Pion (schaken)
Een pion is een van de stukken van het schaakspel. Soms rekent men de pionnen niet tot de stukken (men spreekt dan van stukken en pionnen).
Elke speler heeft aan het begin van het spel 8 pionnen tot zijn beschikking. In de beginstand staan de witte pionnen op de tweede rij en de zwarte pionnen op de zevende rij opgesteld.
Inhoud |
[bewerken] Zetten
De pion verschilt in diverse aspecten van de andere stukken: Hij zet slechts in één richting (in de richting van de tegenstander), hij mag bij de eerste zet een dubbele stap doen, hij slaat op een afwijkende manier, hij kan niet op een willekeurig veld staan (niet op de eerste en achtste rij) en hij kan promoveren.
Als de pion nog in de beginpositie staat dan mag hij naar keuze één of twee velden vooruit geplaatst worden. Daarna mag de pion slechts één veld vooruit.
Een pion mag recht vooruit niet slaan, en wordt dus door een vijandelijk stuk geblokkeerd. Het mag daarentegen diagonaal 1 veld vooruit slaan, in beide richtingen. Dit wordt ook wel samengevat als: "een pion loopt recht en slaat schuin".
Verder mag een pion een andere pion en passant slaan, direct nadat deze door twee velden vooruit gezet te zijn naast de desbetreffende pion is komen te staan.
Als een pion de achtste rij bereikt, dan moet hij in dezelfde zet promoveren tot een stuk in dezelfde kleur, naar keuze een dame, toren, loper of paard. Meestal wordt de dame gekozen. Zodoende kúnnen meerdere dames in dezelfde kleur op het bord verschijnen. Als niet de dame wordt gekozen, dan heet dat een minorpromotie.
Omdat een pion in het schaakspel minder waarde heeft dan andere stukken, wordt de benaming pion ook wel overdrachtelijk gebruikt om relatief onbelangrijke personen te duiden.
[bewerken] Tactiek
Hoewel een pion relatief weinig waarde heeft, speelt het stuk toch een belangrijke rol in het schaakspel. Juist door deze geringe waarde kan een pion doorgaans niet tegen een ander stuk geruild worden zonder er in stelling op achteruit te gaan. Daarnaast kunnen stukken zich achter deze pionnen verschuilen, en daarmee de stukken van de tegenstander blokkeren. In het middenspel worden soms hele gevechten uitgevochten om één pion, waarmee een pion op de juiste plek juist een zeer waardevol stuk is.
[bewerken] Benamingen
De pionnen worden vaak aangeduid naar de lijn waarop ze staan, bijvoorbeeld c-pion. Andere benamingen zijn:
- Randpion (a en h)
- Vleugelpion (b, c, f en g)
- Centrumpion (d en e)
Ook worden ze benoemd naar het stuk dat oorspronkelijk op die lijn stond. De c- en f-pionnen zijn dus loperpionnen.
[bewerken] Zie ook
| Schaakstukken |
|---|
| Zie de categorie Chess pawns van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |