Skiën

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ski-kampioen Jan Boon geeft een demonstratie in Duinrell (1940)
Een ski

Skiën is zich voortbewegen over sneeuw of een kunstskibaan met behulp van een of meer 'planken', ski's genoemd, die aan de voeten (skischoenen) worden bevestigd.

Oorspronkelijk waren ski's van hout, maar tegenwoordig worden ze gemaakt van glasvezel of andere composietmaterialen, of een combinatie van hout en composietmaterialen. Op de pagina over skimateriaal wordt dieper ingegaan op de samenstelling, vorm en functionaliteit van de "plank(en)".

Een skiër is iemand, die zich bezighoudt met enige vorm van skiën, zoals hieronder nader beschreven.

Vormen[bewerken]

Er bestaan diverse vormen van skiën. De volgende skisporten bestaan:

  • Noords skiën
    • Langlaufen: ook Crosscountry genoemd, op speciale langlaufski's moet een traject worden afgelegd. Er zijn verschillende varianten, afhankelijk van de lengte, welke stijl van lopen mag worden gebruikt en of de deelnemers tegelijk of na elkaar starten.
    • Schansspringen: De deelnemers springen van een schans af en proberen daarbij zo ver mogelijk te komen. Naast de springafstand wordt ook door een aantal juryleden de uitvoering van de sprong beoordeeld. Er zijn twee typen schans, de 90-meterschans en de 120-meterschans, naar de typische afstand die er gesprongen kan worden.
    • Noordse combinatie: Dit is een combinatie van langlaufen en schansspringen en bevat drie onderdelen: de sprint, de individuele discipline en de teamdiscipline.
    • Biatlon: Op speciale langlaufski's moet een traject worden afgelegd. Intussen moeten de doelen worden geraakt met een geweer.
    • Telemarken: Skiën met telemark-ski's -met losse hak- waarbij de skiër door de knieën buigt om te draaien. Hierbij wordt de noordse stijl gebruikt op steilere hellingen. Hierdoor kan dit beschouwd worden als een mengvorm van de noordse en alpine stijl.
  • Alpineskiën
    • Afdaling: Een snelheidsparcours dat bergafwaarts verloopt zonder veel bochten, en met sprongen dient zo snel mogelijk afgelegd te worden (gewoonlijk in 1 manche).
    • Slalom (ski): Een parcours tussen paaltjes, die beurtelings ongeveer links- en rechtsom moeten worden gepasseerd, zeer technisch bochtenwerk (in 2 manches).
    • Reuzenslalom (ski): Zelfde als slalom maar dan langer en minder bochtig, technische discipline (in 2 manches).
    • Super G (ski): Bochtiger snelheidsparcours, met sprongen (gewoonlijk in 1 manche).
    • Alpine combinatie: De deelnemers moeten zowel 1 manche afdaling en 1 manche slalom skiën; de tijden worden opgeteld.
    • Parallell-ski-event: de deelnemers starten tegelijk
    • Team-events: deelnemers racen per team
  • Freestyleskiën
    • Aerials: Van een skischans, de kicker, worden salto's gemaakt.
    • Buckelpisteskiën (moguls): Men moet in een zo recht mogelijke lijn tussen de moguls naar beneden skiën. In het parcours bevinden zich twee sprongen. Het klassement wordt opgemaakt op basis van de behaalde punten op de bochten, de sprongen en de snelste tijd.
    • Buckelpisteskiën (Dual-moguls)
    • Ski-cross : Op een parcours wordt door 4 racers om ter snelst geracet, de winnaar gaat door naar de volgende ronde.
    • Halfpipe : In een halve pijp maken de deelnemers sprongen en tricks die gequoteerd worden.
  • Snowboarden
    • Slalom-sb: Een parcours tussen paaltjes, die beurtelings ongeveer links- en rechtsom moeten worden gepasseerd, zeer technisch bochten werk (in 2 manches).
    • Reuzenslalom-sb: Zelfde als slalom maar dan langer en minder bochtig, technische discipline (in 2 manches) .
    • Super G-sb: Bochtiger snelheidsparcours, met sprongen (gewoonlijk in 2 manches).
    • KO-events-sb: deelnemers racen tegen elkaar de winnaar gaat door naar de volgende ronde
    • Half-pipe-sb: In een halve pijp maken de deelnemers sprongen en tricks die gequoteerd worden
    • Big-air: Van een de kicker, worden sprongen en tricks gemaakt.
    • Border-cross: Op een parcours wordt door 4 racers om ter snelst geracet, de winnaar gaat door naar de volgende ronde.
  • Speed skiing: of kilomètre lancée: de records worden hier uitgedrukt in km/u (op dit moment boven de 250)
  • Grasskiën: Skiën op gras, voor als er geen sneeuw meer is, meestal met speciale ski's. De normale ski's zijn hiervoor niet geschikt.
  • Zandskiën: Net als bij gras- of droog-skiën wordt hier op de zandduinen van de woestijn geskied.
  • Borstelskiën: Skiën op pistes met een artificiële ondergrond die de sneeuw vervangt, zoals borstels, matten, wordt ook wel "dry-slope" of "artificial-slope" -skiing genoemd.
Met vellen omhoog lopen
Afdaling door poedersneeuw
  • Ski-Alpinisme: Bij dit is de Alpijnse variant van crosscountry men loopt/skiet een parcours en men overwint hindernissen met alpinisme technieken. Men skiet wel met brede alpijnse ski's. Deze sport heeft veel deelnemers uit het militaire veld en medewerkers van skistations en berghulpdiensten.
  • Toerskiën: Toerskiën is dezelfde sport als ski-Alpinisme (maar zonder de alpinisme en reddingstechnieken), waarbij men een bergtoer maakt buiten de skigebieden; om te stijgen zal men met vellen onder de ski's omhoog lopen, om vervolgens naar beneden te skiën.
  • Heliskiën: skiërs worden op een punt gedropt door een helikopter en skiën dan, al dan niet met gids, hun afdaling.

Wedstrijdskiën[bewerken]

Wedstrijdskiën in Nederland gebeurt op de kunstskibaan en indoorhallen. Nederland telt ongeveer 14 borstelbanen en indoorhallen waar tussen september en april wekelijks slalomwedstrijden georganiseerd worden.

Skimateriaal[bewerken]

Niet elke ski is dezelfde in elke vorm van het skiën. Voor elke tak van sport gebruikt men ander skimateriaal. Zo is een alpine skiuitrusting een andere dan de uitrusting voor bijvoorbeeld langlaufen. Ook is het zo dat er verschillende ski's zijn. Dit kan variëren van carveski's tot aan de dunne latjes. Er zit ook een verschil tussen ski's voor gevorderden en ski's voor beginners.Aan de hand hiervan kan ook de prijs van ski's ontzettend verschil maken.

Zie ook[bewerken]