dan ook altijd extra stukken aanwezig.

Volgens sommigen worden de pionnen niet tot de schaakstukken gerekend. Men spreekt dan consequent van "stukken en pionnen". Spreekt men echter over een stel schaakstukken, dan zitten daar ook pionnen bij.

Waarde[bewerken]

Spelers kennen een bepaalde waarde aan de stukken toe. Meestal is dat:

  • Loper en paard: ca. drie pionnen (lichte stukken)
  • Toren: ca. 5 pionnen; Dame: ca. 9 pionnen (zware stukken)

Spreekt men in een partij van stukwinst of stukverlies, dan bedoelt men dat er een licht stuk geslagen is, dus een loper of paard. Het waardeverschil tussen een licht stuk en een toren heet kwaliteit.

Model[bewerken]

Schaakstukken bestaan in veel verschillende vormen die soms zeer decoratief zijn. Een probleem met deze stukken kan zijn dat de spelers eerst met de stukken moeten kennismaken voordat ze ermee kunnen spelen.

Er bestaat echter een standaardmodel, dat geïntroduceerd is door Howard Staunton en dan ook zijn naam draagt. Een paar Staunton-schaakstukken zijn bij dit artikel afgebeeld. Het is het enige model dat op een serieuze schaakpartij geaccepteerd wordt.

Kwaliteit[bewerken]

Schaakstukken verschillen in kwaliteit.

De afgebeelde stukken zijn van kunststof en goedkoper dan houten stukken. Op een serieus toernooi zullen ze niet acceptabel zijn, hoewel ze prima geschikt zijn om mee te spelen.

De betere stukken zijn voorzien van geluiddempend vilt aan de onderzijde.

Verder bestaan er kleine schaakstukken voor op reis, die met een magneet of een pinnetje aan het schaakbord vastzitten.

Kleur[bewerken]

De stukken zijn meestal bij benadering wit en zwart. De speler die met wit speelt, begint het spel. In Angelsaksische landen werd voorheen met witte en rode stukken gespeeld. De velden van het schaakbord worden ook wit en zwart genoemd, maar zijn, voor een beter contrast, meestal licht- en donkerbruin.

Levering[bewerken]

Koopt men spelmateriaal, dan vindt men meestal alle benodigdheden in een doos, inclusief de spelregels. Bij schaken is dat niet zo. Het bord en de stukken worden meestal apart verkocht. De spelregels worden bekend verondersteld.