Paul Cobben

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Paul G. Cobben (Amersfoort, 5 juni 1951) is een Nederlands filosoof. Hij studeerde en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam en is thans hoogleraar in de filosofie aam de Universiteit van Tilburg. Cobbens belangrijkste bijdrage aan de filosofie is dat hij een immanente kritiek van Hegels filosofie heeft geleverd. Cobbens onderzoek spitst zich toe op Hegels Phänomenologie des Geistes (1807), Logik (1812) en Grundlinien der Philosophie des Rechts (1821).

Hegels filosofie[bewerken]

In de Phänomenologie ontwikkelt Hegel de weg van het “natuurlijke bewustzijn” tot “absoluut weten”. Vanuit dit absolute standpunt ontwikkelt Hegel vervolgens in de Logik de “absolute idee”. In de Grundlinien ontwikkelt Hegel de institutionele verwerkelijking van deze idee als “objectieve geest”.

De Phänomenologie, de Logik en de Grundlinien kunnen naar hun logische structuur op elkaar afgebeeld worden. Bij deze afbeelding treden evenwel discrepanties aan het licht. De logische structuur van de Logik wijkt op bepaalde punten af van die van de Phänomenologie. Omdat Hegel de Grundlinien schreef uitgaande van de Logik, vinden we deze afwijkingen terug in de Grundlinien.

Cobbens project[bewerken]

Omdat de Phänomenologie intern consistent is, corrigeert Cobben de logische structuur van de Logik en van de Grundlinien aan de hand van de Phänomenologie.

Cobben levert dus een immanente kritiek van Hegels filosofie. Tegelijkertijd actualiseert hij haar. Dat is nodig gebleken, omdat veel van de instituties, die Hegel in de Grundlinien ontwikkelt, zoals de verwerkelijking van de vrijheid aan tijd en plaats zijn gebonden. Cobben vervangt deze instituties door andere instituties die de vrijheid wel verwerkelijken. Resultaat is een “postdialectische” versie van de Grundlinien.

Belangrijke werken[bewerken]

  • The Paradigm of Recognition: Freedom as Overcoming the Fear of Death (2012)
  • The Nature of the Self: Recognition In The Form Of Right And Morality (2009)
  • De multiculturele staat: twaalf dialogen over het goede leven (2003)
  • Das Gesetz der multikulturellen Gesellschaft: eine Aktualisierung von Hegels 'Grundlinien der Philosophie des Rechts' (2002)
  • Das endliche Selbst: Identität (und Differenz) zwischen Hegels Phänomenologie des Geistes und Heideggers Sein und Zeit (1999)
  • Postdialectische zedelijkheid: ontwerp voor een Hegeliaans antwoord op Heidegger, Habermas, Derrida en Levinas (1996)