Tandsteen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tandsteen

Tandsteen is een verharde laag tandplak die bestaat uit een mineralenlaag. Het uit zich meestal als een gele of bruine kleur op de tanden.

De tandsteen kan ook op of onder de tandvleesrand gaan zitten waardoor het tandvlees geïrriteerd kan raken. Tandsteen is poreuzer dan tandglazuur, waardoor het gemakkelijker verkleurt.

Tandsteen ontstaat doordat het calcium en fosfaat in het speeksel in de tandplaque gaat zitten. Die tandplaque verhard zich dus. Er zijn twee soorten tandsteen: subgingivaal en supragingivaal tandsteen. Subgingivaal tandsteen is tandsteen dat een onder het tandvlees zit. Supragingivaal tandsteen zit boven het tandvlees op de tand of kies.

Ontstaan[bewerken]

Het speeksel in de mond is rijk is aan calcium en fosfaat, dat kan neerslaan op de tanden. Deze zouten reageren met de aanwezige tandplak en hierdoor ontstaat tandsteen. Een hoge pH-waarde in de mond leidt tot snellere vorming van tandsteen, maar minder gaatjes, terwijl die gaatjes juist worden veroorzaakt door een lage pH-waarde. De lage pH-waarde kan weer helpen tandsteen tegen te gaan. Wanneer iemand goed poetst en dagelijks tussen de tanden reinigt en hiermee alle tandplaque verwijderd, ontstaat er ook geen tandsteen.

Een zeer beperkte onderliggende oorzaak van het vormen van tandsteen is de hardheid van het water dat men gebruikt/drinkt, want het beïnvloedt de pH-waarde. Bij hard drinkwater (zoals in de Randstad uit de kraan komt) zal iemand eerder tandsteen krijgen dan bij zacht water zoals op de Veluwe. In alle gevallen kan een goede mondhygiëne de vorming van tandsteen vrijwel volledig voorkomen.