Rejoice in the lamb

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rejoice in the lamb
Componist Benjamin Britten
Soort compositie cantate
Gecomponeerd voor solisten, gemengd koor, orgel
Opusnummer 30
Compositiedatum mei – juli 1943
Première 21 september 1943
Opgedragen aan Walter Hussey
Koor van St Matthews
Duur 18 minuten
Vorige werk opus 29: Prelude en fuga voor achttienstemmig strijkorkest
Volgende werk opus 31: Serenade voor tenor, hoorn en strijkers
Oeuvre Oeuvre van Benjamin Britten
St Mathhews Church, Northampton
St Mathhews Church, Northampton
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Rejoice in the lamb opus 30 is een compositie van Benjamin Britten.

Geschiedenis[bewerken]

Britten componeerde het werk op verzoek van predikant Walter Hussey van St Matthews Church in Northampton. Hij vroeg zeer nederig om een muziekstuk ter viering van de 50e verjaardag van de inwijding van de kerk. Hussey dorst het eigenlijk niet te vragen, maar Britten reageerde direct bereid te zijn. Hij wilde voornamelijk de aardse kunst in verbinding brengen met het kerkelijke. Dit was ook een van de initiatieven van de kerk, er zijn opdrachten gegeven aan Henry Moore, Graham Sutherland en Gerald Finzi. Voor de tekst week Britten uit naar het aardse. Christopher Smart, een Brits dichter, had volgens zijn schoonvader een geloofsmanie en die liet hem opsluiten in een psychiatrisch ziekenhuis. Aldaar schreef Smart zijn Rejoice in the lamb midden 18e eeuw. Gezien het thema werd het boek pas in 1939 gepubliceerd. W.H. Auden, toen nog vriend van de componist en ex-studiegenoot, maakte Britten op dat boek attent. Britten werkte er in mei, juni en juli 1943 aan om het op 17 juli 1943 te voltooien. De festiviteiten vonden plaats op 21 september 1943, Britten dirigeerde zelf het plaatselijke koor.

Muziek[bewerken]

De cantate is geschreven in acht secties (of zeven tempi-aanduidingen:

  1. Het koor begint met een trage Rejoice in God, O ye tongues om vervolgens over te gaan in een sneller tempo beginnen met de tekst Let Nimrod, the might hunter, bind a leopard to the altar, vervolgens weer een langzamer deel met Halleujah from the heart of God.
  2. de jongenstem begint vervolgens met For I will consider my cat Jeoffrey en wordt daarbij ondersteund door het orgel, die de souplesse van het dier weergeft;
  3. de alt zingt over For the mouse is a creature of great personal valour; in dit deel van het gedicht wordt een vrouwtjesmuis verdedigd door een mannetjesmuis tegen een aanval een kat; de orgel “speelt” hier de muis;
  4. de tenor bespreekt het gedeelte over de bloemen: For the flowers are great blessings; bloemen zijn gedichten van Christus;
  5. Het koor zingt vervolgens over de opsluiting van Christus; hij vergelijkt zichzelf met Christus, want ook hij zit opgesloten, het “leger met goede bedoelingen” weet wel raad; in dit stuk wordt door middel van het DSCH-motief gerefereerd aan de dreigende opsluiting van Brittens vriend Dmitri Sjostakovitsj door de autoriteiten van Rusland; het orgel speelt het motief een aantal keren ;
  6. de bas komt met een kort recitatief met verwijzingen naar God
  7. het koor in een sneller tempo en zingt over muziekinstrumenten in verband gebracht met God (For the trumpet of God is a blessed intelligence);
  8. het koor besluit het werk met een herhaling van de eerste sectie.

Tempi: Andante misterioso – Andante tranquilloPresto, leggiero – LentoGrave ed appasionato – Lento – Andante con moto.

Samenstelling ensemble:

Discografie[bewerken]

Het werk is talloze keren opgenomen en uitgegeven, ook in een versie waarin Britten zelf dirigeert. Alle uitgaven zijn daarbij gericht op het Verenigd Koninkrijk.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Uitgave Chandos: Finzi Singers o.l.v. Paul Spicer in een opname uit 1995
  • Britten-Pears Foundation
  • musicandhistory.com
  • de volgorde van opusnummers wordt hier aangehouden, Britten schreef veel werk zonder opusnummer