Smeltveiligheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symboolvoorstelling, als een trage zekering wordt bedoeld dan is het symbool voorzien van een vette stip in het midden van de "smeltdraad".
Smeltzekering (glaszekering) die veel voorkomt in elektrische apparaten
Doorsnede van een Diazed smeltpatroon.
Smeltpatroon met schroefkop

Een smeltveiligheid beschermt de bedrading van elektrische installaties tegen schade door te hoge elektrische stromen.

Smeltveiligheden komen voor in elektrische apparatuur, in voer- en vaartuigen, en in de elektrische installatie van gebouwen, hoewel deze laatste tegenwoordig steeds meer tegen overstroom beveiligd worden met installatieautomaten.

Smeltveiligheid is de formele naam voor een elektrische smeltzekering in de volksmond ook wel stop of plon (Vlaanderen) genoemd, zoals die bijvoorbeeld in verdeelinrichtingen wordt toegepast, in woningen ook (enigszins verouderd) stoppenkast genoemd. Technici bezigen de naam zekering in de algemene zin en smeltpatroon in het bijzonder.

Werking[bewerken]

Een smeltveiligheid bestaat uit een elektrisch geleidende band of draad van koper, zilver of (wanneer het kleine stroomsterktes betreft) van een koperlegering, meestal in een gesloten huis van keramiek (steatiet) of voor kleine zekeringen glas of kunststof vaak gevuld met een blusmiddel (zand). Eventueel is de zekering voorzien van een druppeltje lood en/of tin op het midden van de smeltdraad voor het vertraagd onderbreken. Deze uitvoering wordt een trage zekering genoemd.

Wanneer er door kortsluiting of overbelasting een te hoge stroom loopt, smelt de smeltdraad van de veiligheid en wordt daardoor de stroomkring onderbroken. Hierdoor wordt voorkomen dat door warmteontwikkeling schade aan de bedrading c.q. elders in het elektrisch circuit of zelfs brand kan ontstaan. Omdat de kortsluitstroom met een en dezelfde stroomsterkte vanaf de spanningsbron door de kortsluiting vaak via diverse zekeringen stroomt, is het van belang dat de zekering die het dichtst bij de kortsluiting is doorsmelt. Zodoende wordt bij doorsmelten de fout van de rest van de installatie geïsoleerd en blijft het probleem beperkt. Dit noemt men de selectiviteit van de beveiliging.
Deze kortsluitingsstroom kan, weliswaar tijdelijk, extreem hoog zijn, bijvoorbeeld in de orde van 6000 ampère. Dit is volgens de Wet van Ohm de spanning van de spanningsbron gedeeld door de weerstand van het kortsluitcircuit. De laatste is slechts de weerstand van het koper die klein is waardoor het resultaat — de stroom — extreem groot is.

Indeling[bewerken]

Smeltveiligheden kunnen in drie grote "hoofdgroepen" worden ingedeeld:

  1. hoogspanning, genormeerd volgens IEC 62271
  2. laagspanning, genormeerd volgens IEC 60269
  3. apparaatzekeringen (ook wel glaszekeringen genoemd), genormeerd volgens IEC 60127

Huisinstallatie[bewerken]

Tweedelige Schroefveiligheid[bewerken]

Bij huisinstallaties gebruikt men doorgaans tweedelige schroefveiligheden. Ze worden aangeduid als Diazed of D-veiligheden. (Dia = diameter. Z = zweiteilig, ed = Edison). De veiligheid bestaat uit een smeltpatroon en een schroefkop. Smeltpatronen zijn voorzien van een meld- en een smeltdraad (in de figuur aangeduid met 1). De smeltdraden zijn gemaakt van zilver of van verzilverd koper. Beide draden lopen parallel vanaf de met gips gevulde patroonvoet (5) naar een vast gekit contactplaatje aan de bovenzijde van de smeltpatroon.

Zodra door kortsluiting of overbelasting een te grote stroom gaat lopen, wordt de smeltdraad door zijn elektrische weerstand sterk verhit, zodat hij snel of langzaam doorsmelt – afhankelijk van de soort zekering. Daarna loopt alle stroom door de melddraad, die zeer snel doorsmelt. Het elektrisch contact is dan verbroken. Het veertje (2) drukt de verklikker (3) naar buiten, waaraan men kan zien dat "de zekering is doorgebrand". Fijn zand (4) voorkomt vuurverschijnselen tijdens het doorsmelten.

Op de smeltpatroon zijn de nominale spanning en stroomsterkte vermeld. De werkelijke maximale stroomsterkte (de zogenaamde "aanspreekstroom") is minstens 6% hoger dan de nominale waarde. De diameter van de patroonvoet wordt steeds, bij elke patroon met een hogere nominale stroomsterkte, één maat groter. De schroefveiligheid wordt in een porseleinen patroonhouder (coupe) geschroefd welke voorzien is van een passchroef. Deze passchroef bestaat uit messing en is omgeven door een rand van porselein. In de daarvoor gevormde opening past precies de voet van de bijbehorende patroon. Hierdoor past een patroon met een hogere nominale stroomsterkte niet in een passchroef voor een lagere nominale stroomsterkte. Voor het plaatsen en verwijderen gebruikt men een passchroefsleutel.

Veiligheden tot en met 25A passen in een patroonhouder van 25A. Boven 25A tot en met 63A in de patroonhouders van 63A.

Kleur van verklikker en passchroef

Passchroeven en de verklikker van de smeltveiligheden hebben voor een bepaalde waarde dezelfde kleur. Hierdoor is gemakkelijk te zien met welke grootte van veiligheid men te doen heeft.

██ Roze, 2 ampère

██ Bruin, 4 ampère

██ Groen, 6 ampère

██ Rood, 10 ampère

██ Grijs, 16 ampère

██ Blauw, 20 ampère

██ Geel, 25 ampère

██ Zwart, 35 ampère

██ Wit, 50 ampère

██ Koper, 63 ampère

In Nederland is de nominale waarde, waarmee individuele groepen in woonhuizen maximaal mogen worden beveiligd 16 ampère. De waarde van de hoofdzekering is doorgaans 25A of 35A.

Aanduidingen op zekeringen[bewerken]

Voorbeelden:

  • TT 250/0,1: dit is een supertrage zekering voor een nominale stroom van ten hoogste 0,1 ampère en een maximale spanning van 250 volt.
  • T 250/1,6A: dit is een "trage" zekering (reageert niet op kortstondige overbelasting) voor maximaal 250 volt, die bedoeld is om continu een stroom van 1,6 ampère of lager te laten vloeien en bij overschrijding van deze stroom gedurende een bepaalde tijd aan te spreken.
  • M 250/0,5A: dit is een "middeltrage" zekering voor maximaal 250 volt. Het aanspreekgedrag zit tussen de trage en de snelle karakteristiek in.
  • F 250/300mA: dit is een "snelle" zekering voor maximaal 250 volt en stromen niet hoger dan 300 mA.
  • FF 250/62mA: dit is een "supersnelle" zekering voor maximaal 250 volt en stromen niet hoger dan 62 mA, speciaal voor elektronische regelaars.

De standaard IEC 60127 voorziet in 4 typen zekering: FF, F, T, TT. Ieder type is gedefinieerd volgens de tijd nodig om 10x de nominale stroom uit te schakelen.

  1. FF (very Fast), < 1 ms
  2. F (Fast), 1-10 ms
  3. T (SlowBlow), 10-100 ms
  4. TT (Very slow acting), 100 ms - 1 s

Er bestaan in het algemeen 3 typen zekering:

  • Type A: De zekering ultra-snel voor de bescherming van halfgeleiders.
  • Type B: De zekering voor algemeen gebruik (zekering gG)
  • Type C: De zekering motoren (zekering aM). Elektromotoren hebben bij het inschakelen kortstondig een zeer lage inwendige weerstand, waardoor zekeringen gG kunnen doorsmelten.

Zie ook[bewerken]