Pipet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verschillende plastic laboratoriumpipetten

Een pipet is een voorwerp dat gebruikt wordt om een hoeveelheid vloeistof op te zuigen en te verplaatsen. Een pipet is in de meeste gevallen gemaakt van glas of kunststof. Pipetten worden vooral gebruikt in medische centra en onderzoeksinstellingen.

De werking van de meeste pipetten berust op het principe dat er een vacuüm wordt gecreëerd door het volume van de pipet of de pipetteerballon te verkleinen, waarbij de lucht uit de pipet wordt geblazen. Nadat de pipet in een vloeistof wordt gestoken, wordt het interne volume binnen de pipet langzaam weer vergroot tot aan de oorspronkelijke waarde. Door deze vergroting van het volume ontstaat een zuigmechanisme. Aangezien er geen lucht meer beschikbaar is, wordt nu een hoeveelheid vloeistof naar binnen gezogen die ongeveer gelijk staat aan de verloren hoeveelheid lucht. Door het volume vervolgens weer te verkleinen wordt de vloeistof uit de pipet gedrukt.

Onderverdeling[bewerken]

In het alledaagse taalgebruik wordt met het woord pipet bij grotere volumes het recipiënt zelf bedoeld, terwijl bij kleinere volumes enkel het zuigmechanisme bedoeld wordt:

  • Met een apart zuigmechanisme (pipetteerballon of elektrische pipetzuiger):
    • Geijkte pipetten die gebruikt worden om een vaststaand volume van een vloeistof over te brengen, zoals volumepipetten (1 ml, 2 ml, 5 ml, 10 ml, 20 ml, ...)
    • Geijkte pipetten waarbij het volume handmatig versteld kan worden, zoals mohrpipetten.
    • Niet-geijkte pipetten, zoals een pasteurpipet. Pasteurpipetten worden bijvoorbeeld gebruikt voor het nauwkeurig aanvullen van maatkolven. Meestal zijn niet-geijkte pipetten bedoeld voor eenmalig gebruik.
  • Met een ingebouwd zuigmechanisme en wegwerp-pipettipjes voor kleinere volumes (1-10 µl, 10-100 µl, 100-1000 µl), zowel handbediend als elektronisch / mechanisch.

Microliterpipet[bewerken]

Het is bij microliterpipetten mogelijk variabele volumina in te stellen (vaak 10-1000 µL). De pipetten zijn vaak vervaardigd uit verschillende soorten kunststof en zijn altijd voorzien van een afneembare pipetpunt. Deze pipetpunten zijn gemaakt van materiaal dat uiterst waterafstotend is, zodat de pipet de juiste volumina blijft opnemen omdat er geen vloeistof in de punten blijft zitten. De pipetpunten van kunststof volumepipetten zijn er in verschillende maten die elk bedoeld zijn voor een beperkt volumebereik. De werking van de pipet is gebaseerd op de luchtdicht afsluitende cilindrische zuiger die zich in de pipet bevindt. Door het drukken op de bovenkant van de pipet wordt de cilindrische zuiger over een bepaalde afstand verplaatst. De luchtverplaatsing die de verplaatsing van de zuiger teweegbrengt zorgt ervoor er vloeistof kan worden opgezogen en kan worden uitgestoten. Er zijn twee soorten microliterpipetten: air displacement pipetten en positive displacement pipetten.

Air displacement pipet[bewerken]

Multichannel pipet

De air displacement pipetten zijn ontworpen op de universiteit van Wisconsin – Madison in 1972, door verschillende scheikundigen onder leiding van Warren Gilson en Henry Lardy. De grootste producent is het bedrijf Gilson Inc.

Een air displacement pipet is een micropipet met een verstelbare zuiger en een losse tip. De tip hoeft dus alleen vervangen te worden wanneer men met andere stoffen gaat werken en de air displacement pipetten zijn in te stellen op verschillende volumes op microliterschaal. De pipetten kunnen verschillende minimum- en maximumwaardes hebben. Veelvoorkomende pipetten zijn pipetten voor de volumes van 0-2,5 µl, 10-200 µl en 100-1000 µl. Voor deze verschillende volumepipetten zijn verschillende maten tips verkrijgbaar. Air displacement pipetten werken als volgt: de zuiger kan worden ingesteld op een bepaalde hoeveelheid vloeistof die dan moet worden opgezogen. Vervolgens wordt er een hoeveelheid lucht die exact zo groot is als de gewenste hoeveelheid op te zuigen vloeistof, uit de pipet geblazen. Door de knop langzaam los te laten, gaat de pipet weer naar zijn originele positie. Hierdoor ontstaat een gedeeltelijk vacuüm, waardoor exact dezelfde hoeveelheid vloeistof de pipet binnengezogen wordt. Door de knop vervolgens weer volledig in te drukken, leegt de air displacement pipet zich weer. Hoewel alle air displacement pipetten volgens hetzelfde basismechanisme werken, zijn er veel onderlinge verschillen. Er wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt tussen:

  • verstelbaar en onverstelbaar (met een vast volume).
  • met één kanaal of met meerdere kanalen. (multichannel, gebruikelijk bij lange pipetteerreeksen. Zie afbeelding)
  • handmatig of elektronisch.

Positive displacement pipet[bewerken]

Positive displacement pipetten lijken sterk op air displacement pipetten en worden gebruikt voor vluchtige of viskeuze substanties (zoals DNA) of om vervuiling tegen te gaan. Het grootste verschil met de air displacement pipet is dat de vervangbare pipetpunt nu een zeer kleine injectiespuit is, bestaande uit een zuiger die de vloeistof meteen vervangt.

Volumepipet[bewerken]

Een volumepipet of volumetrische pipet is speciaal ontworpen om één specifiek volume met hoge precisie over te pipetteren. Dit volume is niet bij te stellen zoals bij de air displacement pipet. In tegenstelling tot de hoeveelheid vloeistof die opgezogen wordt, is vooral het volume dat juist uit de pipet loopt erg nauwkeurig bepaald. Volumepipetten zijn meestal van glas gemaakt. Vanwege de hoge precisie wordt de volumetrische pipet vooral gebruikt bij het voorbereiden van oplossingen voor bijvoorbeeld titratie. De volumepipet wordt in combinatie met een pipetteerballon gebruikt. Soms gebruikt men geen pipetteerballon maar de mond. Dit is ten zeerste af te raden aangezien men met gevaarlijke stoffen in contact kan komen. Ook is deze methoide minder precies dan die met de pipetteerballon.

Mohrpipet[bewerken]

De mohrpipet lijkt op een volumetrische pipet, maar bevat maatstreepjes op de buitenkant, waardoor verschillende volumes zijn op te nemen. Mohrpipetten zijn minder precies dan volumetrische pipetten. Ze komen in verschillende groottes met maximale volumes voor, waarbij maximale volumes van 5 ml en 10 ml vaak voorkomen. Met behulp van een pipetteerballon wordt het volume geregeld, door de vloeistofstroom te stoppen als het gewenste volume is bereikt of terug te dringen als het gewenste volume is overschreden.

Pasteurpipet[bewerken]

Pasteurpipetten zijn vernoemd naar chemicus Louis Pasteur. Het zijn niet-geijkte pipetten, hetgeen wil zeggen dat ze niet te gebruiken zijn voor een precieze hoeveelheid vloeistof. Ze zijn meestal gemaakt van glas en worden gebruikt in combinatie met kleine pipetteerballonnetjes. Er bestaan echter ook plastic pasteurpipetten waarbij ballon en pipet één geheel vormen. De meeste organische oplosmiddelen kunnen echter niet met een plastic pipet worden opgezogen, omdat het plastic dan hierin opgelost wordt. Het volume van de pasteurpipet staat meestal op de pipet zelf vermeld, maar is niet erg nauwkeurig. Pasteurpipetten zijn meestal bedoeld voor eenmalig gebruik. Ze worden gebruikt als men niet precies weet hoeveel van een stof nog nodig is om een bepaald effect te bereiken, en als het van belang is om met kleine hoeveelheden (druppels) te werken. Voorbeelden waarbij een pasteurpipet wordt gebruikt zijn het nauwkeurig aanvullen van maatkolven, of het geleidelijk veranderen van de pH van een oplossing.

Druppelteller[bewerken]

Een druppelteller is een soort pipet die gebruikt wordt bij bijvoorbeeld de toediening van vloeibare medicatie zoals oogdruppels. Ze lijkt qua uiterlijk en mechanisme sterk op de pasteurpipet, echter is de druppelteller iets groter en dikker van formaat en altijd van plastic gemaakt. Een druppelteller zit vaak al in de dop van de fles met vloeibare medicatie ingebouwd en is bedoeld om een specifiek aantal druppels toe te dienen.

Pipetteerballon[bewerken]

Bij pipetteerballonnen, ook wel propipetten genoemd, wordt er onderscheid gemaakt tussen grote pipetteerballonnen, gebruikt bij de mohrpipet, en kleine pipetteerballonnen, gebruikt bij de pasteurpipet. Voor deze pipetten is de pipetteerballon de drijvende kracht achter het opzuigen van vloeistof.

Grote pipetteerballon[bewerken]

Pipetteerballon

Voordat met een grote pipetteerballon gewerkt kan worden, dient deze leeggemaakt te worden. Dit gebeurt door het ventiel recht boven de ballon (het A-ventiel) in te drukken. Hierdoor ontstaat een onderdruk, waardoor er vloeistof naar binnengezogen kan worden. Om dit te doen dient op het S-ventiel gedrukt te worden totdat de vloeistof het gewenste niveau bereikt. Om de vloeistof weer uit de pipet te laten lopen om het zo over te kunnen brengen, moet men op het E-ventiel drukken.

Kleine pipetteerballon[bewerken]

Pipetteerballon

Kleine pipetteerballonnen hebben in tegenstelling tot de grotere variant, geen ventielen. Men dient in de ballon zelf te knijpen om de lucht eruit te laten lopen om te kunnen beginnen met het opzuigen van vloeistof. Hiertoe wordt de ballon steeds minder hard dichtgeknepen totdat er helemaal geen druk meer op staat. Doordat het volume van de ballon hierdoor groter wordt, wordt er vloeistof aangezogen en wordt de pipet gevuld.

Bronnen[bewerken]

http://www.chem.yorku.ca/courses/chem1000/equipment/pipette.html

http://www.membrane-solutions.com/pipettes.htm

http://www.pipette.com/Support/GuideToPipetting.pdf

Bruce Alberts, Molecular biology of the cell, 5th ed