Tenlastelegging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De tenlastelegging of telastlegging, door juristen soms afgekort tot t.l.l., of populair 'aanklacht', is het onderdeel van de dagvaarding waarin de officier van justitie (ook wel Openbaar aanklager) een exacte, juridische beschrijving van een bepaalde gedraging van de verdachte geeft.

Die gedraging noemt men 'het feit' dat de verdachte ten laste wordt gelegd. Dit moet een gedraging zijn, die in het Wetboek van Strafrecht of in een andere wettelijke regeling strafbaar is gesteld. De tenlastelegging moet daarom vermelden welk(e) wettelijke voorschrift(en) zouden zijn overtreden.

In sommige gevallen worden er 'primaire' en 'secundaire' feiten ten laste gelegd. Bijvoorbeeld "Primair moord, secundair doodslag"; In het geval de rechter het zware misdrijf moord niet bewezen verklaart, kan de openbaar aanklager altijd nog genoeg bewijs hebben om doodslag, een minder zwaar misdrijf, te bewijzen. Dit gebeurt bijvoorbeeld vaak bij verkeersongevallen waarbij er juridische discussie is over de precieze intentie van de verdachte. De keten loopt hier van moord > gekwalificeerde doodslag > doodslag > dood door schuld.

Je zou kunnen zeggen dat de tenlastelegging een omschrijving geeft van de overtreding of het misdrijf waarvan de verdachte wordt beschuldigd. Een strafbaar feit wordt ook wel aangeduid als 'delict'.

De officier van justitie zal moeten bewijzen dat het feit heeft plaatsgevonden. Hij moet in de tenlastelegging vermelden omstreeks welke tijd en op welke plaats het strafbare feit zou zijn begaan. Verder behelst de tenlastelegging de vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.

De tenlastelegging heeft twee functies:

  1. de verdachte weet waarvoor hij terechtstaat en
  2. het vormt de grondslag voor het strafproces: de strafrechter beslist op basis van het feit zoals dat ten laste is gelegd of het bewijs is geleverd.

Door middel van de tenlastelegging wordt de vraag naar de schuld van de verdachte gesplitst in twee delen:

  • De vraag of de verdachte datgene heeft gedaan wat in de tenlastelegging staat beschreven (de bewijsbaarheid van het feit).
  • De vraag of de handelingen die in de tenlastelegging worden beschreven passen in de wettelijke definitie van een strafbaar feit (de kwalificatie van het feit).

De eisen waaraan de tenlastelegging in Nederland moet voldoen staan opgesomd in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering

Externe link[bewerken]