Sabiha Gökçen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sabiha Gökçen (Bursa, 21 maart 1913 - Ankara, 22 maart 2001) was een Turks gevechtspiloot. Ze was de eerste vrouwelijke piloot van Turkije en de eerste vrouwelijke gevechtspiloot ter wereld. Gökçen was een geadopteerde dochter van Mustafa Kemal Atatürk, stichter van het moderne Turkije en de eerste president van het land.

Biografie[bewerken]

Gökçen was de dochter van Hafız Mustafa İzzet, een in ongenade gevallen klerk die door sultan Abdülhamit II verbannen was. Ze verloor haar vader tijdens haar lagereschooltijd, waarna zijn gezin in armoede achterbleef. Dankzij de steun van haar broers en zussen kon Gökçen naar school blijven gaan. In 1925, toen ze 12 jaar oud was, ontmoette ze Atatürk tijdens diens bezoek aan de stad Bursa. Ze vertelde hem haar wens aan een kostschool verder te willen leren. Atatürk besloot het meisje te adopteren en bracht haar onder in het presidentieel paleis te Ankara. Later bezocht ze de American Academy in Üsküdar vlakbij Istanboel. In 1934, toen in Turkije het hebben van een achternaam verplicht werd, gaf Atatürk haar de achternaam Gökçen (Turks voor "van de lucht").

Een jaar later was Gökçen getuige van een vliegshow ter ere van de opening van de Türk Hava Kurumu, waarna Gökçen besloot gevechtspiloot te worden. Ze volgde een opleiding tot piloot en bezocht in 1935 de Sovjet-Unie voor verdere training tot gevechtspiloot. In 1936 werd ze ingedeeld bij het luchtmachtregiment van Eskişehir en maakte ze haar eerste solovlucht. Ze werd voor het eerst ingezet bij het neerslaan van de Koerdische opstand van Dersim in 1937 en 1938, waarbij ze Koerdische stellingen bombardeerde. In 1938 bezocht ze tijdens een promotievlucht de hoofdsteden van de Balkanlanden. Toen Atatürk aan het einde van dat jaar stierf, kreeg ze dankzij zijn testament genoeg geld om een eigen huis te kunnen kopen.

In 1951 werd Gökçen ingezet in de Korea-oorlog, waaraan Turkije als NAVO-land deelnam. Ze werd vanwege haar inzet gepromoveerd tot de rang van majoor. In 1955 trad ze uit militaire dienst en legde ze zich toe op het opleiden van piloten. Vanaf 1964 was Gökçen lid van een kunstvlieg-eskader. Gökçen overleed een dag na haar 88e verjaardag in de militaire medische academie Gulhane te Ankara.

Belang[bewerken]

In het Turkije van Atatürk stond Gökçen symbool voor de moderne Turkse vrouw, die vrijstond elk beroep naar keuze uit te oefenen. In de praktijk staat het Turkse vrouwen echter pas sinds de jaren 90 vrij een militaire carrière te volgen. Haar inzet tegen de Koerdische opstandelingen van Dersim maakte haar voor Koerden tegelijkertijd een symbool van de Turkse militaire onderdrukking.[1]

De tweede luchthaven van Istanboel, Luchthaven Istanboel Sabiha Gökçen, werd in 2001, vlak voor haar dood, naar haar genoemd.

Bronnen

  1. Olson (2000)
  • (en) Olson, R.; 2000: The Kurdish Rebellions of Sheikh Said (1925), Mt. Ararat (1930), and Dersim (1937–38): Their Impact on the Development of the Turkish Air Force and on Kurdish and Turkish Nationalism, Die Welt des Islams, New Series 40(1), pp 67–94.