Pantserschip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Pantserschip is de benaming voor de zware typen oorlogsschepen die bij de zeemachten dienstdeden voordat het tijdperk van de "echte" slagschepen (1906-1945) aanbrak. Pantserschepen danken hun naam aan de zware pantserhuid die boven de waterlijn was aangebracht, ter bescherming tegen granaatinslagen.

Het eerste pantserschip dat in 1860 te water werd gelaten voor de Royal Navy was de HMS Warrior, als antwoord op het Franse La Gloire dat een jaar eerder in de vaart kwam. Dit waren houten schepen die een extra bescherming kregen van ijzeren platen op de romp ter bescherming, deze schepen werden ook aangeduid als Ironclads. Later werden de schepen uitsluitend van ijzer gemaakt en weer later van staal.

In de begintijd waren het zeilschepen; latere pantserschepen werden door middel van stoommachines aangedreven. Aanvankelijk stond het geschut nog, zoals bij de oude zeilschepen gebruikelijk was, op een tussendek opgesteld en moest het schip manoeuvreren om op het doel te richten. Naderhand deed de draaibare geschutskoepel zijn intrede, waarmee het richten van het geschut een stuk eenvoudiger werd. Een ander voordeel van de geschutskoepel was de grotere hoogte van het geschut boven de waterlijn, waardoor een beter zicht werd verkregen.

Met de indienststelling van de HMS Dreadnought in 1906 waren alle bestaande pantserschepen op slag verouderd.

Pantserschepen bij de Koninklijke Marine[bewerken]

Ironclads[bewerken]

  • De Ruyter (1863-1874)

Ramtorenschepen

Pantserschepen[bewerken]