Raad voor de rechtspraak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Raad voor de Rechtspraak)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Raad voor de rechtspraak is een orgaan van de Nederlandse rechtsprekende macht, zonder rechtsprekende taken. De raad is ingesteld op 1 januari 2002. De Raad voor de rechtspraak behoort tot de rechterlijke macht en staat niet onder het gezag van een ander overheidsorgaan

Instelling[bewerken]

De Raad voor de rechtspraak is de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. Voordat de Raad voor de rechtspraak op 1 januari 2002 werd ingesteld, vielen de gerechten direct onder de minister van Justitie. De Raad is ingesteld om de spanning in de verhouding tussen de uitvoerende macht (ministerie) en de rechterlijke macht op te lossen. Die spanning bestond er uit dat de minister van Justitie ten opzichte van de volksvertegenwoordiging verantwoordelijk was voor de rechterlijke macht. De minister kon die verantwoordelijkheid maar in beperkte mate waarmaken omdat de rechterlijke macht onafhankelijk is en dus nauwelijks gestuurd kon worden door de minister. De instelling van de Raad voor de rechtspraak moest daar een oplossing voor bieden. Over de wenselijkheid van de instelling van de Raad voor de rechtspraak bestond lange tijd discussie. Tegenstanders meenden dat het een aantasting zou zijn van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht omdat de rechters nu weer onder de Raad voor de rechtspraak zouden vallen. Dit argument was in verband te brengen met de informele voorganger van de Raad voor de rechtspraak; het Algemeen Secretariaat Zittende Magistratuur. Dit secretariaat, hoewel een buitenwettelijk orgaan, had de klaarblijkelijke macht rechtbanken te dwingen een deel van hun rechterlijke uitspraken buiten de openbaarheid te houden. Dit overigens ondanks het feit dat die openbaarheid in de grondwet is geregeld.[1] Toch werd de Raad uiteindelijk ingesteld.

Taken van de Raad voor de rechtspraak[bewerken]

De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. De Raad behartigt het gemeenschappelijk belang van de gerechten, zorgt voor gerechtsoverstijgende voorzieningen zoals automatisering en bibliotheken, houdt toezicht op de bedrijfsvoering en het financieel beheer. De Raad is het aanspreekpunt van de rechtspraak in het politieke en maatschappelijke debat.

De Raad voor de rechtspraak heeft taken op drie terreinen:

  • Financieel beleid: de Raad bereidt de begroting van de rechterlijke macht voor, kent budgetten toe aan gerechten en ziet toe op de uitvoering van de begroting in de gerechten;
  • Bedrijfsvoering: de Raad houdt toezicht op de bedrijfsvoering binnen de gerechten. Daaronder vallen zaken als de zorg voor materiële voorzieningen en personele ondersteuning, maar ook de doelmatigheid van werkprocessen en de ontwikkeling van een kwaliteitsbeleid;
  • Rechtseenheid en juridische kwaliteit: de Raad biedt ondersteuning aan activiteiten van de gerechten die gericht zijn op een uniforme rechtstoepassing en op de bevordering van juridische kwaliteit.

Daarnaast heeft de Raad een wettelijke adviestaak gebaseerd op artikel 95 van de Wet op de rechterlijke organisatie. De Raad adviseert over wets- en beleidsvoorstellen die gevolgen hebben voor de rechtspraak, zoals voorstellen over procedures bij de gerechten. De Raad voor de rechtspraak is daarmee een adviescollege in de zin van artikel 79 en 80 van de Grondwet.

Leden[bewerken]

De Raad voor de rechtspraak bestaat uit vier leden die bij Koninklijk Besluit voor een periode van zes jaar benoemd worden. Van de vier leden behoren er twee niet tot de rechterlijke macht. De voorzitter is altijd een rechterlijk lid. Een Bureau ondersteunt deze leden, bij dit Bureau van de Raad voor de rechtspraak werken ongeveer 120 mensen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Nieuwsbrief Platform SCJF maart 1999 blz 1