Porta Esquilina
De Porta Esquilina was een stadspoort in de Muur van Servius Tullius uit de 4e eeuw v.Chr. in het oude Rome.
De poort stond aan het zuidelijke einde van de agger op de Esquilijn heuvel. Bij deze poort begonnen de Via Tiburtina, de Via Labicana en de Via Praenestina die echter pas voor de Porta Praenestina in de Aureliaanse Muur van de Via Labicana aftakte.
Aan het einde van de Republikeinse tijd was de poort waarschijnlijk vervallen en Keizer Augustus liet hem rond 7 v.Chr. herbouwen, waarbij twee kleinere doorgangen aan beide zijden van de hoofdpoort werden toegevoegd. Een zekere Aurelius Victor liet de poort in 262 ombouwen tot triomfboog ter ere van keizer Gallienus. Dit is de Boog van Gallienus, die nog steeds op deze plaats staat. De twee kleinere doorgangen zijn aan het eind van de veertiende eeuw afgebroken.
Referentie [bewerken]
- S. Platner, A topographical dictionary of ancient Rome, Londen 1929. Art. Porta Esquilina
- A. Claridge Rome (Oxford Archaeological Guides), London 1998. Blz. 299-300 ISBN 019288003-9
| Poort in de Servische Muur |
|---|
|
Porta Collina · Porta Viminalis · Porta Esquilina · Porta Querquetulana · Porta Caelimontana · Porta Capena · Porta Naevia · Porta Raudusculana · Porta Lavernalis · Porta Trigemina · Porta Flumentana · Porta Carmentalis · Porta Fontinalis · Porta Sanqualis · Porta Salutaris · Porta Quirinalis |