Tarsometatarsus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Skelet van een duif. Nummer 8 duidt zowel de linker- als de rechtertarsometatarsus aan.
Een afgietsel van het typespecimen van Heterodontosaurus tucki. De linker tarsometatarsus is duidelijk te zien.

De tarsometatarsus[1] is een bot in de poot van sommige tetrapoden, namelijk Heterodontosauridae en vogels. Het is ontstaan door de fusie van verschillende botten die bij andere tetrapoden in dat gebied voorkomen, en is homoloog met de tarsus (voetwortel) en metatarsus (middenvoet) zoals die bij zoogdieren voorkomen. De tarsometatarsus van vogels wordt desondanks vaak simpel als tarsus of metatarsus aangeduid.

Vogels[bewerken]

Gedurende de evolutie van vogels is de fusie meerdere keren ontstaan. Bij de Neornithes (moderne vogels) is de fusie het volledigst, te weten over de hele lengte van de botten, hoewel het distale (metatarsale) deel het sterkst vergroeid is. Bij de Enantiornithes, een groep vogels uit het Mesozoïcum, was de vergroeiing volledig in het proximale (tarsale) einde, maar lagen de distale metatarsi nog enigszins gescheiden.

Heterodontosauridae[bewerken]

Hoewel vogels de bekendste dieren zijn met dit gefuseerde bot, zijn ze niet de enige groep die het bezit en zelfs niet de eerste: in een opmerkelijk geval van parallelle evolutie was de tarsometatarsus ook ontstaan bij de Heterodontosauridae, een groep van kleine ornithopode dinosauriërs die niet nauw verwant zijn aan vogels. De oudste restanten van deze groep stammen van het late Trias (meer dan 200 miljoen jaar geleden), waarmee ze bijna 100 miljoen jaar vroeger voorkwamen dan de eerste vogels met een tarsometatarsus.

Bronnen

Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.

  1. Baumel, J.J. & Witmer, L.M. (1993). Osteologia. In J.J. Baumel, A.S. King, J.E. Breazile, H.E. Evans & J.C. Vanden Berge (Ed.), Nomina Anatomica Avium (2nd edition). (p. 45-132) Cambridge: Nuttall Ornithological Club.