Stuart Hampshire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sir Stuart Newton Hampshire (1 oktober 1914 - † 13 juni 2004) was een Brits moraalfilosoof die als hoogleraar verbonden was aan de universiteit van Oxford. Daarnaast was hij een recensent van literatuur en vervulde hij een bestuurlijke taak aan de universiteit. Hij was één van de antirationalistische denkers die een nieuwe richting gaven aan het denken over moraal en politieke theorie in de naoorlogse periode.

Biografie[bewerken]

Hampshire volgde onderwijs aan de Repton School en Balliol College in Oxford, waar hij was ingeschreven als student geschiedenis. Hij beperkte zich niet tot geschiedenis, maar schoolde zich o.a. ook in de schilderkunst en de literatuurstudie. Bij het behalen van zijn eerste graad in 1936 werd hij gekozen voor de studiegroep van All Souls College in Oxford, waar hij onderzoek deed en les gaf in de filosofie. In het begin als een aanhanger van logisch positivisme. Hij participeerde in informele discussiegroepen met soms daarin leidende figuren binnen de filosofie in zijn tijd, bijvoorbeeld: John Austin en Isaiah Berlin.

In 1940, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog meldde hij zich bij het leger als vrijwilliger en werd hem een post gegeven. Door o.a. zijn gebrek aan fysieke kracht, werd hij voor militaire inlichtingen naar Londen getransferreerd waar hij werkte met collega's van de Oxford Universiteit, zoals Gilbert Ryle en Hugh Trevor-Roper. Zijn ervaringen met het verhoren van nazi-officieren aan het einde van de tweede wereldoorlog leidde bij hem tot inzichten m.b.t. de realiteit van het kwaad.

Na de tweede wereldoorlogwerkte hij voor de overheid alvorens hij zijn carrière voortzette als filosoof. Van 1947 tot 1960 gaf hij les aan het University College in Londen en was hij lid van New College in Oxford. Zijn studie naar Spinoza, die werd gepubliceerd in 1951, wordt nog steeds gezien als de beste publicatie over die filosoof. In 1955 keerde hij terug naar All Souls College in Oxford.

In 1960 werd Stuart Hampshire gekozen als lid van de Britse Academie en werd zo 'Grote Professor of Philosophy' aan de Universiteit van Londen, als opvolger van Alfred Jules Ayer. Op internationaal vlak nam zijn bekendheid toe en van 1963 tot 1970 was hij hoofd van het department voor filosofie aan de Princeton Universiteit. In 1970 keerde hij terug naar Oxford als bestuurder van het Wadham College in Oxford. Zijn liberale en sociale kijk werden er duidelijk doordat onder zijn leiding in Wadnam College, als eerste van de colleges in Oxford, vrouwen werden toegelaten als student. Hij werd geridderd 1979 en ging met pensioen in 1984.