Raymond Bussières

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Raymond Bussières (Ivry-la-Bataille, 3 november 1907 - Parijs, 29 april 1982) was een Frans acteur. Gedurende veertig jaar was hij vooral bekend als een uitstekende tweedeplanacteur in ongeveer 130 films.

Biografie[bewerken]

Raymond Bussières werd in Normandië in een onderwijzersgezin geboren. Zijn vader was actief in de sociale beweging en zijn moeder baatte een tabakswinkel uit. Omdat het gezin niet zo rijk was moest hij zijn plan om dokter te worden opbergen. In Parijs werd hij eerst bediende en daarna tekenaar-topograaf. Hij kreeg belangstelling voor het amateurtheater en, helemaal in het verlengde van zijn vaders engagement, voor de Groupe Octobre, een theatergezelschap dat in het begin van de jaren dertig speelde op politieke bijeenkomsten, op straat en in fabrieken waar gestaakt werd. Hij leerde er onder meer Jacques Prévert, Pierre Prévert, Jean-Paul Le Chanois, Paul Grimault en Yves Allégret kennen.

Vanaf 1933 begon hij figurantenwerk te doen in films. Louis Daquin, een geëngageerde jonge cineast, gaf hem in 1941 een eerste stevige rol in zijn eerste film, de tragikomedie Nous les gosses, een ode aan de solidariteit. Bussières bleef ook werkzaam op de planken. Daar leerde hij de actrice Annette Poivre kennen met wie hij samen optrad in Une femme qui a le coeur trop petit van Fernand Crommelynck. Ze huwden en zouden vaak samen spelen. Cineasten zoals Claude Autant-Lara, Marcel Carné en André Cayatte deden een beroep op hem. Maar het was Henri-Georges Clouzot die hem in zijn politiefilms L'assassin habite au 21 (1941) en Quai des Orfèvres (1947) twee opmerkelijke boevenrollen liet vertolken. Hij was ook te zien in de spraakmakende en succesvolle oorlogsfilm Le Bataillon du ciel die vlak na de Tweede Wereldoorlog het waarheidsgetrouwe relaas deed van de training en de landing van een bataljon Franse parachutisten die de Résistance in Bretagne anno 1944 kwam ondersteunen.

In de theaterwereld was de populariteit van het koppel Poivre-Bussières na de oorlog zo groot dat meerdere (ondertussen grotendeels vergeten) films rond hen werden opgebouwd. Vermeldenswaardiger in die jaren waren zijn rollen van arbeider in het drama Casque d'or (waarin hij de beste vriend van Serge Reggiani vertolkte), in de komedies Les Belles de nuit (als vriend van Gérard Philipe) en Paris, Palace Hôtel en in de tragikomedie Porte des lilas (met Georges Brassens in zijn enige filmrol).

Met die rollen verwierf hij enige bekendheid wat hem toeliet in een aantal Italiaanse en Engelstalige prenten mee te spelen. Schoolvoorbeelden hiervan waren komedies van Steno of Michele Lupo en Fanny, de Hollywoodversie van de Marseille-trilogie van Marcel Pagnol. Tot op het einde van zijn leven bleef hij schitteren in zijn tweede plansrollen : in de komedies van Claude Zidi (L'Aile ou la Cuisse, 1976, Les Sous-doués, 1980), van Gérard Oury (La Carapate, 1978) ...

Hij bleef zijn politiek engagement zijn hele leven trouw: hij was een militant syndicalist binnen de acteursvakbond. Hij overleed aan kanker op 74-jarige leeftijd in Parijs.

Filmografie[bewerken]

Bioscoop (selectie)[bewerken]

Televisie (selectie)[bewerken]