SS-Oberst-Gruppenführer
Oberstgruppenführer was de hoogst aangestelde SS-rang, met de uitzondering van Reichsführer-SS, een speciale rang van Heinrich Himmler. Oberstgruppenführer was het equivalent van Kolonel-generaal in het toenmalige Duitse leger.
Sinds de aanstelling in 1942 werd de rang van Oberstgruppenführer alleen gehouden door vier mensen, namelijk:
- Sepp Dietrich (vanaf 20 april 1942[1]) (hij was ook Panzer-Generaloberst der Waffen-SS)
- Kurt Daluege (vanaf 20 april 1942) (hij was ook Generaloberst der Polizei)
- Franz Xaver Schwarz (vanaf 20 april 1942)
- Paul Hausser (vanaf 1 augustus 1944) (hij was ook Generaloberst der Waffen-SS)
In 1944 stelde Himmler ook aan Albert Speer, de ererang van Oberstgruppenführer voor, maar Speer weigerde. Jaren later zei hij dat dit lag aan zijn haat jegens de SS. Ook aan Hermann Göring werd deze rang aangeboden, maar ook hij weigerde. Dit was, omdat hij een hekel had aan Himmler.
De eerste drie dragers van deze rang waren ook een generaal bij de Polizei of Waffen-SS. Alleen Franz Xaver Schwarz had dit niet, omdat hij een Ehrenführer was, een erebaantje dus.
[bewerken] Note
- ↑ Andrew Mollo: Uniformen der Waffen-SS, p. 155
