Schansspringen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schansspringen
Voormalig wereldkampioen Adam Małysz tijdens het WK in 2011
Voormalig wereldkampioen Adam Małysz tijdens het WK in 2011
Algemene gegevens
Type individueel
Olympische sport 1924-
Portaal  Portaalicoon   Sport

Schansspringen is een wintersport waarbij op ski's van een helling (de 'schans') gesprongen wordt. Het doel daarbij is om zowel zo ver mogelijk als zo mooi mogelijk te springen. Al vanaf de eerste Olympische Winterspelen in 1924 staat het schansspringen op het programma. De internationale organisatie die de schansspringsport vertegenwoordigt is de FIS.

Schansspringen wordt hoofdzakelijk individueel beoefend. Daarnaast zijn er landenwedstrijden waarbij vier springers per land aan de start komen. Het is hoofdzakelijk een mannensport. In 2014 was het vrouwenschansspringen voor het eerst een olympisch onderdeel. De vrouwen sprongen alleen van de kleine schans. Schansspringen is hoofdzakelijk een wintersport, maar wordt ook in de zomer beoefend op een kunstmatige ondergrond.De noordse combinatie is een vorm van skisport waarbij de twee onderdelen van het noords skiën, schansspringen en langlaufen, gecombineerd worden. Skivliegen is een extreme vorm van schansspringen waarbij vanaf erg grote schansen meer dan 200 m gesprongen kan worden. De sport is populair in Scandinavië, de Alpenlanden, Duitsland, Polen, Rusland, Tsjechië en Japan.

Geschiedenis[bewerken]

schansspringen in 1905
schansspringen in 1936
schansspringen in 1943
de V-stijl sinds de jaren '90
de Holmenkollenschans in Noorwegen

Schansspringen bestaat al sinds het begin van de 19e eeuw, toen werd in de Noorse provincie Telemark al over stapels hout en daken heen gesprongen. De eerste gemeten sprong werd in 1808 gesprongen door Olaf Rye. Hij sprong 9,5 meter. De eerste echte wedstrijd werd in 1862 in Trysil (Noorwegen) gehouden. In 1879 werd in Oslo de eerste grotere schans gebouwd. Vanaf toen werd daar voor het eerst een jaarlijks terugkerend evenement gehouden; de Husebyrennene. In 1892 werd deze wedstrijd verplaatst naar de Holmenkollenschans; de winnende sprong was 21,5 meter. Sindsdien is de Holmenkollen het Mekka van de schansspringsport. Vanuit Noorwegen breidde de sport zich uit naar Zweden en Finland. Vervolgens via Oostenrijk en Zwitserland naar de overige Alpenlanden.

De sprong[bewerken]

De schanssprong is onderverdeeld in vijf stappen:

  1. De voorbereiding: de springer zit op een balk bovenaan de schans. Deze balk kan door de jury hoger of lager op de schans worden geplaatst afhankelijk van de omstandigheden. Tijdens een wedstrijd springt iedereen van dezelfde hoogte.
  2. De aanloop: de springer maakt snelheid op de schans door zijn aerodynamische houding. De snelheden lopen op tot 80-100 km/uur)
  3. De afzet: de knieën en lichaam worden gestrekt in een snelle beweging.
  4. De vlucht: de ski's staan gespreid in de V-vorm. Met de armen worden kleine koerscorrecties uitgevoerd.
  5. De landing: de ski's gaan in telemarkpositie of parallel

Technieken[bewerken]

De techniek van het schansspringen is in de loop van vorige eeuw flink geëvolueerd. In de beginjaren hielden de springers hun ski's naast elkaar en maakten een roterende beweging met hun armen. Waarschijnlijk om de beweging van vogels te imiteren. Later hield men de armen stijf langs het lichaam. Een grote sprong voorwaarts werd gemaakt door de introductie van de 'V-stijl' begin jaren '90 door de Zweed Jan Boklöv. Bij die stijl worden de ski's in een V-vorm gebracht en wordt het lichaam zover mogelijk, tussen de twee ski's gebracht. Hierdoor vang je meer wind en word je verder gedragen. In de beginjaren kende de jury voor deze, in hun ogen lelijke, stijl minder punten toe, maar dit werd ruim gecompenseerd door de extra verre sprongen. Toen iedereen massaal overstapte op deze techniek, heeft de jury haar oordeel aangepast.

Een zogenaamde 'Telemark-landing' scoort beter bij de jury dan een gewone landing met twee parallelle ski's. Bij de 'Telemark' (genoemd naar de Noorse provincie) buigt de springer direct na de landing extra ver door één been (als ware het een aanzoek aan de jury). Deze manier van landen is moeilijk en hiermee laat de springer zien dat hij de landing goed onder controle heeft. Bij zeer verre sprongen wordt uit veiligheidsoverwegingen vaak de parallelle landing uitgevoerd, maar dat wordt dan door de jury slechter beoordeeld.

De schansen[bewerken]

De wedstrijdschansen zijn er in verschillende afmetingen. Bij de indeling van schansen wordt gebruikgemaakt van het K-punt. Dit is de afstand die onder normale omstandigheden door goede schansspringers veilig kan worden gesprongen. De meeste wedstrijdschansen zijn K90- of K120-schansen.

Een gebruikelijke indeling is die in:

  • Kleine schansen: K-waarde 75-100 m
  • Grote schansen: K-waarde 100-130 m
  • Skivliegschansen: K-waarde 145-185 m (slechts 5 goedgekeurde schansen ter wereld)

Tegenwoordig wordt de grootte van een schans steeds vaker in HS (hillsize) uitgedrukt. Over het algemeen is de HS-waarde groter dan de K-waarde.

Puntentelling[bewerken]

De springer kan een wedstrijd winnen door de meeste punten te behalen. Een springer haalt punten voor de afstand en de stijl van de sprong. Als een springer precies op het K-punt landt, krijgt hij 60 punten (120 bij skivliegen). Elke meter meer betekent 1,8 punt erbij en elke meter minder betekent 1,8 punt eraf. Dan krijgt de springer nog punten voor de stijl. Bij elke wedstrijd zijn er 5 juryleden aanwezig. Deze honoreren de aanloop, afsprong, vlucht, het neerkomen, uitloop en de afstand in een puntentotaal. Direct na de sprong moeten ze een score doorgeven die tussen de 0 en de 20 punten ligt. De hoogste en de laagste score worden vervolgens weggestreept. De resterende drie scores worden bij elkaar opgeteld en samen met de punten voor de sprong komt de springer dan tot een eindscore. Bij elke sprong worden de windomstandigheden gemeten en vertaald in bonuspunten, positief of negatief. Indien gedurende de wedstrijd van gate wordt gewisseld, wordt bij de score een aantal punten toegevoegd of er vanaf getrokken om dit voor- of nadeel ten opzichte van de andere springers te compenseren.

Wedstrijdverloop[bewerken]

Een individuele wedstrijd verloopt als volgt:

1) Kwalificatie:

  • de beste 10 springers volgens de actuele stand om de wereldbeker zijn automatisch geplaatst voor de wedstrijd. Zij mogen deelnemen aan de kwalificatie, maar kunnen dus niet worden uitgeschakeld.
  • alle overige deelnemers maken één sprong. Van deze deelnemers plaatsten de 40 springers met de meeste punten zich voor de wedstrijd.

2) Wedstrijd, eerste ronde

  • standaard
De vijftig geplaatste springers maken één sprong, in omgekeerde volgorde van de actuele stand om de wereldbeker. De dertig springers met de meeste punten plaatsen zich voor de finale.
De vijftig geplaatste springers springen paarsgewijs tegen elkaar (de eerste tegen de 50e, de tweede tegen de 49e enz.), en per duel plaatst degene met de meeste punten zich voor de finale. De vijf beste verliezers mogen als "lucky losers" ook naar de finale.

3) Wedstrijd, finaleronde

De dertig geplaatste deelnemers springen in omgekeerde volgorde (dus de beste uit de eerste ronde als laatste). De behaalde punten worden opgeteld bij de punten uit de eerste ronde. De springer met de meeste punten wint.

Een landenwedstrijd verloopt als volgt:

1) Wedstrijd, eerste ronde

De ronde bestaat uit vier blokken. Elk team mag zelf bepalen welke springer in welk blok zit. In elk blok springt van elk land één verschillende deelnemer. Er wordt gesprongen in aflopende volgorde van het actuele landenklassement. De behaalde punten per land worden opgeteld. De acht landen met de hoogste score gaan door naar de finaleronde.

2) Wedstrijd, finaleronde

De eerste drie blokken uit de eerste ronde springen in dezelfde volgorde en met dezelfde deelnemers. De punten worden opgeteld met de punten uit de eerste ronde. In het laatste blok hangt de startvolgorde af van de tussenstand; er wordt gesprongen in aflopende volgorde, waarbij het beste land als laatste start. Het totaal van alle acht sprongen bepaalt de winnaar.

Wedstrijden, mannen[bewerken]

Naast de Olympische Spelen is het Vierschansentoernooi de meest prestigieuze wedstrijd. Vooral het nieuwjaarsspringen in Garmisch-Partenkirchen springt in het oog.

Olympische Spelen[bewerken]

Vanaf de eerste Olympische Spelen staat schansspringen (vanaf de kleine schans) op het programma. Sinds 1964 is daar de grote schans aan toegevoegd. De landenwedstrijd heeft plaats sinds 1988. De eerste olympisch kampioen was de Noor Jacob Tullin Thams. De huidige kampioen op de kleine en grote schans is de Pool Kamil Stoch. Duitsland is de regerend landenkampioen.

Vierschansentoernooi[bewerken]

De nieuwe schans van Garmisch-Partenkirchen (2008)

Het Vierschansentoernooi vindt jaarlijks plaats tussen Kerst en 6 januari. In die 2 weken worden er 4 schansen aangedaan: Oberstdorf, Garmisch-Partenkirchen (beide in Duitsland), Innsbruck en tot slot Bischofshofen (beide in Oostenrijk). De springer die over deze 4 wedstrijden de meeste punten haalt is de winnaar. De Duitser Sven Hannawald is de enige schansspringer tot nu toe die alle vier wedstrijden in één seizoen op zijn naam geschreven heeft. Dat gebeurde in 2002. Recordwinnaar is de Fin Janne Ahonen. Hij won het toernooi vijf keer.

De eerste editie had plaats in 1953. De Oostenrijker Thomas Diethart is de meest recente winnaar.

Wereldkampioenschappen schansspringen[bewerken]

De wereldkampioenschappen schansspringen bestaat al sinds 1925 (kleine schans). Vanaf 1962 wordt ook op de grote schans gesprongen terwijl de landenteams vanaf 1982 meedoen. Om de twee jaar (oneven jaren) wordt het kampioenschap gehouden. Regerend kampioenen zijn de Noor Anders Bardal (kleine schans), de Pool Kamil Stoch (grote schans) en het Oostenrijkse team.

Wereldkampioenschappen skivliegen[bewerken]

De wereldkampioenschappen skivliegen staat elke twee jaar op het programma (even jaren) en wordt gehouden sinds 1972. Het kampioenschap rouleert tussen de vijf geschikte schansen. Regerend kampioenen zijn de Sloveen Robert Kranjec en het Oostenrijkse team.

Wereldbeker[bewerken]

Vanaf 1979 wordt de wereldbeker schansspringen georganiseerd. Dit is een regelmatigheidsklassement. Tijdens een dertigtal wedstrijden, zowel schansspringen als skivliegen, wordt via een puntensysteem bepaald wie de beste schansspringer van het seizoen is. De winnaar van een wedstrijd krijgt 100 punten, de tweede 80, de derde 60, de dertigste plaats is nog goed voor 1 punt.

Nordic Tournament[bewerken]

Van 1997 tot en met 2010 werd het Nordic Tournament georganiseerd. Het was de Scandinavische tegenhanger van het Vierschansentoernooi, met twee wedstrijden in Finland en twee in Noorwegen. De springer die over deze 4 wedstrijden de meeste punten haalde was de winnaar.

Grand Prix[bewerken]

Sinds 1994 organiseert de FIS tijdens de zomerperiode de Grand Prix. Er wordt zowel een individueel als een landenklassement over de verschillende wedstrijden heen opgemaakt. Het principe van de Grand Prix is te vergelijken met dat van de wereldbeker.

Wedstrijden, vrouwen[bewerken]

Tot voor kort was het schansspringen een mannensport. De FIS organiseert sinds 1998 wedstrijden voor vrouwen. Vanaf 2005 ging de FIS Continental Cup (Ladies) van start. In het seizoen 2008/2009 worden 16 individuele en 1 landenwedstrijd georganiseerd. Sinds 2006 is er een wereldkampioenschap voor junioren.

Het eerste wereldkampioenschap voor vrouwen werd in 2009 gehouden tijdens het WK noords skiën in het Tsjechische Liberec, er werd één individuele wedstrijd gehouden. Met ingang van het seizoen 2011/2012 gaat de FIS een wereldbekercyclus voor vrouwen organiseren bestaande uit 14 individuele wedstrijden.[1]

De FIS heeft tevergeefs bij het Internationaal Olympisch Comité voorgesteld om tijdens de Olympische Spelen 2010 in Vancouver een wedstrijd voor vrouwen te houden[2]. Het Executive Board van het IOC heeft het verzoek afgewezen op grond van een te beperkte hoeveelheid atleten en deelnemende landen[3]. In 2014 is schansspringen voor het eerst als olympische sport uitgevoerd door vrouwen. Dit gebeurde op de Olympische Spelen van Sochi. Er werd alleen op de (kleine) normale schans gesprongen.

Wereldrecord, ontwikkeling[bewerken]

Door de jaren heen is vaak het wereldrecord aangescherpt. Een aantal interessante mijlpalen staat hieronder:

  • 23 m - 1879 - het eerste officiële wereldrecord
  • 72 m - 1927 - voor het eerst een niet Noorse recordhouder (de Zwitser Bruno Trojani)
  • 101 m - 1936 - voor het eerst over de 100 m (de Oostenrijker Sepp Bradl )
  • 150 m - 1967 - voor het eerst over de 150 m (de Noor Lars Grini)
  • 200 m - 1994 - voor het eerst over de 200 m (de Fin Toni Nieminen)
  • 246,5 m - 2011 - het huidige wereldrecord, in handen van de Noor Johan Remen Evensen

Het wereldrecord bij de vrouwen staat met 200 meter op naam van de Oostenrijkse Daniela Iraschko, gesprongen op 29 januari 2003 in Bad Mitterndorf.

De verste sprongen worden gemaakt op de Letalnica-schans te Planica (Slovenië).

Materiaal[bewerken]

Bij schansspringen worden in vergelijking met het alpineskiën bredere en langere ski's (240 tot 270 cm) gebruikt. De pakken zijn van een soort schuimrubber.

Er gelden strenge materiaalvoorschriften, zowel voor de ski's als voor de pakken. Wat wel en niet mag hangt af van het gewicht en de lengte van de springer.

Veiligheid[bewerken]

Schansspringen is een gevaarlijke sport. Om veilig te kunnen springen zijn een goede techniek en goede weersomstandigheden nodig. Een plotselinge zijwind of een sterke rugwind kan bijvoorbeeld tot zware ongelukken leiden. Tijdens de wedstrijd wordt de windkracht en -richting continu bepaald. Pas als de jury aangeeft dat deze binnen de toegestane marge is, en de landings- en aankomstzone vrij zijn voor de sprong krijgt de springer groen licht voor de sprong. Hiervoor gebruikt de jury lichtsignalen in de kleuren groen, oranje en rood. Bij groen licht heeft de springer maximaal 10 seconden om te springen. Meestal geeft de coach met een vlagsignaal aan wanneer de springer het beste kan springen om de meest gunstige wind te krijgen.

Nederlanders[bewerken]

Op dit moment zijn geen Nederlandse heren actief in het wereldbeker circuit of op het niveau daaronder. Eerder, tot 2004, was dit wel het geval toen met Ingemar Mayr, Niels de Groot, Jeroen Nikkel, Boy van Baarle en Christoph Kreuzer. De resultaten waren wisselend en niet genoeg voor de Olympische Spelen van 2002. Bij de vrouwen zijn twee Nederlandse dames Wendy Vuik en Lara Thomae actief op het hoogste niveau bij de vrouwen. Vuik debuteerde in februari 2007 in de Continental Cup met een 41e plaats. Lara debuteerde in augustus 2007 met een 48ste plaats.

De Nederlandse Skivereniging probeert het Nederlandse schansspringen op een hoger niveau te tillen en ze heeft daartoe in 2007 een 'talentontwikkelingsgroep' opgestart met acht jonge talentvolle schansspringers.[4] In het seizoen 2011/12 is er sprake van een nationale selectie.

In de onderstaande lijst staat een overzicht van de personen die onder een Nederlandse licentie bij de FIS zijn ingeschreven. Hier staan ook oud-springers bij. Alleen de prestaties die (destijds) op het hoogste niveau zijn geleverd, staan vermeld.

FIS status FIS code Deelnemer Geboortedatum Activiteit op het hoogste niveau
Actief 5476 Oldrik van der Aalst 01-12-1995
Actief 6005 Lars Antonissen 31-07-1995
3356 Boy van Baarle 18-12-1983 1x wereldbekerwedstrijd individueel, 2x team
5477 Rowan Beukema 10-11-1994
5317 Domingo Boland 11-04-1990
1960 Melinda Boland 21-05-1988
2135 Marcin Golab 02-03-1984
2909 Niels de Groot 01-05-1981 1x wk-deelname springen (56e), 5x wereldbekerwedstrijd individueel (beste prestatie: 35e in Hakuba op 27-08-2000), 2x team.
2955 Peter van Hal 2x deelname wk; 1995 K120: 56e, K90: 56e
6500 Rico de Jong 21-05-1994
3980 Gerrit Konijnenberg 1963 5x wereldbekerwedstrijd individueel
4635 Christoph Kreuzer 09-09-1982 1x wk-deelname vliegen, 1x wk-deelname springen,
7x wereldbekerwedstrijd individueel, 1x team
6750 Bas Lustermans 10-12-1998
4190 Ingemar Mayr 30-11-1975 3x wk-deelname springen, 46x wereldbekerwedstrijd individueel, 2x team
2942 Jeroen Nikkel 14-12-1980 1x wk-deelname springen, 2x wereldbekerwedstrijd individueel, 1x team
5474 Jermo Ribbers 04-04-1993 Op 4 januari 2008 kwam Ribbers om het leven na een ongelukkige val tijdens een training van de schans van Oberstdorf[5]
6501 Joran de Schepper 07-02-1997
2140 Leslie Swan 01-05-1981
5473 Lara Thomae 29-04-1993 1x wk-deelname (31e), 12x deelname Wereldbeker, hoogste positie: 38e (14-01-2012, Val di Fiemme), 56x deelname Continental Cup (t/m seizoen 2010/11), hoogste positie: 13e (11-12-2007, Notodden)
5475 Michel Tuitel 08-10-1992
5015 Wendy Vuik 25-11-1988 3x deelname wk (23e in 2009 en 2011), 36x deelname Wereldbeker, hoogste positie: 14e (08-01-2012, Hinterzarten), 80x deelname Continental Cup (t/m seizoen 2010/11), hoogste positie: 11e (20-02-2011, Ramsau)
Actief 6004 Ruben de Wit 02-02-1995
5316 Thomas de Wit 12-08-1991

Gegevens FIS op 05-10-2014[6]

Gerrit-Jan Konijnenberg was de eerste Nederlander die sinds de jaren dertig aan schansspringen deed. Hij zette het Nederlands record op 97 meter.

Tussen 1992 en 2002 is er elk jaar een open Nederlands kampioenschap georganiseerd.

Schansspringen in de zomer[bewerken]

Sinds enkele jaren wordt er ook in de zomer gesprongen. Het spoor op de schans is dan van porselein of metaal en op de landingszone ligt kunststof. De FIS organiseert jaarlijks van augustus tot oktober de Grand Prix (vergelijkbaar met de wereldbeker), maar dit wordt toch vooral gezien als voorbereiding op het winterseizoen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties