Thegn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zegel van Godwin de thegn (minister) (eerst helft 11e eeuw, British Museum).

Een Thegn (< Oudengels: þegn, ðegn ("iemand die een ander dient"[1]) was een Angelsaksische krijgsman die land van de koning ontvangen had voor bewezen diensten en de koning onvoorwaardelijk trouw gezworen had.

De voorloper van de thegn was de gesith, de gezel van de koning of hoge heer,[1] een lid van zijn comitatus, en het woord thegn begon te worden gebruikt om een militaire gesith te omschrijven.[2]

In de Slag bij Hastings waren ze, evenals de gevreesde Housecarls, geduchte tegenstanders voor de Normandische en Bretonse cavalerie. Zij waren gewapend met maliënkolders en borstharnassen en hadden helmen met neusplaten, ter bescherming. Voorts waren ze bewapend, ofwel een bijl, een knots of, met zwaard en schild. Deze schilden waren toen nog van lindehout. Wel licht in gebruik, maar niet sterk genoeg om meermalen slagen te incasseren. Later ging men terug over naar metalen schilden. In de tijd van de Noormannen waren de houten schilden rond en met smeedijzer afgewerkt. Ten tijde van de Normandiërs en Angelsaksen, liepen de schilden van boven rond, maar met een punt omlaag. Voor oorlogen en strijd in de Middeleeuwen, werden wel uitvindingen gedaan om de krijgslieden nog beter te beschermen.

Noten[bewerken]

  1. a b F.M. Stenton, Anglo-Saxon England, Oxford, 19713, p. 488.
  2. H.R. Loyn, Gesiths and Thegns in Anglo-Saxon England from the Seventh to the Tenth Century, in The English Historical Review 70 (1955), pp. 529-549.

Referenties[bewerken]

  • H.R. Loyn, Gesiths and Thegns in Anglo-Saxon England from the Seventh to the Tenth Century, in The English Historical Review 70 (1955), pp. 529-549.
  • R. Muchez, Willem de Veroveraar, Antwerpen, 1968.
  • F.M. Stenton, Anglo-Saxon England, Oxford, 19713. ISBN 9780198217169