Tweede Marokkaanse Crisis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Tweede Marokkaanse Crisis (ook wel 'Agadir-crisis' genoemd) was een crisis tussen Frankrijk en Duitsland in het jaar 1911. De crisis ontstond toen Frankrijk toch troepen naar Marokko zond, zogenaamd om landgenoten te beschermen tegen rellen.

Frankrijk stuurde in het voorjaar van 1911 troepen naar Fez omdat opstandelingen de sultan van Marokko bedreigden. Duitsland ging niet akkoord, omdat het zenden van troepen inging tegen de afspraken uit 1909.

Op 1 juli 1911 leek een Frans-Duitse oorlog niet te vermijden. Duitsland stuurde het oorlogsschip SMS Panther naar Agadir om te laten zien dat het niet akkoord ging. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Kiderlen Waechter wilde wel instemmen met een Frans protectoraat, in ruil voor Frans-Congo. Hij bood als toegift Togo en een deel van Duits-Kameroen aan.

De Britse generaal Henry Hughes Wilson vertrok naar Parijs om Frans-Britse militaire acties tegen Duitsland te coördineren.

In november werden Frankrijk en Duitsland het uiteindelijk eens. Duitsland ging akkoord met de Franse invloed in Marokko in ruil voor 250.000 km² gebied in Frans-Congo (Neukamerun). Dit akkoord, dat op 30 maart 1912 werd ondertekend, staat bekend als het Verdrag van Fez en leidde tot het Franse protectoraat over Marokko