Operatiekamer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
operatiekamer in het voormalig Maasland ziekenhuis
Operating theatre.jpg

De operatiekamer is de plaats waar patiënten geopereerd worden. Maar vaak is het de aanduiding van het gebied in een ziekenhuis waar behalve operatiekamers ook een ruimte is om de patiënten bij aankomst op te vangen (de holding) en een ruimte waar de patiënten na de operatie herstellen van de operatie en anesthesie, de verkoeverkamer (ook wel recovery genoemd). Als het om die ruimere aanduiding gaat, dan spreekt men liever van het operatiekamercomplex of OK-centrum. In de meeste Nederlandse ziekenhuizen omvat zo'n complex 5-8 operatiekamers met ongeveer evenveel verkoeverkamerbedden. In de grote centra kan het aantal operatiekamers oplopen tot zo'n 20-25 operatiekamers.

De feitelijke operatiekamer is een afgeschermd gebied in het OK-centrum. Die afscherming dient om de steriliteit zo veel mogelijk te waarborgen. Het belangrijkste wapen daarbij is luchtbehandeling en (geringe) overdruk. Op de operatiekamer wordt gefilterde lucht boven de operatietafel naar beneden geblazen via een plafonddeel van enige omvang (enkele meters in het vierkant). De luchtstroom van boven naar beneden wordt aan de zijkanten van de operatiekamer afgevoerd via roosters. Veelal zal die luchtstroom zo groot zijn dat de inhoud van de operatiekamer twintig keer per uur wordt gewisseld en daardoor zo schoon mogelijk is. De luchtdruk in de operatiekamer is wat hoger dan de omringende ruimten, zodat lucht niet naar binnen stroomt als een van de deuren wordt geopend.

Het aanwezige personeel op de operatiekamer draagt speciale kleding, mutsen en maskers om besmetting van de omgeving te verminderen. Zij zijn immers de belangrijkste bron van huiddeeltjes waaraan bacteriën hangen. Het chirurgisch team draagt steriele kleding: jassen en steriele handschoenen, waardoor de kans op besmetting verder wordt verminderd.

Het operatieteam bestaat uit verschillende disciplines: chirurgen, operatieassistenten, anesthesiologen, anesthesiemedewerkers en bij hartoperaties ook klinisch perfusionisten. Uiteraard worden ook andere disciplines op de operatiekamer geroepen als dat nodig is, zoals radiodiagnostisch laboranten, radiologen, neonatologen en vele specialisten die de patiënt voor de operatie hadden toegewezen.

De uitrusting van de operatiekamer bestaat uit een operatietafel, anesthesie-apparatuur (monitoring en beademingsmachine) en apparatuur die door de chirurg wordt gebruikt. Bij hartoperaties wordt door de klinisch perfusionist een hart-long-machine gebruikt. Het is geen uitzondering als er tijdens een operatie wel tien apparaten tegelijkertijd worden gebruikt. Omdat die apparaten op de patiënt worden gebruikt worden hoge eisen gesteld aan elektrische veiligheid, zodat bijvoorbeeld geen lekstromen door de patiënt lopen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]