Tushratta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tushratta was een koning van Mitanni aan het einde van het bewind van Amenhotep III en gedurende het bewind van Akhenaten – ongeveer aan het einde van de 14e eeuw v.Chr. Hij was de zoon van Shuttarna II, en zijn dochter Tadukhipa was getrouwd met Akhenaten. Zijn naam is een verbastering van het Indische Dasharatha , 10 wagens.

Hij werd op de troon geplaatst na de moord op zijn broer Artashumara. Hij was op dat moment waarschijnlijk zeer jong, en voorbestemd om slechts als stroman te dienen. Maar hij slaagde erin om zich te ontdoen van de moordenaars, misschien met de hulp van het zijn Egyptische schoonvader.

In het begin van zijn bewind heroverde de Hettitische koning Suppiluliuma I Kizzuwatna, viel vervolgens het westelijke deel van de Eufraat vallei binnen en overmeesterde Amurru en Nuhashshe in Hanilgalbat. Volgens het Suppiluliuma-Shattiwazza verdrag was Suppiluliuma een verbond aangegaan met Artatama, een rivaal van Tushratta. Niets is bekend over het verleden van Artatama of enige connectie met de koninklijke familie. Het document noemt hem koning van de Hurri, terwijl Tushratta de titel "Koning van Mitanni" krijgt, iets waar Tushratta het ongetwijfeld niet mee eens was. Suppiluliuma begon vervolgens de gebieden op de westoever van de Eufraat te plunderen en hij annexeerde het Libanese gebergte. Tushratta dreigde met invallen voorbij de Eufraat als ook maar een enkel lam of kind gestolen zou worden.

Suppiluliuma verteld vervolgens hoe het land van Isuwa aan de bovenloop van de Eufraat zich afgesplitst had ten tijde van zijn grootvader. Pogingen om het te veroveren slaagden niet. In de tijd van zijn vader kwamen andere steden in opstand. Suppiluliuma beweert dat hij ze verslagen heeft, maar de overlevenden vluchtten naar het gebied van Isuwa, onderdeel van het rijk van Tushratta. Een clausule over de terugkeer van vluchtelingen was onderdel van vele verdragen uit die tijd, dus het is mogelijk dat het herbergen van vluchtelingen door Isuwa het voorwendsel vormde voor de Hettitische invasie.

Een Hettitisch leger stak de grens over, viel Isuwa binnen en bracht de vluchtelingen (of deserteurs of regering in ballingschap) terug onder Hettitische heerschappij. "Ik bevrijdde de gebieden die ik veroverde; zij leefden in hun plaatsen. Iedereen die ik vrijgelaten had, voegde zich bij hun volk en Hatti verenigde hun gebieden", zo pochte Suppiluliuma later. Het Hettitische leger marcheerde daarna door verschillende districten richting de hoofdstad van Hanilgalbat, Washshukanni. Suppiluliuma beweert dat hij de districten plunderde en de buit, gevangenen, vee, schapen en paarden, terugbracht naar Hatti. Hij beweert tevens dat Tushratta vluchtte, maar blijkbaar lukte het hem niet om de hoofdstad in te nemen. Ook al verzwakte de campagne het rijk van Tushratta, toch hield hij vast aan zijn troon.

In een tweede campagne trokken de Hettieten wederom de Eufraat over en onderwierpen Aleppo, Mukish, Niya, Arahati, Apina, Qatna, als ook enkele steden wier namen niet bewaard zijn gebleven. Strijdwagens worden genoemd als buit van Arahati, die samen met de bemanning en alle goederen naar Hatti gebracht werden. Ook al was het gebruikelijk om vijandige soldaten op te nemen in het eigen leger, toch kan dit wijzen op een Hettitische poging om een antwoord te bieden op het machtigste wapen van de Mitanni, de strijdwagen, door zelf een op te bouwen of de bestaande macht te verstevigen.

Tushratta koesterde waarschijnlijk al vermoedens over de Hettitische intenties met zijn koninkrijk, aangezien de Amarna-brieven enkele tabletten bevatten van Tushratta aangaande het huwelijk van zijn dochter Tadukhipa met Akhenaten, expliciet bedoeld om de alliantie met het Egyptische koninkrijk te verstevigen. Echter, toen Suppiluliuma binnenviel liet Egypte na om op tijd te reageren – waarschijnlijk door de plotselinge dood van Akhenaten, en de strijd om de Egyptische troon die hierop volgde.

Volgens een later verdrag tussen Suppiluliuma en Tushratta's broer Shattiwaza werd Tushratta na een derde, vernietigende Hettitische inval vermoord door een groep onder leiding van een van zijn zonen. Een tijd van burgeroorlog volgde die pas tot een einde kwam toen Suppiluliuma Shattiwaza op de troon van Mitanni plaatste.

Voorganger:
Artashumara
Koning van Mitanni Opvolger:
Shuttarna III