Tjongercultuur
De Tjongercultuur of Federmessercultuur is een cultuur uit het Jong-Paleolithicum van ongeveer 10.000 tot 9.000 jaar geleden. De cultuur volgde op die van de rendierjagers van de Hamburgcultuur en trad op tijdens het Allerød interstadiaal, toen het iets warmer werd en het toendralandschap veranderde in een berken- en dennenbos. In meer noordelijke streken bestond in dezelfde periode de Brommecultuur. De cultuur werd opgevolgd door de Ahrensburgcultuur, die we vinden in een tijdvak na het interstadiaal, toen het weer wat kouder werd en de laatste fase van de ijstijd (het Weichselien) inging.
De cultuur komt aan haar naam doordat de eerste vondsten in het dal van de Tjonger werden gedaan. Amateur-archeoloog Pieter Horjus ontdekte tussen 1925 en 1942 bij Oostermeer een belangrijke collectie laatpaleolithische artefacten behorend tot deze cultuur. Ze wordt gekenmerkt door invloeden vanuit Frankrijk (Azilien). Het was een cultuur van jagers, die echter een gevarieerder wildaanbod hadden dan hun voorgangers en opvolgers. Zo waren er edelherten, reeën en damherten.
Kenmerkend voor deze cultuur zijn bepaalde vuurstenen klingen, schrabbers, spitsen en stekers.