Vinger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een vinger is een van de uitstekende ledematen aan de hand. Over het algemeen heeft de mens (maar ook andere diersoorten) tien vingers. Wanneer meer dan vijf vingers aanwezig zijn op een hand, spreekt men van polydactylie.

De namen van de vingers, van buiten naar binnen als je de hand met de handpalm naar boven voor je legt, zijn:

Palce.jpg

1. duim

2. wijsvinger

3. middelvinger
4. ringvinger
5. pink

De botjes in de vingers zijn van buiten voelbaar; elk vingerkootje bevat één botje. Elke vinger heeft drie kootjes, die met pezen bewogen kunnen worden vanuit de spieren in de onderarm. De duim heeft twee kootjes. Het uiteinde van een vinger heet een vingertop. Hierop bevinden zich aan de bovenzijde de nagels. Deze harde bescherming wordt door de mens gebruikt om kleine voorwerpen te bewerken.

De onderzijde van de vingertoppen is gevoelig. Met de vingertoppen is de mens in staat te voelen of een voorwerp scherp is of stomp, hard of zacht, nat of droog, warm of koud, enzovoorts. Dit gevoel heet de tastzin en de verschillende vormen hiervan behoren tot de zintuigen. De tastzin in de vingertoppen kan getraind worden, zoals blinde mensen doen die lezen door middel van brailleschrift. De tastzin geeft wat de vingers betreft een zeer snelle reactie; bij het branden van de vingers aan een heet voorwerp zorgt dit voor een snelle terugtrekking van de hand.

De menselijke vingers kunnen zich allemaal krommen en strekken, maar alleen de duim is in staat om ook andere bewegingen te maken. Mensen hebben een opponeerbare duim, dat wil zeggen dat de punt van de duim de punt van iedere ander vinger van dezelfde hand kan aanraken. Dankzij deze beweging is de mens in staat om voorwerpen beet te pakken. De naaste verwanten van de mens, de apen hebben behalve een opponeerbare duim ook een opponeerbare grote teen, waardoor ze zowel met hun handen als met hun voeten takken kunnen vastgrijpen.

Het patroon van lijnen aan de binnenkant van de handen en aan de onderkant van onze vingers, is voor ieder mens uniek, zelfs voor eeneiige tweelingen. Als iemand iets met de vingers beetpakt, blijven er vingerafdrukken achter. Dit concept wordt gebruikt door de politie. Het is het bewijs dat de verdachte het voorwerp in zijn handen gehad heeft.

Een eigenschap bij menselijke vingers is dat ze gaan rimpelen als ze een tijd blootstaan aan vocht, zoals bij baden. Waarschijnlijk is dit evolutionair zo gegroeid omdat dit de grip van de vingers onder vochtige, glibberiger omstandigheden vergroot.[1]

Congenitale afwijkingen[bewerken]

  • polydactylie noemt men de aanwezigheid van meer dan vijf vingers per hand
  • ectrodactylie is de afwezigheid van een of meer vingers
  • syndactylie is het zwemvliesachtig verbonden zijn van twee of meer vingers. Bij vergroeiing van alle vingers spreekt men van lepelhand.
  • reuzengroei van een of meer vingers
  • standafwijkingen van een of meer vingers
  • arachnodactylie waarbij de vingers lang en slank zijn ten opzichte van de handpalm

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Rimpelvingers geven meer houvast. De Standaard (10 januari 2013) Geraadpleegd op 10 januari 2013
Icoontje WikiWoordenboek Zoek vinger op in het WikiWoordenboek.