Skaten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Inrijden tijdens EK Skeeleren 2004 te Groningen.
Skeeler
Free skating

Skaten of skeeleren is een activiteit of sport waarbij men zich op inlineskates voortbeweegt (inlineskates zijn schoenen op wieltjes). De sport is voortgekomen uit het rolschaatsen, maar tegenwoordig wordt het meer gezien als een variant van het schaatsen op ijs.

Skeeleren is een sport die in Nederland nog wel eens wordt gezien als een vervanging van schaatsen voor de zomer. In Nederland zijn het dan ook met name (marathon-)schaatsers die aan (wedstrijd-)skeeleren doen. Toch begint skeeleren steeds meer een eigen karakter te krijgen. De Nederlandse top bestaat echter wel uit de top van het Marathonschaatsen, aangevuld met enkele buitenlandse rijders en aankomende talenten.

In andere delen van de wereld (met name Zuid-Amerika) is skeeleren wel een grote sport. Aan het WK skeeleren deden in 2004 ongeveer 45 landen mee, aan het WK schaatsen maar iets meer dan 10. Wat Thialf voor Nederland is, zijn de skeelerpistes in Zuid-Amerika voor de bevolking aldaar.

Skeeleren is echter geen Olympische sport, wat maakt dat vele topskeelers overstappen op het schaatsen. En met succes. Zo werd Chad Hedrick in 2006 Olympisch Kampioen op de 5000 m en werd Derek Parra in 2002 Olympisch Kampioen op de 1500m. Op dit moment lijkt het erop dat skeeleren op z'n vroegst in 2016 wordt toegevoegd aan de Olympische Spelen. Het grootste probleem is het feit dat er nog ongeveer 20 andere sporten graag toegevoegd willen worden aan het toch al overvolle programma.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

Skates anno 1910

Reeds rond 1700 werd door een onbekende Nederlander de skeeler bedacht om in de zomer te kunnen schaatsen. Dit was niet meer dan een schaats waarvan de ijzers waren vervangen door een frame met houten cilinders, waarop gereden kon worden. In 1760 kwam Joseph Merlin op een feest met een eigen creatie van schoenen met ijzeren wielen. Zijn beoogde spectaculaire entree kreeg hij wel, maar de schoenen werden snel weer vergeten. Pas in 1818 werden voor het eerst inlineskates gebruikt, en wel bij een balletuitvoering in Berlijn, om de illusie te wekken dat de ballerina's over ijs gleden. Een jaar later werd het eerste patent voor een rolschaats met 2 of 4 wielen in lijn aangevraagd door een zekere Petibledin. Enkele jaren later, in 1824, werden inlineskates met vijf wielen gepatenteerd.[1]

Door de jaren heen werden de inlineskates verbeterd, met als hoogtepunt de toepassing van het lager in 1884. In de jaren '60 en '70 werden de kunststofwielen toegepast, waarmee vooral het comfort wordt verhoogd.

Pas in 1979 ontstond de huidige skate, uitgevonden door twee broers (Scott en Brennan Olson). Zij bouwden een oude rolschaats om tot een ijshockeyschaats op 4 wielen, om zo in de zomer te kunnen trainen voor het ijshockey. Op hetzelfde moment ontwikkelde de firma Zandstra haar skates met 5 wielen en bedacht daarvoor de naam "skeelers" om deze inliners te onderscheiden van "skates".

Anno 2007 worden er bijna geen vijfwielers meer gemaakt. Wedstrijdrijders bleken sneller te zijn op vier wielen, mits die wielen dan wel veel groter zijn: een diameter van 100 tot 110 mm in een lang frame. Vier grote wielen worden nu ook steeds vaker door toertocht-skaters gekozen omdat ze comfortabeler rijden: een hobbeltje, takje of steentje van enkele millimeters geeft veel weerstand op kleine wielen en veel minder op de grotere.

Ondanks dat de vijfwielers uit de mode raken, zullen de woorden "skeelers" en "skeeleren" waarschijnlijk niet in vergetelheid raken; een skate met een lang frame zal, ongeacht hoeveel wieltjes erin zitten, een skeeler worden genoemd.

[bewerken] Materiaal

[bewerken] Frames

Skeelerframe

Het frame verbindt de wielen met de schoen. Frames zijn er in verschillende lengtes. Skates hebben korte frames; het asje van de achterste wieltjes zit onder de hak van de schoen. Skeelers hebben langere frames waarbij het achterste asje een paar centimeter achter de hak zit. Tot enkele jaren terug waren die lange frames uitsluitend mogelijk met vijf wielen. Sindsdien zijn er steeds grotere wielen in omloop, zodat nu alle races worden gereden op lange frames met 4 wielen of soms zelfs met 3 wielen, voor voornamelijk de jeugd. Een frame kan gemaakt zijn uit kunststof, maar de betere frames worden gefreesd uit aluminiumlegeringen of gevormd uit kunststoffen versterkt met carbonvezel. Belangrijk voor een frame zijn stijfheid, gewicht en eventueel stroomlijn. Een goedkoper frame hoeft niet per definitie slecht te zijn.

[bewerken] Wielen

De moderne vierwielskeelers hebben wielen met een diameter van 90 tot 110 mm. De oude vijfwielers toonden diameters van 78 tot 84 mm. Kwaliteitswielen zijn vervaardigd van speciaal polyurethaan en onderverdeeld in verschillende hardheden. De hardheid wordt uitgedrukt met de letter 'A'. Op een schaal van 0 tot 100A begint de hardheid ongeveer bij 74A tot circa 90A, waarbij een hoger getal een harder wiel aanduidt. Hierbij moet worden opgemerkt dat een zachter wiel meer grip en comfort geeft, maar meer weerstand heeft en dus minder hard gaat en vooral sneller slijt. Vooral bij nat wegdek heeft een hard wiel minder grip. Door nieuwe technieken zijn er wielen verkrijgbaar die het comfort leveren van een zacht wiel en de snelheid van een hard wiel. Dit ontstaat door toepassing van een zachte kern met een harde buitenkant. Andere wielen bereiken een aanzienlijke gewichtsbesparing doordat de kern hol is. Daarnaast zijn er nog variaties in diktes en wielcurves. Vlakke wielen worden vooral gebruikt tijdens het stunten en ronde tot scherpe curven voor speed skating (snelheid).

[bewerken] Lagers

Een belangrijk onderdeel van de skeeler is de lagering. Meestal worden lagers aangeduid met een Amerikaanse ABEC-normering 1, 3, 5, 7 of 9; deze geven de productietolerantie van het lager aan. Een hoger het getal duidt op een lager dat aan hogere normen voldoet, maar deze normen zijn voor industriële toepassingen bedoeld en niet voor skeelers. Van de precisie is, door de puntbelasting die een ruw wegdek veroorzaakt, na korte tijd niets meer over. Dit getal zegt dus weinig over de bruikbaarheid van het lager voor skeelergebruik, maar het wel is denkbaar dat een hooggenormeerd lager ook op andere kwaliteitsaspecten hoog scoort. Een andere norm is de MC-norm die van 1 tot 5 loopt en de speling in het lager aangeeft. Te krap of te ruim is niet goed; MC3 is voor skeelers geschikt, speedskaters gebruiken soms MC5-lagers die wat meer speling hebben en hogere zijdelingse belasting aankunnen.[2] Bij bovenstaande voerwegingen moet echter in het achterhoofd worden gehouden dat een goed onderhouden lager van een redelijke kwaliteit al snel beter is dan een slecht onderhouden toplager.

Goed afgedichte (gesealde) lagers zijn beter bestand tegen vocht en vuil en vragen minder onderhoud.

Tegenwoordig zien we een opkomende trend van keramische lagerkogels. Deze blijken minder aan slijtage onderhevig en zijn minder gevoelig voor vocht (regen) dan de normale kogeltjes van gehard staal.

[bewerken] Schoen

Een skeeler

De skeelerschoen is net als de schaatsschoen geëvolueerd. Ook in de skeelerwereld wordt meer gebruikgemaakt van materialen als kunststoffen en composieten (o.a. carbon). Belangrijk voor een schoen is dat deze goed aansluit op de voet, mede daarom zijn de meeste schoenen met een warmtebehandeling te vervormen voor een betere pasvorm. De originele skeelerschoen bestaat uit een lage (vaak leren of carbon) schoen op een zogenaamde kuip (vaak van carbon), maar tegenwoordig wint ook de softboot terrein. Het voordeel van deze laatste is het comfort, het nadeel is een mindere stijfheid van de schoen zelf. Bekende merken schoenen zijn Bont, Powerslide en in Nederland Raps, Cado Motus en Viking.

[bewerken] Manieren van skaten

[bewerken] Wedstrijden

Vanaf halverwege de jaren '90 ontstond in Europa de tendens om steeds meer langeafstandswedstrijden te organiseren, met name voor fitness-rijders. Hieruit ontstonden grote evenementen, zoals marathons in Berlijn en St. Moritz waar duizenden mensen meerijden. Vanaf 2000 werden deze evenementen ook in de VS populair.

Voor wedstrijden en toertochten wordt vaak een langer frame gebruikt, waarbij de as van het achterste wiel enkele centimeters áchter de hak zit. Hierdoor kan de skater met zijn volle gewicht op de hakken afzetten en vooruitrollen, zonder achterover te slaan. Schaatsers noemen dat "achterop zitten". Wie goed achterop zit, kan met minder inspanning sneller en verder skaten.

De lange frames werden ooit door de firma Zandstra ontwikkeld voor de wedstrijden. Ze hadden vijf wieltjes. Om deze skates in reclame en marketing te onderscheiden van de gewone inlineskates, bedacht Zandstra het woord "skeelers". Dit klinkt Amerikaans maar wordt niet buiten Nederland gebruikt.

Berlin Inline-Marathon 2008, kopgroep bij kilometer 24

[bewerken] Bekende skeeleraars

[bewerken] Verschillende soorten wedstrijden

  • Time trials (tijdrijden): Dit zijn kortere afstanden, tussen de 100 m en 300 m, gehouden op een baan. Er wordt alleen of in paren gestart. Soms worden ook langere afstanden gereden, maar dat is minder populair.
  • Sprint: Groepen van ongeveer 5-6 rijders starten op afstanden van 500 m tot 1500 m. Rijders kunnen finales halen door voorwedstrijden (series) te winnen.
  • Afvalraces: Dit zijn races over middellange afstand, waarbij steeds de laatste rijder uit de race moet. Dit wordt elke ronde herhaald, tot er een winnaar overblijft. Het afvallen vindt plaats aan de hand van het eerste wiel van de rijder wat de finishlijn passeert.
  • Puntenkoers: Elke keer dat de rijders de finishlijn passeren krijgt de eerst aankomende 1 punt, waarbij het aantal te halen punten kan oplopen naarmate de race vordert. De laatste ronde levert altijd meer punten op. Uiteindelijk wint de rijder met de meeste punten.
  • Puntenkoers met afvallers: Een combinatie van de twee bovenstaande wedstrijdvormen.
  • Relay: Estafette met 3 rijders per team. In Nederland ook wel aflossing genoemd. De rijders lossen hun teamgenoot af door haar/hem voort te duwen.
  • Criterium: Er wordt nu niet gereden over een bepaalde afstand, maar over een bepaalde tijd. Na het verlopen van de tijd worden dan nog enkele ronden toegevoegd, waarna wordt gesprint voor de overwinning. De snelheden kunnen boven de 60 km/uur liggen.
  • Marathons: De Marathon is een officiële afstand van 42,195 km. Deze afstand wordt op EK's en WK's op de weg verreden. De gemiddelde snelheid ligt bij de toppers boven de veertig km/h en wordt binnen het uur verreden.
  • Klassiekers: Als een criterium, maar dan over een vaste afstand. De afstand is vaak meer dan 50 km. Er is een parcours met ronden variërend van 2 tot ongeveer 25 km waarop wordt gereden. Af en toe zijn er ook wedstrijden waar de hele afstand één ronde is.

Dryland triatlons: Af en toe worden triatlons georganiseerd waarbij het onderdeel zwemmen is vervangen door skeeleren.

Downhill: Een evenement dat vaak in landen met bergen wordt gehouden, waarbij het doel is om zo snel mogelijk van een helling naar beneden te komen. Overigens worden hier meestal geen skeelers voor gebruikt, maar een soort skates. Hierbij kunnen snelheden worden gehaald tot meer dan 75 km/uur.

[bewerken] Verschillende soorten banen

Indoor wordt meestal op een 100m-baan gereden, op een houten ondergrond. Dit soort banen vindt men vooral in de Verenigde Staten. Outdoor kan worden gereden op de weg of op speciaal aangelegde skeelerbanen (vaak ook wielerbanen), op een asfalt- of betonondergrond. Dit soort banen zijn er veel in Europa, maar in de Verenigde Staten nauwelijks. Een dergelijke baan (piste) is vaak 200 m of 400 m lang, maar kan in principe elke willekeurige lengte hebben.

[bewerken] Nederlandse indelingen

In Nederland worden wedstrijden verreden onder auspiciën van de KNSB, die een onderverdeling maakt in verschillende groepen. Skeeleraars zijn te vinden in de secties Speed en Recreatie. Onder Recreatie vallen toertochten, waarbij geen (duidelijk) wedstrijdelement aanwezig is. In de sectie Speed vallen wedstrijdrijders. Deze zijn onderverdeeld in Heren (A, B, C-rijders (C1 en C2) en Masters), Dames (Dames 1 en 2), Jeugd (Junioren, Kadetten, Pupillen 1 t/m 4). Bij de Heren en Dames wordt gebruik gemaakt van een promotieregeling. De jeugd wordt ingedeeld op leeftijd en geslacht.

[bewerken] Competities

Naast de regionale competitie zoals een Oomssport Skeelercup in Zuid-Holland, en de landelijke competitie onder de naam KPN Inline Cup, is er voor de A-categorie (hoogste klasse heren) en D1-categorie (hoogste klasse dames) de WoW, ook wel bekend als: World on Wheels-skeelercompetitie, en de Europa Cup.

[bewerken] Wereldkampioenschappen

Jaar Nr. Organisatie Aantal landen Goud Zilver Brons
1986 I Australië Adelaide
1987 II Frankrijk Grenoble
1988 III Italië Cassano d'Adda
1989 IV Nieuw-Zeeland Hastings
1990 V Colombia Bello 14 Vlag van Italië ITA Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA Vlag van Colombia COL
1991 VI België Oostende
1992 VII Italië Rome
1993 VIII Verenigde Staten Colorado Springs
1994 IX Frankrijk Gujan-Mestras
1995 X Australië Perth
1996 XI Italië Venetië
1997 XII Argentinië Mar del Plata
1998 XIII Spanje Pamplona
1999 XIV Chili Santiago
2000 XV Colombia Barrancabermeja 31 Vlag van Colombia COL Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA Vlag van Chili CHI
2001 XVI Frankrijk Valence d´Agen Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Spanje ESP
2002 XVII België Oostende Vlag van Colombia COL Vlag van Italië ITA Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA
2003 XVIII Venezuela Barquisimeto Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA Vlag van Colombia COL Vlag van Italië ITA
2004 XIX Italië Abruzzo 39 Vlag van Colombia COL Vlag van Italië ITA Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA
2005 XX China Suzhou 31 Vlag van Colombia COL Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA Vlag van Italië ITA
2006 XXI Zuid-Korea Anyang 46 Vlag van Colombia COL Vlag van Zuid-Korea KOR Vlag van Nieuw-Zeeland NZL
2007 XXII Colombia Cali 42 Vlag van Colombia COL Vlag van Zuid-Korea KOR Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA
2008 XXIII Spanje Gijon 57 Vlag van Colombia COL Vlag van Zuid-Korea KOR Vlag van de Verenigde Staten van Amerika USA
2009 XXIV China Haining
2010 XXV Colombia Guarne

[bewerken] Tactieken en technieken

De skeelersport lijkt qua techniek heel veel op het langebaanschaatsen, maar er zijn enkele wezenlijke verschillen, met name door de grotere wrijving. De introductie van de Double push in 1992 door Chad Hedrick veranderde de techniek echter behoorlijk. Met deze techniek kan er twee keer in elke slag worden afgezet, waarmee hogere snelheden worden gehaald. De techniek is echter vooral te gebruiken op korte afstanden of voor korte tijd, omdat hij zeer vermoeiend is. Momenteel is deze techniek behoorlijk verbeterd en zie je de mannen (vrouwen is lichaamstechnisch niet mogelijk dan wel minder mogelijk in verband met het bekken) dit toepassen.

Tactieken in het skeeleren hebben wel wat weg van het wielrennen. Bij langere afstanden worden groepen gevormd en gaat men zo rijden dat men zo min mogelijk wind vangt. Van elke rijder wordt wel verwacht dat hij zijn tijd op kop rijdt, anders zullen andere rijders al snel tegen hem gaan rijden.

Uit de groepen worden aanvallen gedaan, waarbij één of meerdere rijders proberen te ontsnappen uit de groep om een voorsprong te nemen. Zeker bij korte rondjes kan dit heel belangrijk zijn, omdat een ronde voorsprong een redelijk veilige marge geeft. Sinds de commercie zijn intrede heeft gedaan en ploegen belangrijker zijn geworden, ziet men ook vaker dat rijders een taak binnen een ploeg hebben. Hierbij zijn één of twee rijders goed genoeg om te winnen, de andere houden deze rijders zo lang mogelijk in de buurt van andere favorieten. Dit is ook te vergelijken met het wielrennen.

[bewerken] Remmen

Er zijn diverse remtechnieken. Enkele belangrijke:

  • blokrem: ook wel hielstop. Onder de skateschoen is een rubber blokje bevestigd, als een soort hak. Door het been naar voren te steken en op deze hak te gaan staan, kan effectief geremd worden. De methode is gevaarlijk omdat het een foute houding vraagt. Ook slijt het blokje weg en kan het soms afbreken.
  • sleepstop: de skate waarmee men remt sleept in een hoek van 90° achter het standbeen. Dit is erg slijtig voor de wieltjes. Samen met de blokremtechniek is het de enige toelaat om op smalle plaatsen, in druk verkeer af te remmen of te stoppen.
  • valse-startstop: de rembeweging die schaatsers maken na een valse start, waarbij de schaatsen om en om naar binnen worden geplaatst.
  • bermstop: van de weg af de berm inrijden. Dit leidt gemakkelijk tot een val.
  • Grasstop: vanaf de weg in het gras vallen, hetzelfde idee als de bermstop.
  • Power-slide: vanuit een sleepstop een 90° draai maken, hierbij staat men vrijwel meteen stil. Dit vereist enige vaardigheid. Deze methode is beter bekend als de Cess-slide.
  • Draaistop: draaien tot stilstand. Deze manier is niet aan te raden bij hoge snelheid.
  • Paalstop: Dit is een manier van remmen of tot stilstand komen, waarbij men zich voorzichtig tegen een grote paal of ander groot object laat rijden; bijvoorbeeld tegen een lantaarnpaal of een muur. Hierbij dient men zich eerst wat uit te laten rijden, om zo snelheid te verminderen om vervolgens met uitgestrekte armen zichzelf op te vangen tegen het hiervoor genoemde object.
  • Valstop: deze manier van remmen is regelmatig te zien bij onverwachte hindernissen (denk aan een stoplicht dat onverwachts op oranje springt). Deze manier van remmen is niet aan te raden maar wel effectief.

[bewerken] Verkeersregels

[bron?] In Nederland mag een skater op de openbare weg gebruikmaken van het fietspad en bij afwezigheid daarvan van de rijbaan, maar een skater is geen bestuurder en houdt voor de wet (en daarmee de voorrangsregels) dus de status van voetganger (per 1 april 2008). In België valt de skater sinds 15 maart 2007 onder de wetgeving rond de 'voortbewegingstoestellen'. In deze categorie worden ook Segway, step, skateboard, rolstoel en andere geregeld. Een niet gemotoriseerd 'voortbewegingstoestel' kent dezelfde regels als een fietser wanneer het zich sneller dan stapvoets voorbeweegt: fietspad, rijweg, jaagpad, ... Wanneer het zich stapvoets beweegt is het beschouwd als een voetganger[3].

[bewerken] Het verschil tussen skaten en skeeleren

Skeeler is een merknaam van Zandstra. Daarom is de officiële benaming zoals die nu gevoerd wordt door het KNSB (voorheen SBN) inline-skaten. Er zijn varianten met 5 wielen en 4 wielen, waarbij momenteel de 4 wielen met een maximale toegestane diameter van 110 mm, het meest gebruikt worden. Over het algemeen is de maximale diameter van 5 wielen ca. 90 mm. Een en ander heeft ook nog eens te maken met de steekmaat van de skate en schoen. Ook bestaan er varianten met 3x110 mm en 1x90 mm (op de tweede plaats).

Kortom: er is geen verschil tussen skaten en skeeleren.

Daarnaast zijn er bijzondere typen. Een voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde Twinliners, skeelers op twee wielen, die zeer ver uit elkaar liggen. Enkele vierwiel- of zelfs driewielskates hebben een verlengd frame. Daardoor rijden ze meer zoals vijfwielers maar zijn iets lichter. Sommige skeelers hebben een klapmechanisme zoals klapschaatsen. Of bieden vering per wiel aan. Tenslotte is er de off the road skate, met drie grote luchtbanden. En de skike, met twee luchtbanden.

[bewerken] Varia

  • Amerikanen gebruiken het woord "skaten" ook voor schaatsen op ijs. Skaten lijkt veel op schaatsen; in beide gevallen verkrijgt men snelheid door de voeten zijwaarts af te zetten.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Referenties

  1. (pt) skeelers op www.sportsproject.com.br. Geraadpleegd op 30 mei 2009.
  2. Lagers voor skates. Geraadpleegd op 30 mei 2009.
  3. Voortbewegingstoestellen op ikbenvoor.be
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen