Sonnet 66

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sonnetten van Shakespeare, 1609

Sonnet 66 is een van de 154 sonnetten van de Engelse toneelschrijver en dichter William Shakespeare. Het maakt deel uit van de zogenaamde Fair Youth-sonnetten, een reeks sonnetten waarin de dichter zijn liefde verklaart aan een jongeman. In dit sonnet baalt de dichter zodanig van de corruptie in de wereld dat hij verlangt te sterven. Alleen zijn verbondenheid met zijn geliefde weerhoudt hem daarvan.

Shakespeares tekst[bewerken]

Sonnet 66

Tired with all these, for restful death I cry:
As, to behold desert a beggar born,
And needy nothing trimm'd in jollity,
And purest faith unhappily forsworn,
And gilded honour shamefully misplaced,
And maiden virtue rudely strumpeted,
And right perfection wrongfully disgraced,
And strength by limping sway disablèd,
And art made tongue-tied by authority,
And folly, doctor-like, controlling skill,
And simple truth miscalled simplicity,
And captive good attending captain ill.

Tired with all these, from these would I be gone,
Save that to die I leave my love alone.

Vertaling[bewerken]

Zo uitgeput ben ik van dit alles dat ik naar de dood verlang,
Van een mens van waarde te zien als bedelaar geboren,
En nietsnutten die zich vrolijk uitdossen,
En zuivere trouw kwaadaardig bedrogen,
En het overladen met eer van hen die het niet verdienen,
En een onschuldig meisje tot hoer gedwongen,
En rechtvaardige volmaaktheid met slechtheid behandeld,
En kracht door corruptie ondermijnd,
En kunst monddood gemaakt door zij die heersen,
En dwaasheid die zich als een dokter vermomt,
En simpele waarheid voor te simpel gehouden,
En het goede dat naar het pijpen van het kwade moet dansen,
Ik wil voorgoed ontsnappen aan dit alles,
Echter, sterven betekent ook: jou alleen te moeten laten.

Analyse[bewerken]

Shakespeares sonnetten zijn voornamelijk geschreven in een metrum genaamd jambische pentameter, een rijmschema waarin elke sonnetregel bestaat uit tien lettergrepen. De lettergrepen zijn verdeeld in vijf paren, jamben genoemd, waarbij elk paar begint met een onbeklemtoonde lettergreep.

In Sonnet 66 is de dichter levensmoe. In zijn wanhoop somt hij al zijn ergernissen en grieven op over de toestand van de samenleving. De spreker hekelt drie dingen: de algemene oneerlijkheid van het leven, de heersende maatschappelijke immoraliteit en een onderdrukkende regering. In tegenstelling tot de meeste andere sonnetten van Shakespeare, waar een verandering van toon of stemming plaatsvindt vanaf regel 9, verandert het sonnet pas met de laatste versregel: de minnaar van de dichter geeft zin aan zijn leven en dat weerhoudt hem ervan om de dood te verkiezen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Nederlandse vertalingen van Sonnet 66
Engelstalige websites

Bronnen

  • The Riverside Shakespeare, "Sonnets", p. 1839 e.v., Houghton Mifflin Company; 2nd edition (31 december 1996), ISBN 0-395-75490-9
  • David West: Shakespeare's Sonnets, Overlook Hardcover (14 juni 2007), UK ISBN 97807-15636619
  • David Crystal en Ben Crystal: Shakespeare's Words: A Glossary and Language Companion, Penguin (Non-Classics) (31 december 2002), ISBN 978-0140291179

Tekstverantwoording

  • Voor spelling en interpunctie van de originele Engelse tekst werd zonder enige aanpassing gebruikgemaakt van The Oxford Shakespeare: The Complete Works, Second edition, 2005, Clarendon Press/Oxford

Voetnoten