Steriliseren (micro-organismen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Autoclaaf
Verschillende maten conservenblikken met door hitte gesteriliseerd voedsel.

Steriliseren (Lat. sterere = glimmend) is het opzettelijk doden van micro-organismen, zoals bacteriën, virussen, schimmels en sporen op of in allerlei materialen of stoffen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het houdbaar maken van voedsel en het vervaardigen van medisch materiaal of met instrumenten voor wetenschappelijk onderzoek. Het doel is onder andere voedselbederf of besmetting te voorkomen.

Steriliseren is onder te verdelen in voedselsterilisering, luchtsterilisering, watersterilisering en instrumentensterilisering.

  • Steriliseren van voedsel gebeurt door sterke verhitting, of met een hoge dosis straling (Röntgen- en gamma-stralen).
  • Steriliseren van lucht gebeurt met UV-licht of hoge spanning.
  • Steriliseren van water gebeurt met UV-licht, chemische middelen, sterke verhitting of door filtratie.
  • Steriliseren van instrumenten wordt verwezenlijkt door direct contact met vuur, stoom onder druk of chemisch.

In microbiologische laboratoria dienen instrumenten en apparatuur te worden gesteriliseerd om ongewenste bacterie- of schimmelgroei te voorkomen. Bij medische handelingen, zoals operaties, moet infectie worden voorkomen. Daarom worden ruimten, materialen en instrumenten gesteriliseerd.

Steriliseren van instrumenten[bewerken]

Instrumenten, zoals reactorvaten, pipetten en medische apparatuur dienen gesteriliseerd te worden. Voordat instrumenten gesteriliseerd kunnen worden moeten deze eerst ontsmet en gereinigd worden. De ontsmetting gebeurt met een chemische stof zoals alcoholderivaten, chloorderivaten, fenolderivaten, aldehyden of oxidatoren. Het reinigen kan handmatig of mechanisch door middel van een ultrasoonreiniger of door middel van een instrumentenwasmachine. Het reinigen heeft als doel de bioburden, dit is de hoeveelheid microbiologische besmetting van een voorwerp vóór sterilisering, tot een aanvaardbaar peil te laten dalen. Dan pas kan er overgegaan worden op steriliseren.
Men kan op verschillende manieren instrumenten steriliseren:

  • Door verhitting
    • Met een heteluchtsterilisator. Door verhitting met droge lucht (30 min bij 180 °C of 120 minuten bij 160 °C). Kan enkel voor metalen instrumenten en glas gebruikt worden.
    • Met een autoclaaf. Door verhitting met stoom 3 à 5 minuten bij 134 °C en 300 kPa druk (of 15 minuten bij 121 °C, 200 kPa druk). Naast metalen instrumenten en glazen voorwerpen kunnen er ook bepaalde kunststoffen en doeken gesteriliseerd worden
  • Lagetemperatuur sterilisering
    Bepaalde instrumenten kunnen de hoge temperatuur of het vocht van de stoomsterelisering niet verdragen. Met name instrumenten om in het lichaam te kijken (starre en flexibele endoscopen) en instrumententarium voor micro-chirurgie, laserbehandelingen, cardiologie en neurochirurgie. Deze instrumenten kunnen worden gesteriliseerd door middel van:
LTFO en ETO hebben als nadeel dat de stof erg giftig is, waardoor ziekenhuizen speciale voorzieningen moeten treffen om zo'n installatie te kunnen gebruiken. ETO sterilisering wordt daarom uitsluitend industrieel gebruikt voor het steriliseren van grote partijen, zoals injectiespuiten en -naalden, infuussystemen, maag- en blaassondes en dergelijke. Waterstofperoxidegas kent dit nadeel niet.
  • Met glutaaraldehyde oplossing 2%, gedurende 3uur onderdompelen. Echter wordt ook deze methode niet meer toegepast vanwege de giftigheid van deze vloeistof.
  • In de vlam laten gloeien : deze methode wordt uitsluitend nog gebruikt in bacteriologische laboratoria voor het ontsmetten van reageerbuisjes en helemaal niet meer voor instrumenten, omdat het leidt tot grote schade aan het instrument.

Controleren van de werking van sterilisatoren[bewerken]

De goede werking van sterilisatoren kan gecontroleerd worden door middel van biologische indicatoren. Deze indicatoren bevatten resistente bacteriële sporen, die een steriliseringscyclus moeten ondergaan en dan opgestuurd worden naar een laboratorium, dat de vernietiging van deze sporen zal controleren. Er bestaan ook chemische indicatoren, in de vorm van strepen van een bepaalde kleur op plakband (sterilisatietape) of gedrukt op sterilisatieverpakking. Deze chemische indicatoren veranderen van kleur na een bepaald steriliseringsproces. Deze chemische indicatoren zijn echter erg onnauwkeurig en kunnen in elk geval niet garant zijn voor een goede sterilisering. Men noemt ze derhalve "passage indicatoren" welke uitsluitend aangeven dat er een steriliseringsproces is geweest, zonder dat de kwaliteit van dat proces is gewaarborgd.

Steriliseren door filtratie[bewerken]

Steriliseren door filtratie wordt toegepast bij het steriliseren van hittegevoelige oplossingen, zoals serumhoudende weefselcultuur oplossingen, vitamine oplossingen, serums, virusinentingsstoffen, plasmafracties en eiwitoplossingen.

Bij deze filtratie worden micro-organismen uit de vloeistof verwijderd. Als filter wordt meestal een membraan met een poriëngrootte van 0,22 µm gebruikt. Ook kan het soms zinvol zijn een membraan met een kleinere poriëngrootte, zoals 0,1 µm te gebruiken. Dit is bijvoorbeeld het geval als oppervlaktewater wordt gebruikt bij bacterieculturen, omdat in dit water bacteriën voorkomen die kleiner zijn dan 0,22 µm.

Bij de filtratie worden wel kleine moleculen, maar geen grote deeltjes zoals bacteriën doorgelaten. Bacteriën uit het geslacht Mycoplasma gaan door het membraan, omdat ze door het ontbreken van een celwand vervormbaar zijn. Ook dunne spirocheten en draadvormige bacteriën kunnen door een membraan niet tegengehouden worden.